zaterdag 28 februari 2026

Depressie ... ~ Depressieve Gevoelens ...

'Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.'

HSV

'Mijn ziel, wat drukt je terneer, waarom ben je zo onrustig?
Op God wil ik vertrouwen, eens zal ik hem weer prijzen, hem, mijn behoud, mijn God.'

GNB

Psalm 42:6

De titel voor het stukje voor de komende week is ‘Depressie’.
Ik wil vooraf even de volgende kanttekening hierbij plaatsen.
Zowel de ter inspiratie erbij gegeven tekst als met wat er op het kalendertje staat, betreft dit stukje depressieve gevoelens en niet de echte depressie of aanverwante stoornissen.
Echte depressie is meer dan een dip of je neerslachtig voelen.
Ik denk dat de laatste zin op het kalendertje anders ronduit als schokkend kan worden ervaren en zelfs mensen die echt depressief zijn, ook nog eens een (extra) schuldgevoel bezorgen.
Ik citeer: ‘Vergeet niet dat de nederlaag niet ligt in het worstelen met depressieve gevoelens, maar in het eraan toegeven.’

Met het lezen van deze zin, kon ik bijna de pijn voelen van hen die echt depressief zijn, omdat het voor hen vaak geen kwestie is van dat ze eraan toegeven, maar ze hebben niet meer het vermogen om te vechten.
Echte depressie (depressieve stoornissen) is geen kwestie van toegeven aan depressieve gevoelens.
Hoeveel en hoe zwaar de worstelingen van mensen die lijden aan depressie zijn, kunnen we ons maar nauwelijks voorstellen, tenzij we er zelf doorheen zijn gegaan.
Om dan te spreken over de nederlaag die een feit is als men aan deze gevoelens toegeeft, komt bij mij binnen als enorm pijnlijk en kwetsend, en ik vraag me af hoe dit wel niet moet zijn voor mensen die hieraan lijden.
Misschien was een titel als ‘Depressieve gevoelens’ beter geweest dan alleen het woordje ‘Depressie’.
Toch hoop ik en bid ik, dat zij die depressief zijn en dit lezen een beetje hoop, een beetje moed, een beetje troost, zullen vinden in wat God mij op het hart legt om hierover te schrijven.

In de duistere, donkere wereld van depressie,
waar vaak geen enkel lichtstraaltje binnenkomt.
Waar kleuren langzaam vervagen
en in elkaar overlopen tot één mistige, grauwe nevel
die hoop en moed het zicht ontneemt
en een lege leegte achterlaat;
waarin gevoelens van vreugde
verloren gaan.
Waar zinloosheid de regie overneemt;
het leven doelloos maakt,
en iedere dag tot een strijdtoneel
zelfs tot op leven en dood.
Waar God niet meer kan worden gezien,
noch Zijn liefde, kracht en troost
kan worden gevoeld of ervaren
en waar elke smeekbede
voor niets lijkt te zijn gedaan.

De duistere, donkere wereld van depressie,
waar de ene noodkreet soms volgt op de andere.
Tot zelfs een stem verstomt
en slechts de dood uitkomst lijkt te bieden
aan de hopeloosheid
van het huidige bestaan.

O, God van liefde,
God van licht,
God van kracht,
en God van leven.
God van troost,
God van hoop,
God van bevrijding,
en God van genezing.

Ontferm U!
ontferm U!
Ontferm U!
En wil uitkomst geven!

In Jezus’ Naam.

 – Amen –

Depressieve gevoelens
Houdt moed! zijn de twee eerste woorden waar kalendertje mee begint.
Houdt moed!
Moed houden terwijl je je zo voelt, is niet makkelijk.
Let wel, we hebben het hier ook weer niet over je een dagje down of neerslachtig voelen.
Dat kan soms al verholpen worden door een dagje lekker niets doen, of jezelf lekker verwennen met een goed boek op de bank of een keertje vroeg naar bed.
Naar mijn idee gaat het hier over iets wat er tussenin ligt; tenminste, zo ervaar ik het.

Er zullen ongetwijfeld ook veel gelovige mannen en vrouwen zijn die worstelen, of hebben geworsteld, met depressieve gevoelens, of met depressiviteit.
Ook in de Bijbel komen we ze tegen.
De eerste persoon die in mijn gedachten kwam toen ik las waar het over ging, was Elia, maar ook koning Saul worstelde met dit soort gevoelens, en Job, en David, de man naar Gods hart.
Het woord ‘depressief’ of depressiviteit’ komt zover ik weet niet in de Bijbel voor, maar er zijn wel meerdere plaatsen waar men de gevoelens van depressiviteit in woorden weergeeft.
God gaat dus duidelijk niet aan deze gevoelens voorbij, maar heeft ze opgenomen in Zijn woord.
Er is dus bij Hem duidelijk ook ruimte voor deze gevoelens.
Ook zien we soms de achterliggende oorzaak.
Elia bijvoorbeeld gaf zich over aan depressieve gevoelens toen Izebel hem naar het leven stond.
Hij had nauwelijks een paar geweldige geloofservaringen/bemoedigingen achter de rug, en hij vluchtte weg de woestijn in.
Na een dag lopen ging hij onder een bremstruik zitten en wenste dat hij dood was.
‘Het is nu genoeg, Heer,’ zei hij. Neem mij maar uit het leven weg, ik ben niet beter dan mijn voorouders.’
Toen ging hij onder de bremstruik liggen slapen.
(>> 1 Kon. 17 & 1 Kon. 18

Bij Koning Saul was het een ander verhaal.
Hij had gezondigd tegen God en God Zelf was Degene die hem een boze geest stuurde.
1 Samuël 16:14 – 'Van Saul was de geest van de Heer geweken en een boze geest, door de Heer gestuurd, joeg hem angst aan.'
In 1 Samuël 15 lezen we dat Saul wel erkent dat hij heeft gezondigd, dat hij zich wil neerbuigen voor God, maar nergens lezen we over zijn berouw van zijn zonden.
Hij maakt zich eerder druk om wat zijn manschappen zullen zeggen als Samuël weer zomaar zou vertrekken.

Ook Job is een man bij wie depressieve gevoelens de overhand kregen.
Maar daar zullen wij denk ik het meeste begrip voor hebben en ons ook het meeste misschien bij voor kunnen stellen als we kijken naar wat hem allemaal is overkomen. (>> Job 1)
In Job 3 lezen we over zijn gevoelens.
Vers 11 – ‘Was ik maar gestorven toen ik ter wereld kwam, was ik maar gestikt bij mijn geboorte.’

Ook koning David had van tijd tot tijd last van depressieve gevoelens.
Soms lag schuldgevoel hieraan ten grondslag. ( >> Psalm 38: 18, 19)
Maar ook mannen als Jeremia en Jona kenden deze gevoelens.
(>> Jeremia 20:14-18; Jona 4:3,8)
Soms was het God Zelf die hen tot de orde riep, hen aanspoorde om niet meer toe te geven aan deze gevoelens, maar om andere stappen te zetten.
Maar God hakte niet met de botte bijl.
Als ik kijk naar Elia, dan stuurt God hem een engel die hem wakker maakte uit zijn slaap en hem aanspoorde om wat te eten en te drinken
Hij had zelfs voor wat eten en drinken gezorgd. (>> 1 Kon. 19:5-9)

Soms, zoals bij Saul, bleef de depressie.
Zijn zonden bleven tussen hem en God instaan, waardoor er geen herstel mogelijk was. (>> 1 Sam. 31)
Job werd in ere hersteld (>> Job 42) en ook David vond steeds opnieuw zijn weg uit deze gevoelens door bij God aan te kloppen en het van Hem te verwachten.
Psalm 30:4,12 – 'Bij het dodenrijk hebt U mij weggehaald; ik was op weg naar het graf, maar U bracht mij weer tot leven.'
'Heer, U hebt mij geholpen; ik treur niet meer, ik kan weer dansen van vreugde; feestkleren heb ik aangetrokken, mijn rouwkleed afgelegd.'

En soms moeten we onszelf aanpakken en tot de orde roepen.
Naar het bovenstaande tekstwoord je ziel als het ware een schop onder zijn/haar achterste geven door te wijzen op wie je je hoop moet stellen.
Jezelf moed inspreken op grond van Gods woord.
‘Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij?’
Wat is er toch met je aan de hand, ziel?
Waarom ben je toch zo onrustig?
‘Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.’
Ziel, vestig je hoop op God; lees Zijn woord en zie hoe Hij te vertrouwen is, hoe Hij voor je zorgt, je opbeurt.
Mijn ziel, vestig je hoop op Hem, dan zul je Hem weer kunnen loven en prijzen, want Hij is Degene die bevrijdt en geneest.

Zolang ik me kan herinneren ben ik wat zwaarmoedig van karakter, al is het hoe meer en dichter ik met Hem leef, mijn hoop op Hem vestig, mijn troost bij Hem zoek, Zijn woord bid en als proclamatie gebruik vele malen minder geworden dan het was.
Een Psalm die ontzettend belangrijk voor mij is geweest (en nog) in dit proces, is Psalm 13.

‘Hoelang nog, HEER, zult U mij vergeten?
Hoelang nog, houdt U Zich voor mij verborgen?
Hoelang nog moet ik naar een uitweg zoeken met de angst in mijn hart, dag in, dag uit?
Hoelang nog zullen mijn vijanden (en voor mij waren dat dan mijn depressieve gevoelens en gedachten) sterker zijn?

