zondag 15 april 2018

Aanbidding

Hem aanbidden, Hem grootmaken, is meer dan alleen maar zingen.
Hem aanbidden is erkennen dat Hij de Allerhoogste is, de Schepper van hemel en aarde, van alles wat leeft.
Hem aanbidden is Hem dienen met ons leven.
Hem aanbidden is niet afhankelijk van hoe wij ons voelen, of hoe onze omstandigheden zijn.
En het bijzondere is, dat als wij Hem de eer geven die Hem toekomt, zelfs in onze grootste en diepste nood, dan komt Hij naar ons toe en schenkt ons een vrede die ieder menselijk verstand te boven gaat.
Als we Hem aanbidden, dan komt alles in het juiste perspectief; dan zien we Zijn grootheid en worden onze problemen kleiner, omdat we gaan zien dat Hij alles in Zijn hand heeft en er niets buiten Hem om gebeurt.
Er zijn ook heel wat Psalmen waarin God wordt groot gemaakt.
De Psalmisten zwegen niet en verkondigden de grootheid God met hart en ziel.
Zij beseften de grootheid van God, ze erkenden dat Hij en Hij alleen hun lofprijs waard was en ze wilden dat aan iedereen vertellen.
‘Loof de Here, mijn ziel, en alles wat in mij is, prijst Zijn heilige naam!’ (Ps. 103)
‘Halleluja, looft God in Zijn heiligdom!’ (Ps. 150)
‘Ja, het is goed voor onze God te zingen!
 Goed om Hem te eren met een lied!’ (Ps. 147)
Laten ook wij Hem aanbidden met onze stem, met ons leven.
Laten we Hem aanbidden door Jezus zichtbaar te laten zijn of worden in ons leven.
Laten we vertellen van het wonder van genade en zo God grootmaken.


Met mijn mond
verkondig ik Zijn lof,
met mijn stem
verhoog ik Zijn Naam;
hetzij alleen
of met de heiligen saam.

Met mijn leven
aanbid ik Hem,
vanuit mijn hart
geef ik Hem de eer;
in blijde of in droeve dagen,
ik loof en prijs mijn geliefde Heer.

Hij is mijn aanbidding waard,
want Hij is groot en hoogverheven.
Mijn loflied klinkt,
vrede doorstroomt mijn leven.

dinsdag 7 oktober 2014

Mijn hulp is van de Heere!

Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal.
Mijn hulp is van de Heere, Die hemel en aarde gemaakt heeft. 

Deze woorden uit Psalm 121 (vers 1,2) zullen bij velen zeer bekend zijn.
Deze woorden bemoedigen en sterken ons.
Het is ook goed om ze voor te houden, steeds opnieuw; en dan niet alleen als we het moeilijk hebben, maar ook als alles goed gaat, zodat we niet vergeten tot wie wij ons kunnen keren als we hulp nodig hebben.
Uit deze twee verzen klinkt ook de zekerheid die we hebben als het gaat over het ontvangen van hulp van God.
Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal; mijn hulp is van de Heere!

Maar, hoe kunnen we daar zo zeker van zijn?
Wil die grote God; de Almachtige, de Alwetende, de Ontzagwekkende, de Schepper van hemel en aarde, echt wel bemoeienis hebben met onze mensen dingetjes?
Zijn ze niet te klein, te onbeduidend voor Hem?
Zou Hij wel iets begrijpen van de dingen waar wij als mens soms door heen gaan?
Zou Hij wel iets begrijpen en mee kunnen voelen van en in onze moeiten en zorgen, van onze pijn en verdriet, van onze noden en beproevingen?
Ja, dat doet Hij zeker!
Hij, Jaweh, de ‘Ik ben’, heeft Zijn Zoon naar deze wereld gezonden.
Jezus werd mens, volledig mens en is ons in alles gelijk geworden.
God is niet in de hemel gebleven en kijk op afstand naar ons; nee, Hij zond Zijn Zoon en in Jezus, Zijn Zoon, hebben wij iemand die ons volledig kan begrijpen en met ons mee kan voelen.
En daarmee ook God Zelf, want Hij en Zijn Zoon zijn één. (Johannes 14:10,11)
Er is niets dat Hij niet kent.
Hij weet wat het is om verdriet en pijn te hebben, honger en dorst.
Hij kent de pijn van afwijzing; Hij kent het verdriet van de dood; Hij kent al onze noden enz..
En juist omdat Hij ook alles heeft meegemaakt kunnen we er zeker van zijn dat we hulp zullen ontvangen als we Hem daarom vragen.

Laten we vasthouden aan het geloof dat we belijden: we hebben een verheven Hogepriester die de hemel is binnengegaan – Jezus, de Zoon van God.
Onze Hogepriester kan volledig meevoelen met al onze zwakheden.
Hij heeft alle beproevingen net zo ondergaan als wij.
Alleen, gezondigd heeft Hij niet.
We kunnen dus vol vertrouwen naderen tot de troon van de genadige God.
Daar zullen we barmhartig en genadig behandeld worden en op de juiste tijd hulp ontvangen.

Hebreeën 4:14-16


Mijn hulp is van de Heere
en ik nader tot de troon
van de genadige God
in het volste vertrouwen.
Hij zal mij barmhartig zijn
en hulp geven op de juiste tijd.
Ja, mijn hulp is van de Heere,
want op Hem is mijn vertrouwen.

Mijn hulp is van de Heere,
van Hem, die weet, begrijpt en voelt
waar ik door heen moet gaan.
Mijn hulp is van de Heere,
want in alles is Hij mij
voorgegaan.

Mijn hulp is van de Heere,
van Hem, die mens werd zoals wij
en daarom in alles naast ons kan staan.
Mijn hulp is van de Heere;
omdat Hij als 't ware
in mijn schoenen heeft gestaan.