vrijdag 30 januari 2026

Geborgenheid ...

'Zelfs de man met wie ik in vrede leefde, op wie ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft mij hard nagetrapt. Maar u, HEERE, wees mij genadig, en laat mij opstaan, zodat ik het hun vergeld.'
HSV

'Zelfs mijn beste vriend, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd.
Toon mij, HEER, uw genade en laat mij opstaan, dan zal ik hun geven wat ze verdienen.'

NBV

Psalm 41:10,11


Geborgenheid:
veilig en vertrouwd.
Vertoeven
in de aanwezigheid
van iemand
die van je houdt.

Geborgenheid:
zekerheid en vastigheid.
Vertoeven
op een veilige plek,
dicht bij degene
die je liefdevol is toegewijd.

Geborgenheid is een belangrijk en kostbaar iets in ons leven, misschien wel één van de belangrijkste, kostbaarste dingen in ons leven.
Maar zoals het met veel dingen is, je weet pas hoe belangrijk, hoe kostbaar, als het er niet meer is of zelfs maar dreigt weg te vallen.
Ook zal een ieder waarschijnlijk haar/zijn eigen idee hebben over geborgenheid, maar hoe het ook zij, geborgenheid draait om veilig zijn, je veilig voelen.
Geborgenheid is veiligheid.

Op de één of andere manier is het zo, dat als ik alleen al aan dit woord denk, een warm gevoel krijg en glimlach op mijn gezicht.
Geborgenheid, geborgen.
Zoveel warmte en liefde liggen besloten in dit woord.
Zoveel veiligheid, vertrouwdheid.

Ik moet denken aan een foto die mijn oudste zoon afgelopen zomer heeft gemaakt van een vriend met zijn zoontje, dat is ongeveer het beeld dat in mij opkomt als ik denk aan het woord geborgenheid.



Beschermd,
beschut,
warm,
innig,
liefdevol omgeven- je geliefd weten en voelen,
veilig.


Het gedichtje dat ik hierbij geschreven heb, gaat ook over geborgenheid; ‘Geborgen in Vaders’ armen’ (hoe kan het ook anders) heet het.

Geborgen in je vaders armen,
veilig en zo vertrouwd.
Voelbaar is zijn liefde
als hij je in zijn armen houdt.

Je koestert je
in de warmte van zijn nabijheid,
terwijl zijn hart zich verheugd
in jouw aanwezigheid.

Weet, lieve Jefta, zoals je vader
jou in zijn armen houdt,
je daar veilig bent en geborgen,
zo is daar ook je hemelse Vader,
die altijd naar je ziet
en voor jou zal zorgen.

Als ik lees wat er deze week op het kalendertje* staat, dan lijkt het weinig te maken te hebben met het woord geborgenheid wat als titel is meegegeven, en ook de bijgevoegde tekst ter overdenking, niet.
Het verwijst naar hoe ons leven eigenlijk constant veranderd; hoe we op pijnlijke wijze worden losgetrokken van de veilige sleur.
Maar ook hoe wij daardoor de vrijheid vinden om Hem, die onveranderlijk is, te omarmen en de moed om anderen, die ooit zullen veranderen, aan Hem over te dragen.

Vroeger voelde ik me het meeste geborgen als alles liep zoals het hoorde.
Iedere maand hetzelfde salaris op de bank, mijn man aan het werk, ik thuis voor de kinderen en het liefst niet teveel nieuwe dingen.
Gewoon huisje, boompje, beestje; niets meer en niets minder.
Deze zekerheden gaven mij een bepaald gevoel van geborgenheid, want ik wist daarmee waar ik aan toe was.
Het voelde veilig en vertrouwd.
Zelfs mijn lichamelijke gesteldheid (veel rugproblemen en gewrichtsontstekingen) gaven in zekere zin mijn leven een bepaalde zekerheid.
Het was er en als het even weg was, kwam het gegarandeerd weer terug.
Dat ik dan in die dagen niets kon, hoorde daar ‘gewoon’ bij.
In deze beslotenheid van mijn leventje met man en kinders (en hond) voelde ik mij veilig en geborgen.

Maar met het verloop van de jaren werden ook mijn vingers op pijnlijke wijze losgetrokken van deze veilige sleur (zoals het kalendertje het noemt)
Mijn veilige leventje thuis bleek niet meer zo’n veilige geborgen plek te zijn.
Verwonde kinderen van het pesten en de depressiviteit die daar weer uit voortkwam, maakten ons huis tot een alles behalve geborgen plaats.
Als ik aan tafel even een kopje koffie zat te drinken, kon ik voelen wie er binnenkwam.
Zo’n ‘zware deken’ droegen zij met zich mee de kamer binnen.
Of, toen de ouders van het vriendje van onze (toen nog) puberdochter haar van ons af probeerde te nemen door haar in alles haar zin te geven, te voorzien en haar zo tegen ons op te zetten; haar meenamen, onderdoken, jeugdzorg, politie, enz.,enz.
Of de 13/14 (‘k ben de tel kwijtgeraakt) klaplongen met vier operaties ook van één van onze jongens.
Om ook maar niet te spreken van de tijd dat het met onze zaken zo slecht ging, dat we niet eens wisten of we nog wel konden blijven wonen waar we nu wonen.
Of zoals nog geen jaar geleden, dat we voor de keus stonden om één van onze zaken weg te doen, wat ook betekende je eigen zoon ontslaan plus een ander en maar hopen en bidden dat de volgende werkgever ons oude personeel maar over zou nemen.
(wat gelukkig wel is gebeurd en ook hebben ze weer werk gevonden)

Zekerheden vielen weg.
Mijn veilige thuis was niet meer zo veilig, want alles wat zeker en vertrouwd was viel weg of leek weg te vallen.
Mijn (ons) leven werd (en wordt) geschud aan alle kanten.
Als ik dit stukje lees, dan ervaar ik met alles wat er is gebeurd, dat mijn vingers één voor één op een zeer pijnlijke manier werden losgepeuterd van alle zekerheden die mijn leven had, of misschien moet ik eigenlijk zeggen, de zekerheden waarop ik mijn vertrouwen meer stelde dan ik dacht.
(En ik geloof dat dit proces doorgaat tot wij onze laatste adem uitblazen, want ik geloof dat het Gods verlangen is dat ons geloof en vertrouwen in Hem groeit en dat wij onze toevlucht bij Hem zoeken zodat wij  echte geborgenheid vinden)
Toen bleek, dat ik mijn geborgenheid zowel in de veiligheid van mijn eigen omgeving zocht als bij God.
Geborgenheid vinden bij God als alles goed en voorspoedig gaat is niet zo moeilijk; het gevoel van veiligheid is er immers al.
Maar je geborgenheid vinden bij Hem als ‘alle’ zekerheden rondom je wegvallen, dan wordt het een ander verhaal.