HEER, mijn GOD, kijk toch, antwoord mij!
Geef mij weer uitzicht, laat mij niet sterven.
Ik hoor mijn vijanden al roepen: ‘We hebben haar in onze macht!’
Ik hoor ze al juichen bij mijn val.’
(GNB)

Heel lang bleef ik hier, tot aan dit vers (vers 2 t/m 5) steken.
In het begin keek ik soms nog even naar het laatste vers, maar daar kon ik niets mee, want zo voelde ik het immers niet.
Dus kon ik dat ook niet uitspreken, wat zeg ik, ik wilde het vaak op zo’n moment niet eens lezen.
Ik denk dat de ommekeer kwam met het nummer ‘How long, o Lord’ van Brian Doerksen.
O, niet gelijk hoor, maar gaandeweg veranderde er iets.
En als ik nu terugkijk, dan weet ik dat de verandering kwam doordat ik het refrein op den duur toch mee begon te zingen.
Soms terwijl de tranen over mijn wangen stroomden.

Nu houd ik vast aan de woorden van vers 6.
Met vallen en opstaan leer ik om dwars door mijn gevoelens heen te gaan en ze (en andere) als een proclamatie uit te spreken.
Niet omdat ik het altijd zo voel, maar omdat Hij Die erachter zit, te vertrouwen is.
Hij houdt van mij en Hij zorgt voor mij.
Ook al is dat soms anders dan ik het graag zou zien. 

‘Op Uw liefde vertrouw ik, HEER.
Ik juich van vreugde, want U brengt redding.
Over U zal ik zingen, want U bent goed voor mij.’
GNB

Soms worstel ik nog met mijn gedachten, waarin het woord ‘huichelaar’ alles op alles zet om mij ervan te weerhouden om toch te danken, te zingen, Zijn woord uit te bidden, te spreken.
Maar door het steeds opnieuw toch te doen, is deze strijd steeds sneller gestreden en komt ook minder vaak terug.
Ik hoop en bid, dat de woorden van Psalm 73:21-28, naast Psalm 13, jouw lijfwoorden mogen zijn of worden.
Want zolang wij onze toevlucht bij Hem zoeken, onze hulp van Hem verwachten, zullen we nooit beschaamd uitkomen.
Bij Hem is vergeving en bevrijding en genezing.

‘Toen ik zo verbitterd was, gekrenkt tot in mijn ziel, was ik een grote dwaas, iemand zonder verstand.
Ik gedroeg mij tegenover U zo redeloos als een dier.
Toch ben ik steeds bij U, want U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan; en dan ontvangt U mij met alle eer.
Wie heb ik in de hemel behalve U?
Behalve U verlang ik ook niets op aarde.
Al zou mijn lichaam bezwijken, al zou mijn hart het opgeven, U bent de rots waarop ik bouw, U bent mijn hele bezit, o GOD, voor altijd.
Wie U verlaat gaat haar/zijn ondergang tegemoet; U vernietigt wie U ontrouw is.
Dicht bij U te zijn, dat is mij het liefst.
Bij U, HEER GOD, zoek ik mijn toevlucht.
Vertellen zal ik alles wat U voor mij deed.’

Lieve Vader in de hemel.
Met het schrijven van de woorden ‘want U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan’ raakt mijn hart tot tranen bewogen.
Deels omdat ik zelf al zo vaak heb mogen zien dat U mijn hand genomen hebt en mij geleid hebt en deels omdat ik een pijn en bewogenheid in mijn hart voel voor allen die worstelen met depressieve gevoelens of depressie.
Dwars door het diepe dal van depressie en depressieve gevoelens heen wilt U bij de hand pakken en leiden en ik bid U, Vader, dat eenieder haar/zijn hand zal blijven uitstrekken, ook als er ogenschijnlijk verder niets lijkt te gebeuren.
Uw woord zegt: ‘U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan’ en Uw woord is Ja en Amen.
Waarheid, waarachtig, betrouwbaar.
Er zal herstel (misschien niet altijd op de manier waarop we verwachten of hopen) komen als we ons vertrouwen op U blijven stellen.
U zult ons dan met eer ontvangen.
Ontferm U, Vader, ontferm U over eenieder, want de strijd kan zo zwaar zijn en zo lang duren.
Ontferm U, Vader, ontferm U.
Wees hun licht in de duisternis, hun hoop in de leegte, hun troost in het dal van tranen en hun houvast op het moment dat de zinloosheid van het leven oprukt.
Ontferm U, Vader, ontferm U!

In Jezus’ Naam bid ik U dit.

- Amen -

Hoelang nog, Here, hoelang nog?
Hoor hoe David de woorden
uitroept naar God.
Het duurt al zo lang;
is God hem vergeten;
houdt God Zich voor hem verborgen?

Hoelang nog, Here, hoelang nog?
Hoor hoe David schreeuwt
om een antwoord van God.
Hoe hij roept om uitzicht
in de donkere uren van zijn leven
naar het ochtendgloren van de morgen.

Hoelang nog, Here, Hoelang nog?

Misschien is het ook wel jouw roep;
hardop, of in de stilte van je hart.
Klinkt jouw stem samen
met die van David
in deze woorden van smart.

Loop dan ook met David mee
tot aan het einde van zijn gebed.
Waarin hij blijft vertrouwen
op de God waarvan hij weet:
Hij is liefde en Hij redt.

Zing met hem
over de goedheid van God.
Want in Zijn hand
ligt ons aller levenslot.





Nawoord:
Er is iets wat mij niet loslaat en dat zijn de woorden: onvergevingsgezindheid en bitterheid.
Beide dingen kunnen mensen ziek maken als ze in ons leven aanwezig blijven, als we eraan vast blijven houden.
Ik wil hier niet verder op in gaan, maar de woorden wil ik wel genoemd hebben, daar ze maar in mijn hoofd blijven rondspoken.
Ik wil slechts alleen nog daarbij aangeven dat beiden zonde en rebellie inhouden.
God zegt dat we moeten vergeven en als we dit weigeren, komen we in opstand tegen Hem, met alle gevolgen van dien.

We leven in een tijd waarin vele mensen, en ook jongeren, worstelen met depressie of depressieve gevoelens.
Het leven is voor hen zwaar en soms zelfs onmogelijk.
Mijn hart gaat zeer naar hen uit en mijn bede is dat God Zich naar hen uitstrekt en Zich over hen ontfermt.
Dat mijn schrijfsel tot een bemoediging mag zijn; een beetje hoop mag brengen, een beetje moed mag geven.

Als je dit leest, neem een moment om voorbede te doen voor een ieder die worstelt met depressie of depressieve gevoelens.
Misschien ken je mensen bij name, breng hen dan voor Gods troon, maar ook als je niemand kent, kun je bidden om Gods ontferming over een ieder van hen.
Ik ben er van overtuigt dat ons gebed levens kan redden.

vrijdag 20 februari 2026

Belijdenis ...

'Zie, U vindt vreugde in waarheid in het binnenste, in het verborgene maakt U mij wijsheid bekend. Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn, was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw.'
HSV

'Maar u verlangt alleen dat ik oprecht ben, tot in het diepst van mijn ziel; vervul mij met uw wijsheid
tot in het diepst van mijn hart.
Besprenkel mij, dan word ik weer rein; was mij, dan word ik witter dan sneeuw.'
GNB

Psalm 51:8,9

Psalm 51 heeft David geschreven nadat de profeet Nathan bij hem geweest was en hem gewezen had op zijn overspel met Bathseba en zijn verantwoordelijkheid voor de dood van Uria, de man van Bathseba.
Het verhaal van David en Bathseba kun je lezen in 2 Samuël 11 en 12 t/m vers 25.

Het berouw van David gaat diep, heel diep.
Ik neem even de woorden vanuit Het Boek:
‘Geef mij genade, o God, hoewel ik dat niet heb verdiend.
Laat toch blijken hoe groot Uw liefde en goedheid is.
Wilt U door Uw vergevende mildheid mijn zonden wegdoen?
Reinig mij toch van deze zonde, die een smet op mij werpt.
Ik weet dat ik heb gezondigd; steeds opnieuw gaan mijn gedachten terug naar deze daad, waarmee ik van Uw pad afweek.
Mijn God, ik heb tegen U gezondigd en Uw gebod overtreden.
Wat U er ook over zegt, het is altijd goed en rechtvaardig.
Uw uitspraken zijn altijd zuiver.
Ik weet dat ik vanaf mijn geboorte al een zondaar ben; toen ik werd verwekt, stond al vast dat ik een zondaar zou zijn.’

Als de profeet Nathan tegen David zegt: ‘Die man bent u’, zoekt David geen uitvluchten, maar antwoordt: ’Ik heb tegen de Heer gezondigd.’
Mijn gedachten gaan automatisch naar het Paradijs, naar Adam en Eva, naar hun reactie, toen God hen confronteerde met hun zonde.
Hoe anders was hun reactie!
Ja, maar de slang …
Ja, maar de vrouw, die U mij gegeven hebt …
Ja maar …
David niet; ‘Ik heb tegen de HEER gezondigd.’
En in deze Psalm 51 komt heel duidelijk naar voren hoe diep zijn zondebesef is, zijn berouw.
Hij maakte het niet kleiner en niet minder erg dan het was, noch zoekt hij uitvluchten of probeert hij de schuld in andermans schoenen te schuiven.
‘Ja, maar die vrouw; die had daar niet moeten gaan baden, mijn dakterras kijkt uit op haar tuin, zij had …’
Nee, zijn zonde staat hem heel duidelijk voor ogen, steeds opnieuw gaan zijn gedachten terug naar wat hij verkeerd heeft gedaan.

Hoe is dat bij ons?
Als ik naar mijzelf kijk, dan betrap ik mijzelf erop, dat ik toch wel de neiging heb om net als Adam en Eva, uitvluchten te zoeken, de schuld richting een ander te schuiven, in plaats van gewoon gelijk eerlijk toe te geven dat ik fout was.
Als ik bijvoorbeeld mijn geduld verlies met mijn dochter, dan weet ik dat het verkeerd is, maar in gedachten heb ik al vele excuses naar God toe over dat het gewoon niet anders kon, want zij …
En zo zijn er nog legio voorbeelden te noemen.
… als die andere autobestuurder mij niet had afgesneden met zijn auto, dan had ik niet zo gescholden.
… als die vrouw zich niet zo sexy had gekleed, dan …
… Ja, maar, ik was zo verdrietig, en hij was zo lief voor mij …
… O, als die ander nu maar niet het bloed onder mijn nagels vandaan had gehaald …
Als …
Ja, maar …

Welk een voorbeeld is David dan hier voor ons.
Ja, hij had gezondigd.
Ja, hij had Gods gebod overtreden; wat zeg ik, meerdere zelfs.
Maar toen hij er mee geconfronteerd werd, boog hij zijn hoofd en erkende zijn schuld, zijn zonde.

En dat is waar het deze keer om gaat: het erkennen en bekennen van onze schuld.
Belijdenis doen van onze zonden, zodat we in vrijheid kunnen (gaan) leven.
En dat geldt voor elke zonde!
Hoe diep we het ook hebben weggestopt, onzichtbaar voor de buitenwereld, maar nog steeds aanwezig in dat geheime hoekje.
Willen we ooit in Vrijheid kunnen leven, zullen we elke zonde moeten belijden.
Elk deel van ons leven, zelfs het kleinst hoekje, dienen we in het licht van Gods woord te houden om te zien of er zonde aanwezig is.
We moeten ons dag in, dag uit bewust zijn, bewuster worden, van het feit dat God vreugde vindt in de waarheid, dat Hij verlangt dat wij oprecht zijn, niet zomaar oprecht, maar oprecht tot in het diepst van onze ziel.
Het diepst van onze ziel, tot in het diepst van ons wezen; geen enkel verborgen plekje, geen enkel verborgen hoekje, geen enkel geheim vakje.

God kent ons, Hij doorgrond ons, Hij weet alles van ons.
Niets is voor Hem verborgen, maar Hij verlangt ernaar dat wij onze zonden belijden, klein en groot.
Hij verlangt ernaar dat wij eerlijk en oprecht zijn, de waarheid spreken.
En Hij verlangt dit niet alleen van ons, maar Hij wil ons ook helpen daarbij.
God wil ons, tot in het diepst van ons hart, bekendmaken welke zonde(n) er nog in ons leven is (zijn).
David verlangt daarnaar, en is zich bewust van deze genade van God.

Ik moet ook denken aan Psalm 19:13, waar David bidt om vergeving van zijn verborgen zonden.
David is zich ervan bewust dat God alles van hem weet, dus ook iedere zonde die hij heeft begaan.
God kent veel meer kwaad van ons dan wij van onszelf, zegt Matthew Henri.
Wij vergeten, maar God kan pas vergeten als wij onze zonden hebben beleden.
Dan kan Hij vergeven en vergeten.

Als ik eind van de dag in mijn bed stap, weet ik beslist niet meer wat ik die dag allemaal verkeerd heb gedaan, dus bid ik ook met Davids woorden: ‘HEER, vergeef mij ook mijn verborgen zonden.’
Maar ook vraag ik of Hij mij, als er specifieke dingen zijn, die Hij met name genoemd wil hebben, mij bekend maakt, zodat ik ze kan belijden en Hij kan vergeven.
Want ik verlang ernaar om in vrijheid te leven.
Ik verlang naar een leven waar niets tussen mij en God instaat.
Wat zie ik daarom uit naar de dag dat Hij terugkomt!


Wij hebben thuis een CD van Peter Helms, ik weet niet meer precies welke, maar op één van die CD’s is een lied en één regel daaruit blijft al jaar en dag in mijn gedachten.
Niet elke dag, soms zelfs lange tijd niet, maar met het schrijven komt deze regel weer terug: ‘Schrob mijn leven schoon!’
Deze regel heeft zich vastgezet, niet alleen in mijn gedachten, maar ook in mijn hart.
En er zijn soms van die momenten dat ik vanuit het diepst van mijn hart dit bid: ‘schrob mijn leven schoon, HEER, ja, schrob mijn leven schoon!’
Dan lijkt een ‘gewone reiniging' niet voldoende, dan verlang ik naar meer.
Dan verlang ik ernaar om brandschoon te zijn, zodat ik heel dicht in Zijn nabijheid, in Zijn aanwezigheid, kan komen, kan zijn.

David verlangde daar ook naar.
Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn, was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw.
Ontzondig mij, was mij, dan zal ik rein zijn, witter dan sneeuw!

Verlang jij er ook naar om in Vrijheid te leven?
Verlang jij ook naar een leven dicht in Zijn nabijheid?
Verlang jij ook naar een intiemere, vriendschappelijke relatie met God, zoals David?
Belijd Hem dan je zonden, wacht daar niet mee, en keer je af van verkeerde wegen.
Zonde schept altijd verwijdering tussen God en ons.
We kunnen niet in Gods nabijheid komen als er zonde in ons leven is, deze zal als een onoverbrugbare kloof tussen Hem en ons instaan.
Jezus is de brug geworden door te sterven aan het kruis.
Belijdt en ontvang vergeving.
Belijdt en wordt witter dan sneeuw.
Belijdt en wordt vrij!

Ja, lieve Vader, was, schrob mijn leven schoon!
Werp door Uw woord en Geest Uw licht op mijn leven.
Ja, tot in het kleinste hoekje en laat mij zien waar er nog dingen moeten veranderen.
Kom met Uw waarheid in mijn hart.
Open mijn hart voor Uw wijsheid.
Was mij, reinig mij, van alle zonden.
Vergeef mij ook mijn verborgen zonden, opdat er niets tussen U en mij in zal blijven staan.
Leer mij zo te leven in Uw waarheid, dat als ik zondig, Uw Geest mij daar direct bewust van maakt en ik mijn zonden kan belijden.
Kom met Uw Geest van wijsheid tot in het diepst van mijn hart en leer mij, leidt mij.
Laat mijn leven een leven zijn, dat U vreugde geeft.
Leer mij daarom in Uw waarheid te wandelen en maak mij eerlijk en oprecht tot in het diepst van mij ziel.

In Jezus’ Naam.

– Amen –

O Heer, niets is mooier,
niets is beter,
niets is begerenswaardiger,
dan in Vrijheid te leven.

Vrij van elke aanklacht,
van elke schuld,
van elke zonde
ooit door mij bedreven.

Leid mij daarom, Heer,
in Uw waarheid,
leer mij
en geef mij wijsheid van hart.

Doe mij onderkennen
elke zonde,
elke smet,
die deze vrijheid tart.

Ik verlang te belijden, Heer,
alles wat er staat
tussen U en mij.
Vergeef mij; was mij rein!

Het is mijn diepst verlangen,
U te eren, U te dienen,
voor U te leven.
O God, van U alleen wil ik zijn.

Om in vrijheid te kunnen leven, zullen we wel onze zonden moeten belijden.
Heeft God echt toegang tot ieder vertrek van ons leven?
Of is er toch nog ergens een hoekje waar verborgen zonden zijn?
Als het echt ons verlangen is om Hem te dienen en te eren, Hem met ons hele hart te volgen, dan zullen we echt alles open moeten leggen voor Hem, zodat Hij erin kan komen en kan vergeven en vergeten.

vrijdag 13 februari 2026

Kwetsbaar ...

'Waar kan ik Uw Geest ontgaan, waar Uw aangezicht ontvluchten?
Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar; of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar.'

HSV

'Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen, hoe aan uw blikken ontkomen?
Klom ik op naar de hemel – u tref ik daar aan, lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar.'

NBV

Psalm 139:7,8

In het stukje op de kalender van deze week wordt aangegeven, dat, hoewel wij onszelf dikwijls als kwetsbaar en breekbaar beschouwen, in feite alleen onze trots kwetsbaar is.
En dat pas als het omhulsel gebroken is en het hart open en blootligt, we ons bewust zijn van de streling van Gods liefdevolle zorg, maar dat Hij ons tot die tijd wel vasthoudt.
Samen met de bovenstaande verzen mogen we hier over nadenken, of zoals het kalendertje zo mooi zegt: ‘ons door laten inspireren.’

Persoonlijk vraag ik mij af of dit wel zo is, dat in principe alleen onze trots kwetsbaar is.
Ik geloof zeker wel dat onze trots heel kwetsbaar is, maar om nu te zeggen dat alleen onze trots eigenlijk kwetsbaar is …?

Kwetsbaar is broos, breekbaar, gevoelig, weinig beschermd tegen beschadiging, wankel, zwak, teer, licht te raken.
Ik geloof niet, dat dit alleen met trots heeft te maken.
Er kunnen allerlei omstandigheden in ons leven zijn (of zijn geweest) die ons zo hebben geraakt, beschadigd, dat we heel kwetsbaar zijn geworden.
En dat kan voor allerlei verschillende dingen zijn.