Als wij onze geborgenheid bij mensen of dingen zoeken, zullen we altijd worden teleurgesteld, want mensen en situaties zijn aan veranderingen onderhevig.
Dat is wat we ook zien terugkomen in het woord hierboven.
David schrijft hier over een vriend die hij vertrouwde, met wie hij at en dronk, bij wie hij zich ongetwijfeld veilig voelde en een stuk geborgenheid vond, maar die zich tegen hem keerde, hem verried.
Geborgenheid betekend je veilig voelen, op je gemak, maar hoe kun je je nog veilig voelen als je vrienden je verraden?
Wat wordt je vertrouwen in mensen beschadigd als deze dingen gebeuren en wat wordt het moeilijk om opnieuw iemand te vertrouwen.

De pijn van verraad is iets wat Jezus ook kent.
Eén van Zijn discipelen, die jaren met Hem is opgetrokken, verried Hem met een kus.
Een kus nota bene, het teken van genegenheid, van liefde!
Hoe hard kun je op iemands ziel trappen!

Als je het goed bekijkt dan is het heel moeilijk om hier op deze aarde een plaats te vinden waar je je geborgen mag weten.
Je ergens geborgen voelen, bij iemand of op een plaats, is wisselend, want niets is in dit leven blijvend.
Eigenlijk is er maar één plaats, één plek, waar een mens echte geborgenheid kan vinden.
Een geborgenheid die blijvend en onveranderlijk is.
En dat is bij God.

Dat is wat we mogen leren zien als onze vingers stukje bij beetje worden losgepeuterd van mensen of dingen bij wie wij onze veiligheid, onze geborgenheid zoeken.
God wil dat wij ons vertrouwen niet op mensen of op dingen stellen, maar op Hem!
Want Hij is Degene die onveranderlijk is, betrouwbaar en trouw, vol medelijden, liefde en geduld.
Als we bij Hem onze toevlucht zoeken, dan zullen we geborgenheid vinden ongeacht de situatie of omstandigheden.

Ik moet denken aan Psalm 91 waar staat:
‘Hij bedekt je met Zijn vleugels, onder Zijn hoede ben je veilig; Zijn trouw is een schild, een pantser.’
Kun je je er een voorstelling van maken?

In de jaren die achter ons liggen, kon ik ’s avonds in mijn bed kruipen, mijn ogen sluiten en als het ware hier helemaal in wegkruipen, want hier was het veilig, hier was ik geborgen.
Als het kind op de foto in de armen van zijn vader, zo voelde ik mij dan.
Als alles om je heen onveilig en onzeker is, visualiseer deze tekst dan eens.
Sluit je ogen en zie, voel, hoe Hij je met Zijn vleugels bedekt.
Hoe Hij met Zijn vleugels een veilige ruimte schept voor jou waarin je even afgesloten bent van alles wat er om je heen gebeurt.
Zijn trouw maakt de vleugels tot een schild, een pantser, waar niets of niemand doorheen kan komen.
Wind, kou en regen, alles wat je belaagd, houdt Hij bij je weg.
En er ontstaat als het ware een veilige cocon waarin je je geborgen voelt, omdat de ruimte gevuld is met Zijn liefde, Zijn trouw, Zijn zorg.

O, dit is ook de reden waarom het woord geborgenheid mij zo’n warm gevoel geeft van binnen en een glimlach op mijn gezicht brengt, want ik weet mij geborgen in Hem, bij Hem.

Jezus is voor mijn zonden gestorven aan het kruis op Golgotha.
De weg naar de Vader heeft Hij vrijgemaakt.
Door Hem is er altijd een plaats waar ik veilig en geborgen, namelijk bij Hem.

Zijn woord staat vol bemoedigingen waardoor we ons veilig en geborgen mogen voelen, mogen weten.
Ik wil je daar nog even mee naar toe nemen.
Voel de geborgenheid die uitgaat van deze woorden, ze zijn waarheid en eeuwig en onveranderlijk.

Psalm 27:5:
'Word ik bedreigt, Hij verbergt me in Zijn huis; op de rots waar Hij woont, laat Hij mij schuilen.'
Veilig, schuilend bij Hem!

Psalm 62:2,3:
'Bij God alleen kom ik tot rust, Hij is mijn behoud.
Hij is voor mij een rots, een toevluchtsoord, een vesting: Hoe zou ik dan bezwijken!'

Rust, leven, veiligheid en gesterkt worden!

Psalm 94:18,19:
'Steeds als ik dacht te bezwijken, hield Uw liefde mij staande. Als ik ten einde raad was, beurden Uw troostende woorden me op.'
Liefde, troost!

Psalm 139:5:
'U bent om me heen, U bent voor me en achter me, en Uw hand ligt op mijn schouder.'
Zekerheid, Hij is er altijd!

Psalm 131:2:
'Mijn hart is tot rust gekomen, ik ben niet langer gejaagd; als een kind in de armen van zijn moeder,
zo rustig ben ik.'
Veilig en geborgen!
Tot rust komen in die geborgenheid!

Geborgenheid, gevoel van veilig zijn, van veiligheid.
Op deze wereld wisselen, veranderlijk, aan van alles en nog wat onderhevig, maar bij God altijd te vinden.
Elk moment, het zij overdag of ’s nachts, het maakt niet uit, want Hij is er altijd.

Lieve Vader in de hemel.
Stukje bij beetje peutert U in Uw liefde mijn vingers los van alles waar ik mijn veiligheid en zekerheid in zocht om mijn handen, mijn armen vrij te maken om U te kunnen omarmen.
Het proces doet zeer en kan soms heel beangstigend zijn, maar ik mag weten dat Uw eeuwige armen onder mij zijn.
De geborgenheid die ik hier in deze wereld zoek en vind is veranderlijk doordat niets ooit het zelfde is of blijft.
Maar U bent een eeuwige God, onveranderlijk en betrouwbaar.
U bent niet als het wisselen van de seizoenen, zoals onze omstandigheden of onze gevoelens, maar voor eeuwig en altijd dezelfde.
Zo zal ik in U, bij U, altijd geborgen zijn.
Bewaar mij, o God, als Uw liefst bezit, verberg mij onder Uw veilige vleugels.*
Daar ben ik veilig en geborgen.
Dank U, Vader, dat U onveranderlijk bent, eeuwig en trouw.
Dank U, voor Uw liefde; U bent mijn toevlucht, mijn rots, mijn vesting.
Mijn schuilplaats.