Met dit onderwerp gingen mijn gedachten naar een gedicht dat ik heb geschreven bij een schilderij van Caroline van de Vate.
Het schilderij, dat ook ‘Kwetsbaar’ heet, is een schilderij van een klaproos.
Klaprozen zijn heel kwetsbaar; de blaadjes zijn heel fragiel, heel teer en vallen snel uit.
Met het lezen van de naam van het schilderij, kwamen er al snel allerlei gevoelens en gedachten boven en ik voelde mij op een bepaalde manier verbonden met dit schilderij.
Mijn leven was op het moment dat ik de schilderijen van Caroline ontdekte (en haar van daaruit leerde kennen) heel kwetsbaar.
Na jaren van thuis zijn voor twee van mijn kinderen, die door jarenlang pesten depressief waren geworden en het leven niet meer zagen zitten, was mijn wereldje heel erg klein geworden, en van mijn toch al niet zo grote zelfvertrouwen en zelfbeeld was niet veel meer over.
Toen het beter ging met onze kinderen, was ikzelf in een diepe put beland, en de beginverschijnselen van de overgang hielpen me ook niet bijster goed, noch alle beschadigingen van weleer.
Toch heeft God mij (ons) vastgehouden, er doorheen geholpen, maar de eerste stappen om weer terug onder de mensen te komen, weer een eigen leven op te bouwen, waren zwaar en ik was heel kwetsbaar.
Als God dan de schilderijen van Caroline (en haar 😊) op mijn pad brengt, is dat een volgende stap in het proces van heling en genezing.
Een streling van Zijn liefdevolle zorg voor mij.

Kwetsbaar

De duisternis
is van mijn zijde
aan het wijken.
Voorzichtig
stap ik in het licht.
Wankel en onzeker
zijn mijn
eerste stappen,
maar ik loop
in het spoor
van Uw aangezicht.

Angstig
kijk ik soms
om mij heen.
Zoekend naar
een tastbaar houvast.
Maar ik weet,
U bent het
die mij leidt.
En in U
is mijn juk zacht
en licht mijn last.

Nog
is mijn leven
broos en kwetsbaar.
Maar,
ik ga in Uw Licht.
Het omgeeft mij,
toont mij de weg
die ik moet gaan.
Tot ik als bruid
in volle eer en glorie
sta voor Uw aangezicht.

Alleen onze trots in feite kwetsbaar?
Nee, de dingen die in ons leven gebeuren, wat ons is aangedaan, kunnen ons ook heel kwetsbaar maken.
(Mijn gedachten gaan automatisch naar de tekst van het geknakte riet en de walmende vlaspit - Jesaja 42:3)
Maar, één ding is wel zeker, we hoeven daar niet te blijven.
Dat is ook niet wat God zou willen.
Hij verlangt ernaar dat we weer sterk en krachtig worden in Hem, door Hem.
Ja, in Hem en door Hem.
In Hem, omdat daar onze werkelijke identiteit ligt en het zo belangrijk is dat we die weer gaan vinden en aannemen.
Door Hem, omdat we het niet alleen hoeven te doen.

Als ik dan de tekst erbij haal die tot overdenken erbij gegeven is, dan zijn deze woorden in deze context weer een enorme bemoediging.
'Waar kan ik Uw Geest ontgaan, waar Uw aangezicht ontvluchten?
Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar; of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar.'
Geven ze aan de ene kant Gods grootheid weer en zeggen ze wie Hij is, aan de andere kant mogen we er troost in vinden, omdat in welke situatie we ons ook bevinden, hoe diep de put ook is, of hoever weg we ook van Hem zijn afgedwaald, Hij ons ziet, ons in het oog houdt.
Hij houdt ons vast in tijden als wij niet meer weten hoe, of het niet kunnen, omdat alles om ons heen zo moeilijk en donker is.
Het is dan alsof deze woorden zeggen:
‘Hoever je ook weg bent
bij Mijn aangezicht vandaan;
zoekende, dolende,
of in de diepste put,
er is geen enkele weg
waar Ik niet met jou mee
zal gaan.’

Welk een troost, welk een bemoediging, ligt er dan in deze woorden!

Lieve Vader in de hemel,
in de eerste plaats wil ik U zo danken voor alles wat U reeds voor mij hebt gedaan.
Danken voor Uw liefde en trouw, die nimmer van mij zijn geweken, ook al zag ik het zelf niet.
Dank U, dat U niet losliet, maar mij vasthield toen ik het niet meer kon of wist.
Dank U, dat U mij zag in elke omstandigheid, dat U met mij mee bent gegaan de gehele weg.
En dank U wel dat U nog steeds met mij meegaat en ook zal blijven gaan.
Ik dank U, dat U bij mij bent in mijn kwetsbaarheid.
Dank U, voor Uw geduld met mij in dit leerproces van groei.
Mijn leven wordt steeds minder broos en kwetsbaar, maar help mij te waken voor de valkuilen en help mij om mijn blik op U gericht te houden.
Zien op wie U bent en op wat U doet; op wie ik ben in U, maken mij minder kwetsbaar, maken mij sterk.
O, ik dank U, voor Uw eindeloze trouw en liefde!
Maar ik bid U voor allen die zich nog aan ‘de andere kant’ bevinden.
Die nog zo zoekende en dolende zijn door alles wat er om hen heen gebeurt, wat er in hun leven gebeurt of gebeurd is.
Wiens leven misschien wel op dit moment niets anders is dan voortslepen van de ene dag naar de andere, van uitzichtloos naar hopeloos.
Vader, ik bid U, speciaal voor hen, dat U weer hoop geeft en uitzicht biedt.
Dat U ze laat weten, dat U er bent, dat U bij hen bent, dat U hen ziet!
Ja, ziet in de diepste of smerigste put!
En dat U hen niet alleen ziet, maar dat U Uw hand ook uitgestoken houdt, net zolang tot dat zij hem zien en zullen pakken.
Open hun ogen daarvoor, Vader, och, open hun ogen, opdat ze Uw reddende hand zullen zien.
Verlos hen, Vader, ontferm U, Vader, en breng herstel en genezing.

In Jezus’ Naam.

- Amen -

Hoever je ook weg bent
bij Mijn aangezicht vandaan;
zoekende, dolende,
of in de diepste put,
er is geen enkele weg
waar Ik niet met jou mee
zal gaan.

Ik ben bij je op elke weg,
ook al zie jij Mij niet.
Ik ben op de hoogste berg,
Ik ben in het diepste dal,
en houd Mijn hand uitgestoken,
net zo lang tot jij
hem ziet.

Hoe kwetsbaar je ook bent,
wees niet bang voor Mij.
Ik zal je met Mijn liefde overladen;
Mijn zorg zal liefdevol en teder zijn.
Zie Mijn uitgestoken hand, grijp vast
en laat Mij jouw wonden genezen
door Mijn liefde te brengen
in alle verdriet en pijn.

maandag 9 februari 2026

In de waarheid wandelen ...

'Beproef mij, HEERE, ja, stel mij op de proef, toets mijn nieren en mijn hart.
Want Uw goedertierenheid houd ik voor ogen, ik wandel in Uw waarheid.'

HSV

'Heer, beproef mij, keur mij, toets mijn diepste roerselen.
Uw liefde houd ik steeds voor ogen; overtuigd van Uw trouw ga ik door het leven.'

GNB

Psalm 26:2,3

In eerste instantie gaan mijn gedachten automatisch naar Psalm 139, daar de woorden van deze twee verzen zo ontzettend veel overeenkomsten tonen met bepaalde verzen uit die Psalm.
Maar de insteek van Psalm 26, is heel anders.
Duidt Psalm 139 meer op Gods alwetendheid, in Psalm 26 onderwerpt David zich aan Gods onderzoek, overtuigt als hij is van zijn oprechte levenswandel.
En met deze laatste woorden komen we ook terecht bij waar het deze keer om gaat, namelijk ‘In Zijn waarheid wandelen’. 

David was ervan overtuigt dat hij in Gods waarheid wandelde.
Hij durft zijn gehele leven open te stellen voor God om hem te onderzoeken of er ook maar iets te vinden is waar het niet goed zou zijn.
In alle oprechtheid spreekt David deze woorden uit, overtuigt als hij is dat zijn levenswijze in overeenstemming is met Gods waarheid.
De Matthew Henry-verklaring* geeft aan, dat David deze Psalm waarschijnlijk schreef toen hij door Saul werd vervolgd, en dat Saul hem als een zeer slecht man voorstelde en hem van vele misdaden beschuldigde.
Van daaruit gaat David naar God toe (vers 1) en vraagt Hem om hem recht te doen, omdat hij gelooft dat hij in oprechtheid leefde, in vol vertrouwen op God.
Het Leven* geeft daar een mooie aanvulling bij, die aansluit bij wat Matthew Henry zegt, maar daarvoor moet ik voor alle duidelijkheid even terug naar vers 1 vanuit Het Boek.

‘Laat het recht over mij zegevieren, HERE, want ik ben onschuldig. Ik vertrouwde op de HERE zonder uit mijn evenwicht te raken.’
Het Leven schrijft als extra informatie bij de verzen 1-3 het volgende: 'Door te zeggen dat hij onschuldig is, beweerde David niet dat hij zonder zonde was, dat kan geen mens zeggen. Maar hij bleef voortdurend met God omgaan, waarbij hij als hij zondigde schoon schip maakte door vergeving te vragen. En hij smeekte God zijn naam te zuiveren van de valse beschuldigingen door zijn vijanden. Ook wij kunnen God vragen ons op de proef te stellen, erop vertrouwend dat Hij onze zonden vergeeft overeenkomstig Zijn genade.'

Waarom ik dit zo belangrijk vind om hier zo uitvoerig op in te gaan?
Wel, als je de bovenstaande Bijbelteksten zo even leest, dan kan het overkomen alsof David doet alsof hij nooit zondigt.
‘Uw goedertierenheid houd ik voor ogen; in Uw waarheid wandel ik.'
Maar als we alles bij elkaar leggen en het goed bekijken, dan zien we hoe David dit bedoelt en waarom hij ook kan zeggen dat hij Gods liefde voor ogen houdt en in Zijn waarheid wandelt.
David was een man wiens woorden en levenswijze met elkaar in overeenstemming waren, en waar hij zondigde, openstond voor Gods correctie en straf, voor belijden en vergeving ontvangen.

En dan komt het naar ons persoonlijk toe.
‘In de waarheid wandelen.’ 
Wandel ik in de waarheid?
Maar wat is dan de waarheid?

Deuteronomium 32:4 zegt: 'Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is, want al Zijn wegen zijn een en al recht. God is waarheid en geen onrecht; rechtvaardig en waarachtig is Hij.'
God is waarheid, dus om te weten wat Zijn waarheid is, zullen we Hem moeten kennen.
Dan zullen we ontdekken wat Zijn waarheid is en of wij in die waarheid wandelen.

Wandelen in Gods waarheid betekent leven naar Zijn regels, Zijn geboden, naar wat Hij ons zegt in Zijn woord.
Wandelen betekent ook rustig lopen en niet rennen.
Bij wandelen hoort genieten van wat je ziet en hoort, het in je opnemen en bewaren.
Met rennen loop je de kans aan dingen voor bij te gaan omdat je ze niet kunt zien door de snelheid waarmee je loopt.
Wandelen in Gods waarheid, is dan ook rustig onderzoeken, eigen maken, onthouden, bewaren en er vanuit leven.

David leefde dicht bij God.
Hij had God, Zijn goedertierenheid, Zijn liefde, Zijn genade, steeds voor ogen.
Hij wist wat God vreugde schonk en wat Hem verdriet deed.
Hij hield het voor ogen en leefde vanuit dat oogpunt.
Het was vanuit dát oogpunt dat hij wist dat hij oprecht leefde en hij durfde ook zijn hele ziel en zaligheid bloot te leggen voor God om het door Hem te laten onderzoeken, om Hem te laten kijken of hij nog wel wandelde in Gods waarheid.

Geldt dat ook voor ons?
Zijn wij er ook zo van overtuigt dat wij wandelen in Zijn waarheid dat wij ons hart durven bloot te leggen voor God?


Nu gaan mijn gedachten dan toch ook weer terug naar Psalm 139, naar de laatste twee verzen. (23,24)
‘Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten.
Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.’

Gezien de tijd waarin wij leven, is het niet altijd even makkelijk om in Gods waarheid te wandelen.
Als zelfs dominees /voorgangers Gods woord niet meer als 100% waarheid beschouwen, de Here Jezus afschilderen als een goed mens en niet meer als de Zoon van God, om nog maar niet te spreken over Zijn verlossingswerk.
Als er steeds meer compromissen worden gesloten betreffende Zijn woord, dingen onder de noemer ‘God is liefde’ worden weggeveegd uit de Bijbel.
Als de waarheid steeds moeilijker te horen is, en we daarom steeds waakzamer moeten zijn
Hoe belangrijk kan het dan zijn om regelmatig naar Hem toe te gaan en Hem te vragen:
‘HEERE, doorgrond mij en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg. In Jezus’ Naam. - Amen –‘

Lieve Vader in de hemel.
Wat is het soms moeilijk om Uw stem te horen te midden van het kabaal van deze wereld, van deze tijd.
Te midden van alle leugens en bedrog.
Te midden van alle onwaarheden die worden verkondigd, zelfs door mensen die als Uw dienstknechten staan opgesteld.
Ik bid U, Vader, doe ons dicht bij U leven, opdat we Uw waarheid zullen onderkennen, zullen zien, zullen horen, te midden van alle leugens en bedrog.
Help ons om waakzaam te zijn en om ons hart regelmatig open te stellen voor U, zodat U ons hart kunt onderzoeken en beproeven en ons terug kan brengen op de eeuwige weg naar U.
Ik verlang ernaar, Vader, om te leven zoals David en om net als hem te kunnen (blijven) zeggen; beproef mij maar, onderzoek mij maar, maar ik weet dat ik in Uw waarheid wandel.
U houd ik voor ogen, Uw goedertierenheid, Uw liefde, Uw genade, Uw trouw.
En waar ik misstap, Vader, belijd ik U mijn zonden, opdat ik vergeving ontvang en in Uw waarheid kan blijven wandelen.

In Jezus’ Naam bid ik U dit.

– Amen –

Heer, ik kom tot U
en bid U,
onderzoek mijn leven,
mijn gaan en staan,
en laat mij zien
of ik mij nog wel
op de juiste weg bevind.

Heer, ik kom tot U
en bid U,
peil mijn gedachten,
mijn diepste roerselen,
en laat mij zien
of U daar nog wel
vreugde in vindt.

Heer, ik kom tot U
en bid U.
Want in Uw waarheid
wil ik wandelen,
Uw liefde voor ogen houden
op alle wegen die ik ga.
Laat mij zien, o HEERE,
of ik mij nog wel
op de eeuwige weg bevind.


* >> Matthew Henri-Verklaring
* >> Het Leven

vrijdag 30 januari 2026

Geborgenheid ...

'Zelfs de man met wie ik in vrede leefde, op wie ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft mij hard nagetrapt. Maar u, HEERE, wees mij genadig, en laat mij opstaan, zodat ik het hun vergeld.'
HSV

'Zelfs mijn beste vriend, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd.
Toon mij, HEER, uw genade en laat mij opstaan, dan zal ik hun geven wat ze verdienen.'

NBV

Psalm 41:10,11


Geborgenheid:
veilig en vertrouwd.
Vertoeven
in de aanwezigheid
van iemand
die van je houdt.

Geborgenheid:
zekerheid en vastigheid.
Vertoeven
op een veilige plek,
dicht bij degene
die je liefdevol is toegewijd.

Geborgenheid is een belangrijk en kostbaar iets in ons leven, misschien wel één van de belangrijkste, kostbaarste dingen in ons leven.
Maar zoals het met veel dingen is, je weet pas hoe belangrijk, hoe kostbaar, als het er niet meer is of zelfs maar dreigt weg te vallen.
Ook zal een ieder waarschijnlijk haar/zijn eigen idee hebben over geborgenheid, maar hoe het ook zij, geborgenheid draait om veilig zijn, je veilig voelen.
Geborgenheid is veiligheid.

Op de één of andere manier is het zo, dat als ik alleen al aan dit woord denk, een warm gevoel krijg en glimlach op mijn gezicht.
Geborgenheid, geborgen.
Zoveel warmte en liefde liggen besloten in dit woord.
Zoveel veiligheid, vertrouwdheid.

Ik moet denken aan een foto die mijn oudste zoon afgelopen zomer heeft gemaakt van een vriend met zijn zoontje, dat is ongeveer het beeld dat in mij opkomt als ik denk aan het woord geborgenheid.



Beschermd,
beschut,
warm,
innig,
liefdevol omgeven- je geliefd weten en voelen,
veilig.


Het gedichtje dat ik hierbij geschreven heb, gaat ook over geborgenheid; ‘Geborgen in Vaders’ armen’ (hoe kan het ook anders) heet het.

Geborgen in je vaders armen,
veilig en zo vertrouwd.
Voelbaar is zijn liefde
als hij je in zijn armen houdt.

Je koestert je
in de warmte van zijn nabijheid,
terwijl zijn hart zich verheugd
in jouw aanwezigheid.

Weet, lieve Jefta, zoals je vader
jou in zijn armen houdt,
je daar veilig bent en geborgen,
zo is daar ook je hemelse Vader,
die altijd naar je ziet
en voor jou zal zorgen.

Als ik lees wat er deze week op het kalendertje* staat, dan lijkt het weinig te maken te hebben met het woord geborgenheid wat als titel is meegegeven, en ook de bijgevoegde tekst ter overdenking, niet.
Het verwijst naar hoe ons leven eigenlijk constant veranderd; hoe we op pijnlijke wijze worden losgetrokken van de veilige sleur.
Maar ook hoe wij daardoor de vrijheid vinden om Hem, die onveranderlijk is, te omarmen en de moed om anderen, die ooit zullen veranderen, aan Hem over te dragen.

Vroeger voelde ik me het meeste geborgen als alles liep zoals het hoorde.
Iedere maand hetzelfde salaris op de bank, mijn man aan het werk, ik thuis voor de kinderen en het liefst niet teveel nieuwe dingen.
Gewoon huisje, boompje, beestje; niets meer en niets minder.
Deze zekerheden gaven mij een bepaald gevoel van geborgenheid, want ik wist daarmee waar ik aan toe was.
Het voelde veilig en vertrouwd.
Zelfs mijn lichamelijke gesteldheid (veel rugproblemen en gewrichtsontstekingen) gaven in zekere zin mijn leven een bepaalde zekerheid.
Het was er en als het even weg was, kwam het gegarandeerd weer terug.
Dat ik dan in die dagen niets kon, hoorde daar ‘gewoon’ bij.
In deze beslotenheid van mijn leventje met man en kinders (en hond) voelde ik mij veilig en geborgen.