– Amen –

Geborgenheid:
verblijven in Zijn nabijheid.
Vertoeven
in de schaduw
van Zijn vleugels,
in de bescherming van
Zijn aanwezigheid.

Ieder mens verlangt naar geborgenheid, maar nergens anders zullen we zo geborgen zijn als onder de veilige vleugels van onze hemelse Vader.
Zoek je toevlucht bij Hem en vindt de geborgenheid die een mens zo nodig heeft. 



   


* >> Kalender waar deze Overdenkin

g uit voort komt

* Psalm 17:8 - GNB

zaterdag 24 januari 2026

Geestelijke Gevoeligheid

'Was mij schoon van mijn ongerechtigheid, reinig mij van mijn zonde.
Want ik ken mijn overtredingen, mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.
Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat kwaad is in Uw ogen,
zodat U rechtvaardig bent wanneer U rechtspreekt en rein bent wanneer U oordeelt.'

HSV

'Was al mijn zonden af, maak me weer rein.
Ik ken mijn schuld toch, ze staat mij steeds voor ogen.
Tegen U heb ik gezondigd, tegen U alleen, want ik heb gedaan wat U verafschuwt.
Terecht hebt U me veroordeeld, Uw vonnis is juist.'

GNB

Psalm 51:4-6

Bewust worden, bewust zijn van je zonden.
Hoe gevoelig zijn we daarvoor?
Hoeveel tijd zit er tussen zonde en berouw?
Dat is waar Beth Moore* op doelt met ‘Geestelijke fijngevoeligheid’. 

Davids woorden komen nadat de profeet Nathan, gezonden door God, hem heeft gewezen op zijn zonden, overspel met Bathseba en de moord op Uria. (>> 2 Samuël 11, 12:1-23)
De profeet Nathan komt bij David en aan de hand van een verhaal, waarin hij inspeelt op Davids gevoel voor rechtvaardigheid, wijst hij de zonden in Davids leven aan.
David zoekt geen uitvluchten, noch komt hij met allerlei excuses, nee, hij zegt heel eenvoudig: ‘Ik heb gezondigd tegen de Heere.’
Hij belijd zijn zonde en het wordt hem terstond vergeven.
(Zijn daden hadden echter ook gevolgen en consequenties, maar daar kom ik verderop op terug)

Dat Davids berouw dieper gaat dan alleen dit ene zinnetje, blijkt uit Psalm 51, die hij heeft geschreven nadat de profeet Nathan hem had onderhouden over zijn overspel met Bathseba.
Hij smeekt om Gods medelijden, terwijl hij God als het ware wijst op Zijn goedheid, Zijn liefde.
Nadat Nathan hem had gewezen op zijn zonden, staan ze hem voortdurend voor ogen, ze achtervolgen hem als het ware.
Zijn zondebesef ging heel diep; '… zondig ben ik geboren, schuldig vanaf de moederschoot …'
Hij beseft dat God alleen maar van hem verlangt dat hij oprecht is.
Ook vreugde kent hij niet meer: ‘… laat mij weer blij zijn, open mijn hart weer voor vreugde …’
Hij beseft, dat God niet in de eerste plaats naar brandoffers en vleesoffers verlangt, maar naar een offer van berouw; naar een gebroken en een verbrijzeld hart.
David beseft ten volle dat hij gezondigd heeft tegen God en dat God eigenlijk alle recht heeft om Zich van hem af te keren.
En David smeekt God om hem niet van Zich af te stoten, Zijn Heilige Geest niet van hem af te nemen.

Hoor hem smeken …
Wis mijn fouten uit.
Was al mijn zonden af.
Maak me weer rein.
Ik ken mijn schuld.
Tegen U heb ik gezondigd.
Besprenkel mij, was mij, dan word ik weer rein.
Spaar mijn leven.
Berouw is het offer dat U verlangt.
Een gebroken en een verbrijzeld hart veracht U niet, o God.

Kennen wij dit?
Kennen wij zulk een diep besef en berouw over onze zonden?
Staan wij open voor vermaning?
Mag God ons, ook door een ander heen, op onze zonden wijzen, of steigeren we gelijk al bij het idee en hebben we zoiets als, dat maakt God mijzelf dan wel duidelijk?

Nu zijn overspel met een zwangerschap tot gevolg en moord wel twee heel duidelijk zichtbare zonden, maar zijn voor God eigenlijk in wezen niet alle zonden gelijk?
Zelfs de kleinste zonde brengt scheiding tussen God en ons en zelfs voor de kleinste zonde moest de Here Jezus de kruisdood sterven.

We zijn ons ook lang niet altijd bewust van de zonden die we begaan.
Er zijn ook vele verborgen zonden in ons leven.
Ik moet hier aan denken, omdat David ook dit specifiek noemt in één van zijn andere Psalmen en daar ook vraagt of God hem zijn verborgen zonden wil vergeven.
Psalm 19:13 - ‘Zuiver mij van mijn verborgen zonden, want iedereen maakt fouten zonder het te weten.’
Hoe zeer zijn wij ons nog bewust van onze zonden, bewust of onbewust, en hebben we nog oprecht berouw?
En leidt ons berouw dan ook tot af keren van en het accepteren van eventuele gevolgen?

We leven in een tijd van compromissen en veel zaken, waarover Gods woord eigenlijk heel duidelijk is, wordt onder het mom van ‘om erger te voorkomen’ getolereerd en in aangepaste vorm geaccepteerd.
We doen concessies met tv kijken onder het mom van ‘het is maar een film, het is niet echt’ en we sluiten compromissen met onszelf en praten onszelf zo schoon.
En dit geldt voor zo vele dingen.
Het gevolg is echter dat we steeds minder gevoelig worden voor wat Gods woord zegt over wat zonden zijn, wat zondig is.
Wat Hem verdriet doet, wat scheiding brengt tussen Hem en ons.
'Wees waakzaam', zegt Petrus, 'wees waakzaam!'
Ja, aan de ene kant gaat de satan rond als een brullende leeuw en aan de andere kant sluipt hij als een stille moordenaar rond in onze huizen en verleidt ons met onze tv, onze computer, onze muziek, onze …

Hoe gevoelig zijn we nog voor De zachte stem van Gods Geest?
Horen we Hem nog wel, of zou Hij steeds harder tegen ons moeten schreeuwen?
Al hebben we dan wel een probleem, want Gods Geest is een gentleman, Die Zich niet opdringt, Die Zich niet verheft om maar gehoord te willen worden, Die ons de ruimte geeft voor onze eigen wil en keuzes.
En hoe langer een zonde in ons leven blijft bestaan, hoe moeilijker het ook kan zijn om er vanaf te komen en hoe groter ook de gevolgen kunnen zijn.

De gevolgen voor Davids zonden waren groot.
De verzen 10 t/m 14 spreken hierover, maar wat David en Bathseba als eerste hard treft, is het sterven van hun zoon.
Om wat David gedaan had, zou zijn zoon sterven.
Zijn kind wordt ziek en na zeven dagen sterft hij.
Wat ik zo ontzettend bijzonder vind, is hoe David hier mee omgaat.
Ook daarin ligt een enorme les voor ons.

De profeet Nathan gaat naar huis en Davids zoon wordt ernstig ziek.
Het eerste dat David gaat doen is bidden en heel streng vasten.
De Bijbel zegt zelfs dat David op de grond ging liggen en al die tijd dat zijn zoon ziek was, bleef hij daar liggen voor het aangezicht van God en at niet.
Het kind was voor zeven dagen ziek voor het stierf en toen het gestorven was, durfden Davids dienaren het niet eens tegen hem te zeggen, bevreesd als zij waren voor Davids reactie.
Hij had al die tijd niet naar hen willen luisteren, hoe zouden ze hem nu moeten zeggen dat zijn zoon dood is.
Ze waren gewoon bang dat hij zichzelf iets aan zou doen.
Maar David merkt dat er iets en hij vraagt of zijn zoon dood is.
Zijn dienaren bevestigen dat en gelijk staat David op van de grond, wast zich, zalft zich en trekt schonen kleding aan.
Vervolgens gaat hij naar Gods huis en kniel neer en bid.
Daarna gaat hij weer naar huis, vraagt om eten en eet.

Zijn dienaren begrijpen er niets van en vragen er dan ook naar.
‘Zeven dagen en nachten huilt, vast en bidt u en nu het kind dood is doet u alsof er niets aan de hand is en eet.'
Davids antwoord raakt mij heel diep (2 Samuel 12:22,23); hij antwoordt hen: ‘Toen het kind nog leefde, vastte ik en stortte ik tranen. Ik dacht: Wie weet is de HEER me genadig en blijft het kind in leven. Maar nu het dood is, wat zou ik nu nog vasten? Daarmee kan ik het toch niet terughalen. Ik ga naar hem toe; hij komt niet terug bij mij.’
Als zijn kind ziek wordt, zoekt David Gods aangezicht en bid en smeekt hij of God hem, zijn kind, genadig wilt zijn en het weer beter zal maken, maar hij aanvaard het ook als God het niet doet.
Hij weet dat hij gezondigd heeft en hij accepteert de gevolgen daarvan.
Hij weet dat God rechtvaardig is en hij onderwerpt zich aan God.
Ik vind dit zo bijzonder!
God spreekt Zijn oordeel uit over David, David bidt en smeekt, maar accepteer ook Gods rechtvaardige oordeel.

Onze God is een rechtvaardige God.
Onze zonden worden niet meer zo direct bestraft als toen.
De komst van de Here Jezus heeft dat veranderd.
Ons oordeel op de zonde wacht ons na dit leven als eenieder van ons zal moeten verschijnen voor de rechterstoel van God.
David vreesde God niet, noch Zijn oordeel, want hij wist dat God een rechtvaardig God was, maar ook een liefdevol en genadig God.
Davids zonde werd hem vergeven, zijn kind stierf daarvoor en zijn hele huis en geslacht werd getroffen door de gevolgen van zijn keuzes, maar God liet hem niet aan zijn lot over.
David was, ondanks al zijn fouten en gebreken een man naar Gods hart.
En dit was, geloof ik, alleen maar zo, omdat David openstond voor Gods leiding én terechtwijzingen.
David heeft veel verkeerde keuzes gemaakt in zijn leven en zijn gezin was allesbehalve een voorbeeld gezin, maar hij was en bleef God trouw tot in de dood en was gevoelig voor de stem van Gods geest als het ging om zijn zonden en ongerechtigheden.

Steeds opnieuw lezen we over David hoe hij God bid en smeekt om vergeving van zijn zonden en ongerechtigheden, zelfs die verborgen waren.
Hij vroeg God om het hem te laten zien: 'Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.’
David bezat een geestelijke gevoeligheid die hem heel dicht bij God hield en zorgde voor een bijzondere relatie met Hem, waardoor hij genoemd werd ‘een man naar Gods hart’.
O, wat verlang ik daar ook naar, een vrouw te zijn naar Gods hart.
Jij ook?

Lieve Vader in de hemel.
Wat verlang ik er ook naar om een vrouw te zijn, te worden, naar Uw hart.
Ik dank U, voor het getuigenis van Davids leven zoals dat opgeschreven staat in Uw woord.
David, een man naar Uw hart, en tegelijkertijd een mens als wij, met alle fouten en gebreken.
Wat kunnen we veel leren van zijn leven, van zijn woorden, van wie hij was, maar bovenal van zijn relatie met U.
Dank U, Vader, dat U werkelijk op alle mogelijke manieren naar ons toe komt en ons tegemoet komt.
En ik bid U om geestelijke gevoeligheid, zodat ik Uw zachte stem zal horen en verstaan en leer mij om ook te luisteren en te gehoorzamen.
Ik verlang naar een relatie met U, die steeds intiemer zal zijn en naar een leven dat steeds heiliger zal worden.
Ik verlang te zijn, een vrouw naar Uw hart.

In Jezus’ Naam.

– Amen – 

Schep in mij, o God,
een rein en nieuw hart;
zuiver en reinig mij ook
van mijn verborgen zonden.
Maak mijn hart ontvankelijk
voor de stem van Uw Geest;
zacht en gevoelig, tot inkeer
van zonden en berouw.
Zodat het iedere dag
met U zal zijn verbonden.


*  >> Kalender Beth Moore

donderdag 15 januari 2026

Hulp ...

'Als de HEERE niet mijn Helper was geweest, had mijn ziel bijna in de stilte gewoond.
Toen ik zei: Mijn voet wankelt, ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE.'