Maar met het verloop van de jaren werden ook mijn vingers op pijnlijke wijze losgetrokken van deze veilige sleur (zoals het kalendertje het noemt)
Mijn veilige leventje thuis bleek niet meer zo’n veilige geborgen plek te zijn.
Verwonde kinderen van het pesten en de depressiviteit die daar weer uit voortkwam, maakten ons huis tot een alles behalve geborgen plaats.
Als ik aan tafel even een kopje koffie zat te drinken, kon ik voelen wie er binnenkwam.
Zo’n ‘zware deken’ droegen zij met zich mee de kamer binnen.
Of, toen de ouders van het vriendje van onze (toen nog) puberdochter haar van ons af probeerde te nemen door haar in alles haar zin te geven, te voorzien en haar zo tegen ons op te zetten; haar meenamen, onderdoken, jeugdzorg, politie, enz.,enz.
Of de 13/14 (‘k ben de tel kwijtgeraakt) klaplongen met vier operaties ook van één van onze jongens.
Om ook maar niet te spreken van de tijd dat het met onze zaken zo slecht ging, dat we niet eens wisten of we nog wel konden blijven wonen waar we nu wonen.
Of zoals nog geen jaar geleden, dat we voor de keus stonden om één van onze zaken weg te doen, wat ook betekende je eigen zoon ontslaan plus een ander en maar hopen en bidden dat de volgende werkgever ons oude personeel maar over zou nemen.
(wat gelukkig wel is gebeurd en ook hebben ze weer werk gevonden)

Zekerheden vielen weg.
Mijn veilige thuis was niet meer zo veilig, want alles wat zeker en vertrouwd was viel weg of leek weg te vallen.
Mijn (ons) leven werd (en wordt) geschud aan alle kanten.
Als ik dit stukje lees, dan ervaar ik met alles wat er is gebeurd, dat mijn vingers één voor één op een zeer pijnlijke manier werden losgepeuterd van alle zekerheden die mijn leven had, of misschien moet ik eigenlijk zeggen, de zekerheden waarop ik mijn vertrouwen meer stelde dan ik dacht.
(En ik geloof dat dit proces doorgaat tot wij onze laatste adem uitblazen, want ik geloof dat het Gods verlangen is dat ons geloof en vertrouwen in Hem groeit en dat wij onze toevlucht bij Hem zoeken zodat wij  echte geborgenheid vinden)
Toen bleek, dat ik mijn geborgenheid zowel in de veiligheid van mijn eigen omgeving zocht als bij God.
Geborgenheid vinden bij God als alles goed en voorspoedig gaat is niet zo moeilijk; het gevoel van veiligheid is er immers al.
Maar je geborgenheid vinden bij Hem als ‘alle’ zekerheden rondom je wegvallen, dan wordt het een ander verhaal.

Als wij onze geborgenheid bij mensen of dingen zoeken, zullen we altijd worden teleurgesteld, want mensen en situaties zijn aan veranderingen onderhevig.
Dat is wat we ook zien terugkomen in het woord hierboven.
David schrijft hier over een vriend die hij vertrouwde, met wie hij at en dronk, bij wie hij zich ongetwijfeld veilig voelde en een stuk geborgenheid vond, maar die zich tegen hem keerde, hem verried.
Geborgenheid betekend je veilig voelen, op je gemak, maar hoe kun je je nog veilig voelen als je vrienden je verraden?
Wat wordt je vertrouwen in mensen beschadigd als deze dingen gebeuren en wat wordt het moeilijk om opnieuw iemand te vertrouwen.

De pijn van verraad is iets wat Jezus ook kent.
Eén van Zijn discipelen, die jaren met Hem is opgetrokken, verried Hem met een kus.
Een kus nota bene, het teken van genegenheid, van liefde!
Hoe hard kun je op iemands ziel trappen!

Als je het goed bekijkt dan is het heel moeilijk om hier op deze aarde een plaats te vinden waar je je geborgen mag weten.
Je ergens geborgen voelen, bij iemand of op een plaats, is wisselend, want niets is in dit leven blijvend.
Eigenlijk is er maar één plaats, één plek, waar een mens echte geborgenheid kan vinden.
Een geborgenheid die blijvend en onveranderlijk is.
En dat is bij God.

Dat is wat we mogen leren zien als onze vingers stukje bij beetje worden losgepeuterd van mensen of dingen bij wie wij onze veiligheid, onze geborgenheid zoeken.
God wil dat wij ons vertrouwen niet op mensen of op dingen stellen, maar op Hem!
Want Hij is Degene die onveranderlijk is, betrouwbaar en trouw, vol medelijden, liefde en geduld.
Als we bij Hem onze toevlucht zoeken, dan zullen we geborgenheid vinden ongeacht de situatie of omstandigheden.

Ik moet denken aan Psalm 91 waar staat:
‘Hij bedekt je met Zijn vleugels, onder Zijn hoede ben je veilig; Zijn trouw is een schild, een pantser.’
Kun je je er een voorstelling van maken?

In de jaren die achter ons liggen, kon ik ’s avonds in mijn bed kruipen, mijn ogen sluiten en als het ware hier helemaal in wegkruipen, want hier was het veilig, hier was ik geborgen.
Als het kind op de foto in de armen van zijn vader, zo voelde ik mij dan.
Als alles om je heen onveilig en onzeker is, visualiseer deze tekst dan eens.
Sluit je ogen en zie, voel, hoe Hij je met Zijn vleugels bedekt.
Hoe Hij met Zijn vleugels een veilige ruimte schept voor jou waarin je even afgesloten bent van alles wat er om je heen gebeurt.
Zijn trouw maakt de vleugels tot een schild, een pantser, waar niets of niemand doorheen kan komen.
Wind, kou en regen, alles wat je belaagd, houdt Hij bij je weg.
En er ontstaat als het ware een veilige cocon waarin je je geborgen voelt, omdat de ruimte gevuld is met Zijn liefde, Zijn trouw, Zijn zorg.

O, dit is ook de reden waarom het woord geborgenheid mij zo’n warm gevoel geeft van binnen en een glimlach op mijn gezicht brengt, want ik weet mij geborgen in Hem, bij Hem.

Jezus is voor mijn zonden gestorven aan het kruis op Golgotha.
De weg naar de Vader heeft Hij vrijgemaakt.
Door Hem is er altijd een plaats waar ik veilig en geborgen, namelijk bij Hem.

Zijn woord staat vol bemoedigingen waardoor we ons veilig en geborgen mogen voelen, mogen weten.
Ik wil je daar nog even mee naar toe nemen.
Voel de geborgenheid die uitgaat van deze woorden, ze zijn waarheid en eeuwig en onveranderlijk.

Psalm 27:5:
'Word ik bedreigt, Hij verbergt me in Zijn huis; op de rots waar Hij woont, laat Hij mij schuilen.'
Veilig, schuilend bij Hem!

Psalm 62:2,3:
'Bij God alleen kom ik tot rust, Hij is mijn behoud.
Hij is voor mij een rots, een toevluchtsoord, een vesting: Hoe zou ik dan bezwijken!'

Rust, leven, veiligheid en gesterkt worden!

Psalm 94:18,19:
'Steeds als ik dacht te bezwijken, hield Uw liefde mij staande. Als ik ten einde raad was, beurden Uw troostende woorden me op.'
Liefde, troost!

Psalm 139:5:
'U bent om me heen, U bent voor me en achter me, en Uw hand ligt op mijn schouder.'
Zekerheid, Hij is er altijd!

Psalm 131:2:
'Mijn hart is tot rust gekomen, ik ben niet langer gejaagd; als een kind in de armen van zijn moeder,
zo rustig ben ik.'
Veilig en geborgen!
Tot rust komen in die geborgenheid!

Geborgenheid, gevoel van veilig zijn, van veiligheid.
Op deze wereld wisselen, veranderlijk, aan van alles en nog wat onderhevig, maar bij God altijd te vinden.
Elk moment, het zij overdag of ’s nachts, het maakt niet uit, want Hij is er altijd.

Lieve Vader in de hemel.
Stukje bij beetje peutert U in Uw liefde mijn vingers los van alles waar ik mijn veiligheid en zekerheid in zocht om mijn handen, mijn armen vrij te maken om U te kunnen omarmen.
Het proces doet zeer en kan soms heel beangstigend zijn, maar ik mag weten dat Uw eeuwige armen onder mij zijn.
De geborgenheid die ik hier in deze wereld zoek en vind is veranderlijk doordat niets ooit het zelfde is of blijft.
Maar U bent een eeuwige God, onveranderlijk en betrouwbaar.
U bent niet als het wisselen van de seizoenen, zoals onze omstandigheden of onze gevoelens, maar voor eeuwig en altijd dezelfde.
Zo zal ik in U, bij U, altijd geborgen zijn.
Bewaar mij, o God, als Uw liefst bezit, verberg mij onder Uw veilige vleugels.*
Daar ben ik veilig en geborgen.
Dank U, Vader, dat U onveranderlijk bent, eeuwig en trouw.
Dank U, voor Uw liefde; U bent mijn toevlucht, mijn rots, mijn vesting.
Mijn schuilplaats.

– Amen –

Geborgenheid:
verblijven in Zijn nabijheid.
Vertoeven
in de schaduw
van Zijn vleugels,
in de bescherming van
Zijn aanwezigheid.

Ieder mens verlangt naar geborgenheid, maar nergens anders zullen we zo geborgen zijn als onder de veilige vleugels van onze hemelse Vader.
Zoek je toevlucht bij Hem en vindt de geborgenheid die een mens zo nodig heeft. 



   


* >> Kalender waar deze Overdenking uit voort komt

* Psalm 17:8 - GNB


zaterdag 24 januari 2026

Geestelijke Gevoeligheid

'Was mij schoon van mijn ongerechtigheid, reinig mij van mijn zonde.
Want ik ken mijn overtredingen, mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.
Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat kwaad is in Uw ogen,
zodat U rechtvaardig bent wanneer U rechtspreekt en rein bent wanneer U oordeelt.'

HSV

'Was al mijn zonden af, maak me weer rein.
Ik ken mijn schuld toch, ze staat mij steeds voor ogen.
Tegen U heb ik gezondigd, tegen U alleen, want ik heb gedaan wat U verafschuwt.
Terecht hebt U me veroordeeld, Uw vonnis is juist.'