HSV

'Heer, als U me niet te hulp gekomen was, ik had mijzelf tot de doden moeten rekenen.
Steeds als ik dacht te bezwijken, hield Uw liefde me staande.'

GNB

Psalm 94:17,18

Er zijn vele momenten in mijn (ons) leven geweest waarvan ik kan zeggen:
‘Heere, als U mij niet te hulp was gekomen, als U niet mijn Helper was geweest, dan …
Steeds als ik dacht te bezwijken, hield Uw liefde mij staande.’
Velen van ons zullen die momenten ook wel kennen, het gevoel hebben van niet meer verder te kunnen, er aan onderdoor te gaan, of met de woorden van de Psalmist te spreken, te bezwijken.
Misschien ga jij nu wel door zo’n periode heen, waarin je het gevoel hebt niet meer verder te kunnen en sta je voor je gevoel aan de afgrond en je voelt je voet wankelen.
Eén keer zwikken en je stort die afgrond in …
Je weet wel dat God je Helper is en je weet wel dat Hij voor je zorgt en je kent de Bijbel wel en al die mooie bemoedigende teksten, maar je gevoel zegt je dat het bijna voorbij is en je het einde van je kunnen nadert.
Nog één dingetje en …

Of misschien lees je dit en ken je God helemaal niet.
Ben je hier ‘toevallig’ terecht gekomen omdat je iets zocht of …, en herken je jezelf in deze woorden en is er iets dat je ‘trekt’ om verder te lezen, omdat je zoiets hebt, van ‘ik heb toch niets meer te verliezen’.
Eén ding weet ik zeker, hoe je hier ook bent gekomen en om wat voor reden dan ook, niets gebeurd bij toeval.
God heeft jou hier gebracht om je te vertellen, het zij voor het eerst of voor de zoveelste keer, dat Hij jou ziet!
Jou, je situatie, je pijn, je verdriet, je moeiten, je zorgen, je ellende, ja, alles ziet Hij en Hij kent elk detail van jouw leven.
Niets is voor Hem verborgen.
En vandaag, nu, op dit moment wil Hij jou ontmoeten en jou vertellen dat Hij van je houdt, je wil helpen en voor jou wil zorgen.

O, wat wil God graag Degene voor jou zijn als Hij was voor de Psalmist!
Wat verlangt Hij daar naar!
Hij houdt immers zoveel van jou!

Je hoeft het niet te begrijpen hoe dat nu zou kunnen, het is gewoon zo.
Je hoeft er ook niets voor te doen, noch te laten.
Je kunt ook niets doen waardoor Hij meer van je gaat houden en er is ook niets dat je kunt doen, waardoor Hij minder van je gaat houden.
Hij houdt van jou en wil je Helper zijn.
Hij verlangt ernaar om vreugde en vrede te brengen in jouw leven.
Hoop en toekomst.

Voel je zachtjes die hand aan je kin, die hem zachtjes aanraakt?
Nee, het is geen dwingend gevoel, God dwingt niemand om Hem aan te kijken, maar gewoon heel zachtjes als een tinteling, een briesje wind wat langs je hals, je kin, strijkt.
Kijk omhoog, naar boven en niet meer naar de grond; daar is geen hulp.
Nee, kijk omhoog en zie Hem.
Hij zal Zich op de één of andere manier aan jou laten zien.
Een zonnestraal, een vlinder, een vogeltje, een duif.
Een belletje, een kaartje, een mailtje, deze woorden, de Bijbelverzen hierboven …
God is een God die ook door anderen en andere dingen Zich laat zien.
Zijn hulp komt soms op de vreemdste manieren en op een tijdstip dat je het niet, of niet meer, verwacht.
Maar Hij komt!

Het is echter aan jou de keus of je die toegestoken hand wil vastgrijpen of niet.
God zal je niet dwingen, al heeft Hij nog zoveel verdriet om een ieder die Zijn hand wegduwt in plaats van vastgrijpt.
Hoeveel pijn en verdriet het Hem ook doet, Hij zal je keuze respecteren en geduldig blijven wachten tot je het opgeeft met zelf te vechten en je Zijn hand vastgrijpt, zodat Hij je uit die kolkende woeste golven, die je dreigen te verdrinken, kan trekken.
Hij wil je schoonwassen met het bloed van Zijn Zoon, Jezus, Die voor al jouw zonden is gestorven en Hij wil je Zijn mantel van verlossing, van bevrijding, van gerechtigheid, aandoen.
Zijn Geest wil Hij je geven om in je te wonen, zodat je nooit en ook nooit meer alleen zult zijn, want Hij is altijd in je.
Zijn Geest zal je kracht zijn, je troost, je sterkte, je bijstand, je onderwijzer.
Zijn Geest zal je binnenste vullen met vrede, een vrede die alle verstand te boven gaat.
Een vrede die van God Zelf komt.
Een vrede, niet zoals de wereld hem kent, maar alleen zoals Jezus hem kan geven.

Nee, je problemen zullen niet in één keer weg zijn of opgelost, maar je zult er niet meer alleen doorheen hoeven te gaan en de lasten zul je niet meer alleen hoeven te dragen, want Hij zal je Helper zijn.
Zijn liefde zal je staande houden.
Ook al denk je dat je zult bezwijken, Hij zal je nooit meer te dragen geven dan je aankunt.
En met alle moeiten, zorgen, problemen, pijn en verdriet, zal Hij ook voor de uitkomst zorgen.
Het enige dat Hij van jou vraagt is geloof en vertrouwen.
Kom, Hij wacht.


Lieve Vader in de hemel.
O, wat verlangt U ernaar dat wij met alles naar U toe komen.
Met al onze zorgen, onze beslommeringen, onze moeiten en pijnen, ons verdriet.
Ach, Heere, met alles.
Niets is voor U te min of te klein, want Uw liefde voor ons is zo oneindig groot, dat alles wat ons aangaat of ons betreft, U in het hart raakt.
Maar U respecteer ook onze keuze om het zelf te willen doen.
Het doet U oneindig veel verdriet, maar U respecteert het, en wacht …
Welk een liefde ligt er ook in dat wachten.
Hoe 'moeilijk' moet dit ook voor U zijn, kunnen helpen, willen helpen, maar niet mogen helpen omdat de ander Uw hand wegduwt en het niet wilt.
O Vader, ik ken slechts een kleine fractie van die pijn en dat verdriet als ouder.
Maar bij U, het gaat zoveel dieper, is zoveel groter, omdat U de reikwijdte van alles kent, van wat wij onszelf aandoen en te kort doen.
Heere, Vader God, ik bid U voor een ieder die Uw hulp nodig heeft; of ze U nu kennen of niet.
Heere, allemaal zullen we op de juiste tijd hulp van U ontvangen als wij onze hulp zoeken bij U.
U laat niemand in de kou staan.
Uw liefdevolle Vaderhart wacht op een ieder die zich buigt en erkent dat hij/zij het zelf niet kan.
En de hemel zal juichen van vreugde bij elk mensenkind dat zich tot U keert.
En de lofgezangen zullen door de hemel klinken bij het getuigenis van hun mond, als zij gaan vertellen over de redding die U heeft gebracht.
Over de hulp, die U heeft geschonken.
Over de liefde van U, die hen staande hield.
O Vader, laat zo Uw liefde door deze woorden heen klinken en mensenharten raken en tot U trekken.
In Jezus' Naam.

- Amen - 

Als de grond onder je wegzakt
en je voeten wankelen.
Als je niet meer verder kunt;
en denkt, nu is alles voorbij.

Als de stilte je ziel bijna heeft omhuld
en diepe duisternis haar vergezeld.
Als het leven ondraaglijk wordt
en het einde nabij.

Weet dan,
er is er Eén Wiens liefde
jou staande kan houden
als jij denkt te bezwijken.
Geef je over aan Hem,
Op Zijn hulp kun je rekenen.
Zijn liefde en trouw
zullen niet van je wijken.

zaterdag 3 januari 2026

Eerbied en lofprijs

'Leer mij, HEERE, Uw weg, ik zal in Uw waarheid wandelen,
maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen.
Heere, mijn God, ik zal U loven met heel mijn hart, ik zal Uw Naam voor eeuwig eren.'

HSV

'Wijs mij Uw weg, HEER, en ik zal hem in trouw aan U bewandelen.
Richt mijn hart onverdeeld hierop: dat ik Uw naam mag vrezen.
Dan zal ik U danken met heel mijn hart, Heer mijn God, voor altijd Uw naam verheerlijken.'

WB

Psalm 86:11,12

Heere,
U bent God,
de God der goden.
U bent God,
ja, U alleen.

U bent de Schepper
van hemel en aarde,

de ‘Ik ben die Ik ben’,
Jaweh.
Jehova.
El Elohim.

De almachtige.
De Allerhoogste.
Oneindig en eeuwig.
De Ene.
Heilig.

Eerbied en lofprijs.
Heilig ontzag en aanbidding.
Alleen mogelijk door Jezus.

Als er één ding is wat ik nogal eens mis in de tijd waarin we nu leven, dan is het eerbied voor God, een heilig ontzag.
Ja, door het verlossende en volbrachte werk van de Here Jezus is God mijn Vader, mag ik Hem zo noemen.
Ja, door het volmaakte offer van de Here Jezus is het voorhangsel van het Heilige der Heilige gescheurd en mag ik vrijmoedig naderen tot de troon van de Genadige God.
Maar deze God, die onze Vader is in Jezus Christus, is nog steeds Dezelfde God als in het Oude Testament; de God die ontzagwekkend Heilig is en voor Wie ons hart vervuld hoort te zijn met diepe eerbied en een heilig ontzag.
En dat mis ik nog weleens in deze tijd.

Soms lijkt het wel alsof God één van onze vriendjes is met Wie je gezellig leuke dingen doet.
Maar onze God is een heilig God, een jaloers God, een God die geen andere goden naast Zich duldt.
De God, Die de hele wereld in Zijn hand heeft.
Die jou en mij het leven gegeven heeft en Die al onze dagen heeft vastgelegd, opgeschreven, toen er nog geen van bestond.
Die de bergen vast doet staan door Zijn kracht; Wiens troon de hemel is en de aarde Zijn voetbank.
Deze God is nog steeds Dezelfde, onveranderlijke God als toen Hij de aarde schiep, toen Hij Israël de Tien Geboden gaf, als toen Jezus geboren werd, leed, stierf en terugging naar Zijn Vaderhuis, als de God voor Wiens troon wij straks zullen moeten verschijnen.

Eerbied is hoogachting, verering, bewondering, verheerlijking, ontzag.
Ontzag is respect hebben, achting, aandacht, eerbiedige vrees.

Eerbiedige vrees is toen Mozes zijn schoenen uitdeed bij de brandende braamstruik, omdat de grond waarop hij stond, heilige grond was door Gods aanwezigheid.

Is Jezus niet ons voorbeeld in alles?
Hoe was Zijn houding naar Zijn Vader?
Sprak Hij niet met diepe eerbied en ontzag over Hem?
Jezus, Die Zelf de afstraling was van Gods heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen!
En de discipelen van Jezus, zij die dag en nacht met Hem opgetrokken waren, Zijn beste vrienden waren, spraken zij niet eerbied en respect tegen Hem, over Hem?
Meester!
Rabboeni!
Heer!

Het huidige beeld van God wat je tegenwoordig vaak tegenkomt, is een beeld alsof alles kan en mag in Zijn tegenwoordigheid, want Jezus heeft de weg vrijgemaakt en God is liefde!
Vergeten wordt wat God in Zijn woord zegt.
Vergeten wordt welke dingen Hem een gruwel zijn, dat Hij geen andere goden naast Zich duldt – het boeddhabeeldje is immers maar een leuke woondecoratie en die horoscoop, och, het is gewoon leuk om te lezen, ik geloof er immers niet in, en die steentjes, amuletten, droomvangers en geluksarmbandjes, joh, die zijn gewoon leuk, daar moet je niet zo zwaar aan tillen enz..
Vergeten worden Zijn geboden, vergeten wordt wie Hij werkelijk is en hoe Hij tegen ons zegt: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig!’

Hoe kunnen we Hem naderen met besmeurde, onreine handen?
Hoe kunnen we Hem naderen als we in zonde leven?
Hoe kunnen we Hem dienen, eren, aanbidden, als er in ons leven dingen zijn die tegen Zijn woord ingaan?
Zijn woord is niet veranderd met de komst van de Here Jezus!

‘Ik bedoel dit: laat u in uw levenswandel leiden door de Geest, dan zult u geen gevolg geven aan zelfzuchtige verlangens.
Want wat onze zelfzucht verlangt, is strijdig met wat de Geest verlangt, en omgekeerd.
Ze zijn elkaars vijanden, met het gevolg dat u niet kunt doen wat u zou willen.
Maar als u zich laat leiden door de Geest, bent u niet aan de wet onderworpen.
Het is duidelijk wat allemaal uit ons zelfzuchtig ik voortkomt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en magie, haatgevoelens en ruzie, afgunst en uitbarstingen van woede, eigenbelang, geschillen, partijzucht, jaloezie, drinkgelagen, zwelgpartijen en meer van die dingen.
Evenals vroeger waarschuw ik u ook nu: wie dergelijke dingen doen, krijgen geen deel aan het koninkrijk van God.