GNB

Psalm 51:4-6

Bewust worden, bewust zijn van je zonden.
Hoe gevoelig zijn we daarvoor?
Hoeveel tijd zit er tussen zonde en berouw?
Dat is waar Beth Moore* op doelt met ‘Geestelijke fijngevoeligheid’. 

Davids woorden komen nadat de profeet Nathan, gezonden door God, hem heeft gewezen op zijn zonden, overspel met Bathseba en de moord op Uria. (>> 2 Samuël 11, 12:1-23)
De profeet Nathan komt bij David en aan de hand van een verhaal, waarin hij inspeelt op Davids gevoel voor rechtvaardigheid, wijst hij de zonden in Davids leven aan.
David zoekt geen uitvluchten, noch komt hij met allerlei excuses, nee, hij zegt heel eenvoudig: ‘Ik heb gezondigd tegen de Heere.’
Hij belijd zijn zonde en het wordt hem terstond vergeven.
(Zijn daden hadden echter ook gevolgen en consequenties, maar daar kom ik verderop op terug)

Dat Davids berouw dieper gaat dan alleen dit ene zinnetje, blijkt uit Psalm 51, die hij heeft geschreven nadat de profeet Nathan hem had onderhouden over zijn overspel met Bathseba.
Hij smeekt om Gods medelijden, terwijl hij God als het ware wijst op Zijn goedheid, Zijn liefde.
Nadat Nathan hem had gewezen op zijn zonden, staan ze hem voortdurend voor ogen, ze achtervolgen hem als het ware.
Zijn zondebesef ging heel diep; '… zondig ben ik geboren, schuldig vanaf de moederschoot …'
Hij beseft dat God alleen maar van hem verlangt dat hij oprecht is.
Ook vreugde kent hij niet meer: ‘… laat mij weer blij zijn, open mijn hart weer voor vreugde …’
Hij beseft, dat God niet in de eerste plaats naar brandoffers en vleesoffers verlangt, maar naar een offer van berouw; naar een gebroken en een verbrijzeld hart.
David beseft ten volle dat hij gezondigd heeft tegen God en dat God eigenlijk alle recht heeft om Zich van hem af te keren.
En David smeekt God om hem niet van Zich af te stoten, Zijn Heilige Geest niet van hem af te nemen.

Hoor hem smeken …
Wis mijn fouten uit.
Was al mijn zonden af.
Maak me weer rein.
Ik ken mijn schuld.
Tegen U heb ik gezondigd.
Besprenkel mij, was mij, dan word ik weer rein.
Spaar mijn leven.
Berouw is het offer dat U verlangt.
Een gebroken en een verbrijzeld hart veracht U niet, o God.

Kennen wij dit?
Kennen wij zulk een diep besef en berouw over onze zonden?
Staan wij open voor vermaning?
Mag God ons, ook door een ander heen, op onze zonden wijzen, of steigeren we gelijk al bij het idee en hebben we zoiets als, dat maakt God mijzelf dan wel duidelijk?

Nu zijn overspel met een zwangerschap tot gevolg en moord wel twee heel duidelijk zichtbare zonden, maar zijn voor God eigenlijk in wezen niet alle zonden gelijk?
Zelfs de kleinste zonde brengt scheiding tussen God en ons en zelfs voor de kleinste zonde moest de Here Jezus de kruisdood sterven.

We zijn ons ook lang niet altijd bewust van de zonden die we begaan.
Er zijn ook vele verborgen zonden in ons leven.
Ik moet hier aan denken, omdat David ook dit specifiek noemt in één van zijn andere Psalmen en daar ook vraagt of God hem zijn verborgen zonden wil vergeven.
Psalm 19:13 - ‘Zuiver mij van mijn verborgen zonden, want iedereen maakt fouten zonder het te weten.’
Hoe zeer zijn wij ons nog bewust van onze zonden, bewust of onbewust, en hebben we nog oprecht berouw?
En leidt ons berouw dan ook tot af keren van en het accepteren van eventuele gevolgen?

We leven in een tijd van compromissen en veel zaken, waarover Gods woord eigenlijk heel duidelijk is, wordt onder het mom van ‘om erger te voorkomen’ getolereerd en in aangepaste vorm geaccepteerd.
We doen concessies met tv kijken onder het mom van ‘het is maar een film, het is niet echt’ en we sluiten compromissen met onszelf en praten onszelf zo schoon.
En dit geldt voor zo vele dingen.
Het gevolg is echter dat we steeds minder gevoelig worden voor wat Gods woord zegt over wat zonden zijn, wat zondig is.
Wat Hem verdriet doet, wat scheiding brengt tussen Hem en ons.
'Wees waakzaam', zegt Petrus, 'wees waakzaam!'
Ja, aan de ene kant gaat de satan rond als een brullende leeuw en aan de andere kant sluipt hij als een stille moordenaar rond in onze huizen en verleidt ons met onze tv, onze computer, onze muziek, onze …

Hoe gevoelig zijn we nog voor De zachte stem van Gods Geest?
Horen we Hem nog wel, of zou Hij steeds harder tegen ons moeten schreeuwen?
Al hebben we dan wel een probleem, want Gods Geest is een gentleman, Die Zich niet opdringt, Die Zich niet verheft om maar gehoord te willen worden, Die ons de ruimte geeft voor onze eigen wil en keuzes.
En hoe langer een zonde in ons leven blijft bestaan, hoe moeilijker het ook kan zijn om er vanaf te komen en hoe groter ook de gevolgen kunnen zijn.

De gevolgen voor Davids zonden waren groot.
De verzen 10 t/m 14 spreken hierover, maar wat David en Bathseba als eerste hard treft, is het sterven van hun zoon.
Om wat David gedaan had, zou zijn zoon sterven.
Zijn kind wordt ziek en na zeven dagen sterft hij.
Wat ik zo ontzettend bijzonder vind, is hoe David hier mee omgaat.
Ook daarin ligt een enorme les voor ons.

De profeet Nathan gaat naar huis en Davids zoon wordt ernstig ziek.
Het eerste dat David gaat doen is bidden en heel streng vasten.
De Bijbel zegt zelfs dat David op de grond ging liggen en al die tijd dat zijn zoon ziek was, bleef hij daar liggen voor het aangezicht van God en at niet.
Het kind was voor zeven dagen ziek voor het stierf en toen het gestorven was, durfden Davids dienaren het niet eens tegen hem te zeggen, bevreesd als zij waren voor Davids reactie.
Hij had al die tijd niet naar hen willen luisteren, hoe zouden ze hem nu moeten zeggen dat zijn zoon dood is.
Ze waren gewoon bang dat hij zichzelf iets aan zou doen.
Maar David merkt dat er iets en hij vraagt of zijn zoon dood is.
Zijn dienaren bevestigen dat en gelijk staat David op van de grond, wast zich, zalft zich en trekt schonen kleding aan.
Vervolgens gaat hij naar Gods huis en kniel neer en bid.
Daarna gaat hij weer naar huis, vraagt om eten en eet.

Zijn dienaren begrijpen er niets van en vragen er dan ook naar.
‘Zeven dagen en nachten huilt, vast en bidt u en nu het kind dood is doet u alsof er niets aan de hand is en eet.'
Davids antwoord raakt mij heel diep (2 Samuel 12:22,23); hij antwoordt hen: ‘Toen het kind nog leefde, vastte ik en stortte ik tranen. Ik dacht: Wie weet is de HEER me genadig en blijft het kind in leven. Maar nu het dood is, wat zou ik nu nog vasten? Daarmee kan ik het toch niet terughalen. Ik ga naar hem toe; hij komt niet terug bij mij.’
Als zijn kind ziek wordt, zoekt David Gods aangezicht en bid en smeekt hij of God hem, zijn kind, genadig wilt zijn en het weer beter zal maken, maar hij aanvaard het ook als God het niet doet.
Hij weet dat hij gezondigd heeft en hij accepteert de gevolgen daarvan.
Hij weet dat God rechtvaardig is en hij onderwerpt zich aan God.
Ik vind dit zo bijzonder!
God spreekt Zijn oordeel uit over David, David bidt en smeekt, maar accepteer ook Gods rechtvaardige oordeel.

Onze God is een rechtvaardige God.
Onze zonden worden niet meer zo direct bestraft als toen.
De komst van de Here Jezus heeft dat veranderd.
Ons oordeel op de zonde wacht ons na dit leven als eenieder van ons zal moeten verschijnen voor de rechterstoel van God.
David vreesde God niet, noch Zijn oordeel, want hij wist dat God een rechtvaardig God was, maar ook een liefdevol en genadig God.
Davids zonde werd hem vergeven, zijn kind stierf daarvoor en zijn hele huis en geslacht werd getroffen door de gevolgen van zijn keuzes, maar God liet hem niet aan zijn lot over.
David was, ondanks al zijn fouten en gebreken een man naar Gods hart.
En dit was, geloof ik, alleen maar zo, omdat David openstond voor Gods leiding én terechtwijzingen.
David heeft veel verkeerde keuzes gemaakt in zijn leven en zijn gezin was allesbehalve een voorbeeld gezin, maar hij was en bleef God trouw tot in de dood en was gevoelig voor de stem van Gods geest als het ging om zijn zonden en ongerechtigheden.

Steeds opnieuw lezen we over David hoe hij God bid en smeekt om vergeving van zijn zonden en ongerechtigheden, zelfs die verborgen waren.
Hij vroeg God om het hem te laten zien: 'Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.’
David bezat een geestelijke gevoeligheid die hem heel dicht bij God hield en zorgde voor een bijzondere relatie met Hem, waardoor hij genoemd werd ‘een man naar Gods hart’.
O, wat verlang ik daar ook naar, een vrouw te zijn naar Gods hart.
Jij ook?