Wie Christus Jezus toebehoren, hebben hun zondige aard met zijn hartstochten en verlangens aan het kruis geslagen.
Als we leven door de Geest, moeten we ook in het spoor van de Geest verder gaan.’

Galaten 5:16-21, 24,25

Onze levenswijze moet een levenswijze zijn van aanbidding, van woorden en van daden.
Hem aanbidden is meer dan het lied dat je zingt.
Aanbidden is je levenswijze naast Gods woord leggen en van daaruit leven, handelen en wandelen, de daad bij het woord voegen.
En dat is alleen maar mogelijk door de Here Jezus, door wat Hij heeft gedaan aan het kruis op Golgotha.

Eerbied en lofprijs zijn twee dingen die onlosmakend met elkaar verbonden zijn.
Eerbied is niet alleen stil en vroom zijn, eerbied is ook respect hebben voor Gods woord, voor Zijn wil en ons daaraan houden.
Eerbied is ook doen wat Hij zegt, wat Hij vraagt.
Hoe zou Hij, Die zo ontzagwekkend groot en heilig is, onze lofprijs kunnen aannemen als we in zonde leven, als we Zijn woord aan de kant schuiven en onze eigen verlangens volgen onder de noemer dat God immers liefde is en dat liefde alle dingen bedekt en vergeeft.

Ons leven van alle dag zal krachtig zijn, als we leven vanuit eerbied en ontzag voor God en Hem ons leven geven als een levend, heilig en Hem welgevallig offer.
Ons uitstrekkend naar een steeds heiliger wordend leven, naar meer en meer op Hem gaan lijken.
Zodat de ander Hem in ons zal zien.

Lieve Vader in de hemel.
Wat staan we tegenwoordig soms nog maar weinig stil bij wie U eigenlijk werkelijk bent.
Wat vergeten we soms makkelijk dat U nog steeds Dezelfde Heilige God bent als toen U de aarde schiep.
Wat schuiven we soms alles makkelijk onder de vlag van ‘God is Liefde’, van ‘Jezus heeft alles volbracht, de toegang is nu vrij’.
O Vader, het is waar.
Het is waar dat de toegang vrij is.
Jezus, Uw Zoon Jezus, heeft al onze zonden op Zich genomen, de straf voor onze zonden gedragen, de wet vervuld, maar daarmee bent U niet minder Heilig als daarvoor.
Ja, Ik mag naderen tot Uw troon van genade, het voorhangsel is weg, maar geef dat ik nader met diepe eerbied en een heilig ontzag voor wie U bent.
Laat daarin mijn leven in overeenstemming zijn met Uw wil.
Bij U is vergeving, maar dan moet ik mij ook afkeren van mijn zonden.
Uw woord is nog steeds onze richtlijn!
In Christus zijn we vrij, ja, maar niet om maar te doen wat we willen.
Vader, vergeef ons dat we in onze huidige tijd zo weinig (tot misschien wel geen) eerbied en ontzag hebben voor U en het soms lijkt alsof we U in onze broekzak hebben.
U bent een Groot en Heilig God.
De Almachtige, de Allerhoogste, de Alpha en de Omega, het Begin en het Einde.
U wil ik dienen en eren in alle eerbied en ontzag.
U wil ik aanbidden met een heilige levenswandel.
Leer mij, Heere, leer mij en laat mij zien waar dat nog niet in overeenstemming is met Uw woord.
Laat mijn leven steeds heiliger worden tot eer van Uw grote Naam.

In Jezus ‘Naam.

- Amen – 

Met eerbied
en diep ontzag
wil ik U aanbidden,
wil ik U eren.

Met reine handen
wil ik komen;
met een leven
dat U heilig
en welgevallig is.

In overeenstemming
met Uw wil,
Uw woord,
Uw waarheid;
met een onverdeeld hart.

U bent God,
ja, U alleen.
Uw Naam wil ik vrezen,
loven en verheerlijken.

Ja, U,
mijn God,
wil ik eren,
U wil ik aanbidden,
met eerbied
en diep ontzag.


zondag 19 oktober 2025

In de morgen ...

'Sla acht op mijn stem als ik roep,
mijn Koning en mijn God, want tot U bid ik.
's Morgens hoort U mijn stem, HEERE;
's morgens leg ik mijn gebed voor U neer en zie ik naar U uit.'

HSV

'Luister naar mijn roepen om hulp,
mijn koning en mijn God, want ik richt mij tot U.
In de morgen al hoort U mij roepen,
in de morgen al leg ik alles aan U voor en ik wacht op Uw antwoord.
GNB

Psalm 5:3,4

In de morgen al hoort U mij roepen, in de morgen al leg ik alles aan U voor en wacht op Uw antwoord …
Wat gebeurt er in jouw binnenste als je deze woorden leest?
Vind je herkenning, begint je hart sneller te kloppen van verlangen bij deze woorden, of word je al moe bij de gedachte eraan, begint alles van binnen te wrikken en te wringen van 'O nee Heer, niet in de morgen …?'
Of verlang je ernaar met hart en ziel, maar lukt het gewoon niet omdat je gewoonweg te moe bent ‘s morgens?
Persoonlijk begint mijn hart sneller te kloppen bij deze woorden en is het mijn diepst verlangen om Hem in de stilte van de vroege morgen te ontmoeten.
Niet dat mijn ochtenden altijd dan ook zo beginnen, maar het verlangen is zeer groot en ik kijk uit naar de tijd dat ik minder afhankelijk ben van allerlei factoren die dit in de weg staan.

Het eerste wat eigenlijk in mij boven kwam toen ik deze woorden las, waren de woorden van een gedichtje van een boekenlegger die ik ooit eens gekocht heb.
Het is een klein gedichtje van Tinie Goedhart.

Wek mij elke morgen
met Uw woorden.
Fluister mij wat ik nodig heb
aan levenswijsheid in.
Om op mijn beurt door te geven
uit Uw stroom van leven.
Gevoed in U
heeft elk moment zin.