Lieve Vader in de hemel.
Wat verlang ik er ook naar om een vrouw te zijn, te worden, naar Uw hart.
Ik dank U, voor het getuigenis van Davids leven zoals dat opgeschreven staat in Uw woord.
David, een man naar Uw hart, en tegelijkertijd een mens als wij, met alle fouten en gebreken.
Wat kunnen we veel leren van zijn leven, van zijn woorden, van wie hij was, maar bovenal van zijn relatie met U.
Dank U, Vader, dat U werkelijk op alle mogelijke manieren naar ons toe komt en ons tegemoet komt.
En ik bid U om geestelijke gevoeligheid, zodat ik Uw zachte stem zal horen en verstaan en leer mij om ook te luisteren en te gehoorzamen.
Ik verlang naar een relatie met U, die steeds intiemer zal zijn en naar een leven dat steeds heiliger zal worden.
Ik verlang te zijn, een vrouw naar Uw hart.

In Jezus’ Naam.

– Amen – 

Schep in mij, o God,
een rein en nieuw hart;
zuiver en reinig mij ook
van mijn verborgen zonden.
Maak mijn hart ontvankelijk
voor de stem van Uw Geest;
zacht en gevoelig, tot inkeer
van zonden en berouw.
Zodat het iedere dag
met U zal zijn verbonden.


*  >> Kalender Beth Moore

donderdag 15 januari 2026

Hulp ...

'Als de HEERE niet mijn Helper was geweest, had mijn ziel bijna in de stilte gewoond.
Toen ik zei: Mijn voet wankelt, ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE.'

HSV

'Heer, als U me niet te hulp gekomen was, ik had mijzelf tot de doden moeten rekenen.
Steeds als ik dacht te bezwijken, hield Uw liefde me staande.'

GNB

Psalm 94:17,18

Er zijn vele momenten in mijn (ons) leven geweest waarvan ik kan zeggen:
‘Heere, als U mij niet te hulp was gekomen, als U niet mijn Helper was geweest, dan …
Steeds als ik dacht te bezwijken, hield Uw liefde mij staande.’
Velen van ons zullen die momenten ook wel kennen, het gevoel hebben van niet meer verder te kunnen, er aan onderdoor te gaan, of met de woorden van de Psalmist te spreken, te bezwijken.
Misschien ga jij nu wel door zo’n periode heen, waarin je het gevoel hebt niet meer verder te kunnen en sta je voor je gevoel aan de afgrond en je voelt je voet wankelen.
Eén keer zwikken en je stort die afgrond in …
Je weet wel dat God je Helper is en je weet wel dat Hij voor je zorgt en je kent de Bijbel wel en al die mooie bemoedigende teksten, maar je gevoel zegt je dat het bijna voorbij is en je het einde van je kunnen nadert.
Nog één dingetje en …

Of misschien lees je dit en ken je God helemaal niet.
Ben je hier ‘toevallig’ terecht gekomen omdat je iets zocht of …, en herken je jezelf in deze woorden en is er iets dat je ‘trekt’ om verder te lezen, omdat je zoiets hebt, van ‘ik heb toch niets meer te verliezen’.
Eén ding weet ik zeker, hoe je hier ook bent gekomen en om wat voor reden dan ook, niets gebeurd bij toeval.
God heeft jou hier gebracht om je te vertellen, het zij voor het eerst of voor de zoveelste keer, dat Hij jou ziet!
Jou, je situatie, je pijn, je verdriet, je moeiten, je zorgen, je ellende, ja, alles ziet Hij en Hij kent elk detail van jouw leven.
Niets is voor Hem verborgen.
En vandaag, nu, op dit moment wil Hij jou ontmoeten en jou vertellen dat Hij van je houdt, je wil helpen en voor jou wil zorgen.

O, wat wil God graag Degene voor jou zijn als Hij was voor de Psalmist!
Wat verlangt Hij daar naar!
Hij houdt immers zoveel van jou!

Je hoeft het niet te begrijpen hoe dat nu zou kunnen, het is gewoon zo.
Je hoeft er ook niets voor te doen, noch te laten.
Je kunt ook niets doen waardoor Hij meer van je gaat houden en er is ook niets dat je kunt doen, waardoor Hij minder van je gaat houden.
Hij houdt van jou en wil je Helper zijn.
Hij verlangt ernaar om vreugde en vrede te brengen in jouw leven.
Hoop en toekomst.

Voel je zachtjes die hand aan je kin, die hem zachtjes aanraakt?
Nee, het is geen dwingend gevoel, God dwingt niemand om Hem aan te kijken, maar gewoon heel zachtjes als een tinteling, een briesje wind wat langs je hals, je kin, strijkt.
Kijk omhoog, naar boven en niet meer naar de grond; daar is geen hulp.
Nee, kijk omhoog en zie Hem.
Hij zal Zich op de één of andere manier aan jou laten zien.
Een zonnestraal, een vlinder, een vogeltje, een duif.
Een belletje, een kaartje, een mailtje, deze woorden, de Bijbelverzen hierboven …
God is een God die ook door anderen en andere dingen Zich laat zien.
Zijn hulp komt soms op de vreemdste manieren en op een tijdstip dat je het niet, of niet meer, verwacht.
Maar Hij komt!

Het is echter aan jou de keus of je die toegestoken hand wil vastgrijpen of niet.
God zal je niet dwingen, al heeft Hij nog zoveel verdriet om een ieder die Zijn hand wegduwt in plaats van vastgrijpt.
Hoeveel pijn en verdriet het Hem ook doet, Hij zal je keuze respecteren en geduldig blijven wachten tot je het opgeeft met zelf te vechten en je Zijn hand vastgrijpt, zodat Hij je uit die kolkende woeste golven, die je dreigen te verdrinken, kan trekken.
Hij wil je schoonwassen met het bloed van Zijn Zoon, Jezus, Die voor al jouw zonden is gestorven en Hij wil je Zijn mantel van verlossing, van bevrijding, van gerechtigheid, aandoen.
Zijn Geest wil Hij je geven om in je te wonen, zodat je nooit en ook nooit meer alleen zult zijn, want Hij is altijd in je.
Zijn Geest zal je kracht zijn, je troost, je sterkte, je bijstand, je onderwijzer.
Zijn Geest zal je binnenste vullen met vrede, een vrede die alle verstand te boven gaat.
Een vrede die van God Zelf komt.
Een vrede, niet zoals de wereld hem kent, maar alleen zoals Jezus hem kan geven.

Nee, je problemen zullen niet in één keer weg zijn of opgelost, maar je zult er niet meer alleen doorheen hoeven te gaan en de lasten zul je niet meer alleen hoeven te dragen, want Hij zal je Helper zijn.
Zijn liefde zal je staande houden.
Ook al denk je dat je zult bezwijken, Hij zal je nooit meer te dragen geven dan je aankunt.
En met alle moeiten, zorgen, problemen, pijn en verdriet, zal Hij ook voor de uitkomst zorgen.
Het enige dat Hij van jou vraagt is geloof en vertrouwen.
Kom, Hij wacht.


Lieve Vader in de hemel.
O, wat verlangt U ernaar dat wij met alles naar U toe komen.
Met al onze zorgen, onze beslommeringen, onze moeiten en pijnen, ons verdriet.
Ach, Heere, met alles.
Niets is voor U te min of te klein, want Uw liefde voor ons is zo oneindig groot, dat alles wat ons aangaat of ons betreft, U in het hart raakt.
Maar U respecteer ook onze keuze om het zelf te willen doen.
Het doet U oneindig veel verdriet, maar U respecteert het, en wacht …
Welk een liefde ligt er ook in dat wachten.
Hoe 'moeilijk' moet dit ook voor U zijn, kunnen helpen, willen helpen, maar niet mogen helpen omdat de ander Uw hand wegduwt en het niet wilt.
O Vader, ik ken slechts een kleine fractie van die pijn en dat verdriet als ouder.
Maar bij U, het gaat zoveel dieper, is zoveel groter, omdat U de reikwijdte van alles kent, van wat wij onszelf aandoen en te kort doen.
Heere, Vader God, ik bid U voor een ieder die Uw hulp nodig heeft; of ze U nu kennen of niet.
Heere, allemaal zullen we op de juiste tijd hulp van U ontvangen als wij onze hulp zoeken bij U.
U laat niemand in de kou staan.
Uw liefdevolle Vaderhart wacht op een ieder die zich buigt en erkent dat hij/zij het zelf niet kan.
En de hemel zal juichen van vreugde bij elk mensenkind dat zich tot U keert.
En de lofgezangen zullen door de hemel klinken bij het getuigenis van hun mond, als zij gaan vertellen over de redding die U heeft gebracht.
Over de hulp, die U heeft geschonken.
Over de liefde van U, die hen staande hield.
O Vader, laat zo Uw liefde door deze woorden heen klinken en mensenharten raken en tot U trekken.
In Jezus' Naam.

- Amen - 

Als de grond onder je wegzakt
en je voeten wankelen.
Als je niet meer verder kunt;
en denkt, nu is alles voorbij.

Als de stilte je ziel bijna heeft omhuld
en diepe duisternis haar vergezeld.
Als het leven ondraaglijk wordt
en het einde nabij.

Weet dan,
er is er Eén Wiens liefde
jou staande kan houden
als jij denkt te bezwijken.
Geef je over aan Hem,
Op Zijn hulp kun je rekenen.
Zijn liefde en trouw
zullen niet van je wijken.