Het tweede dat in mij opkwam, was snel naar de Psalmen, en opzoeken wat er nog meer geschreven staat over ‘de morgen’.
Hoe ideaal zijn online Bijbels hiervoor 😉
Ik pik er even een paar uit die mij persoonlijk heel erg aanspreken.

Psalm 63:2:
'O God, U bent mijn God!
U zoek ik vroeg in de morgen; mijn ziel dorst naar U, mijn lichaam verlangt naar U in een land, dor en dorstig, zonder water.'

Psalm 88:14:
'Ik echter, ik roep tot U, HEERE, mijn gebed komt U tegemoet in de morgen.'

Psalm 90:14:
'Verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid, dan zullen wij juichen en verblijd zijn, tijdens al onze dagen.'

Psalm 143:8:
'Doe mij in de morgen Uw goedertierenheid horen, want ik vertrouw op U; maak mij de weg bekend die ik te gaan heb, want tot U hef ik mijn ziel op.'

En eentje uit Klaagliederen, eentje die mij altijd zeer bemoedigd; Klaagliederen 3:22,23:
'Het zijn de gunstbewijzen des HEREN, dat wij niet omgekomen zijn, want zijn barmhartigheden houden niet op, elke morgen zijn zij nieuw, groot is uw trouw!'

Jaren ben ik eerder opgestaan dan de rest van mijn gezin, simpelweg omdat ik het niet alleen heerlijk vond om even rustig wakker te worden voordat de dagelijkse plicht riep en de daarbij horende drukte, maar ook omdat ik graag samen met de Heer de dag wilde beginnen en mijn kinderen en alle zorgen voor Zijn troon wil brengen aan het begin van de dag.
Het waren zeer kostbare en waardevolle tijden.
In de stilte van de vroege morgen ervaarde ik Gods aanwezigheid en in de stilte van Zijn aanwezigheid kon ik rustig wakker worden en Zijn kracht ontvangen voor de dag die voor me lag.
We hebben hele zware jaren achter de rug.
Kinderen zijn een zegen van God, maar soms zijn de wegen die we met onze kinderen gaan niet bepaald makkelijk of licht.
Meer dan ooit waren die momenten, in de stilte van de vroege morgen samen met de Heer, van levensbelang.
Mag ik je even meenemen naar een gedicht wat ik toen heb geschreven?
Het heet: In de stilte

In de stilte van de vroege morgen
ben ik dankbaar, dat ik bij U komen mag.
En ik breng U al mijn zorgen
van deze nieuwe, komende dag.

Er zijn zo vele dingen Heer,
die mij telkens zorgen baren.
Maar ik leg ze nu hier voor U neer,
brengt U de storm in mij maar tot bedaren.

Langzaam vult Uw vrede mijn hart
en worden de zorgen minder zwaar.
Lichter wordt de zwaarte van mijn smart
en opnieuw ervaar ik, U bent daar.

Oh, Heer, ik weet wel wat U tegen mij hebt gezegd;
Mijn juk is zacht, Mijn last is licht,
maar vaak heb ik deze woorden naast me neergelegd
en verloor daarmee op U mijn zicht.

Maar nu, terwijl de nieuwe ochtend gloort,
zoek ik U op en wil heel dicht bij U zijn,
om gesterkt te worden door Uw woord
en herinnerd te worden, dat ik nooit alleen zal zijn.

Als ik dit zo terug lees vult een stille vreugde mijn hart.
Het zijn mijn eigen woorden, maar nog steeds is dit het verlangen van mijn hart.
En eerlijk gezegd heb ik dit het afgelopen jaar gemist.
Heel erg gemist, realiseer ik me nu.

Het afgelopen jaar stond ik gelijk met één van de kinderen op en terwijl deze onder de douche verdween, nam ik mijn tijd met de Heer.
Maar regelmatig word ik hierin erg gestoord, want er viel schijnbaar altijd nog wel iets te vragen of te zeggen.
Hoewel ik dan weer aangaf van, hup, strakjes, nu naar boven, ik ben nu aan het Bijbellezen en bidden, toch was er daardoor niet die rust en vrede als toen.
Meer dan eens heb ik er afgelopen jaar aan gedacht om toch maar weer een half uurtje eerder op te staan, maar het late tijdstip van naar bed gaan en het slechte slapen (leeftijd 🙈) weerhielden mij er nog van om het te doen.
Ik was (ben) vaak al zo moe als ik opstond; niet meer zo fit en helder als ik vroeger was.
Maar toch, nu ik dit weer zo lees samen met de woorden van de Psalmdichters en er weer aan denk en tegelijk ook ervaar welk een kracht en sterkte erin verscholen ligt, brandt mijn hart opnieuw van verlangen naar die stille, vredige, krachtgevende, ontmoetingen met Hem.

Terwijl ik afgelopen week al zo mijn gedachten hierover liet gaan, merkte ik, dat het bij het wakker worden al weer in mijn gedachten was.
Met de woorden van het gedichtje van Tinie Goedhart en het besef wat het betekent om de dag met Hem te beginnen, doet in mij opnieuw het verlangen ontstaan om toch weer eerder op te staan.
En terwijl ik dit zo schrijf, besef ik dat ik het meer heb gemist dan ik me bewust was.
Ja, ik heb overdag zeker mijn momenten met God gehad en nog, toch is dat anders dan aan het begin van de dag.
Langzaam begint het tot mij door te dringen wat ik mijzelf en God heb ontzegd.
Of moet ik zeggen God en mijzelf?

Mijn gedachten gaan naar het late tijdstip van naar bed gaan en het vroege opstaan.
(Hoe deed U dat toch, Heer Jezus?)
Keuzes maken, prioriteiten stellen …
Ik ga terug naar de woorden van de Psalmdichter.

De woorden van Psalm 5 zijn een roep om hulp in de vroege morgen, maar ik besef ook, dat dit niet altijd maar hoef te betekenen dat we in grote nood verkeren.
We hebben immers iedere dag Gods hulp nodig?
Niet alleen voor onze problemen, moeiten en zorgen, maar ook voor leiding, Zijn wil te zoeken, wat Zijn wil is in de wegen die we gaan, moeten gaan …
De dag in Zijn handen leggen, onze kinderen voor Zijn troon brengen, elkaar, als man en vrouw, het werk dat op ons wacht …
Het van Hem verwachten …

Hoe dorstig is mijn ziel?
Hoe groot mijn verlangen naar Hem?
Hoe graag wil ik Zijn goedertierenheid ontvangen die Hij iedere dag wil geven?

Tot wie (of wat) hef ik mijn ziel op aan het begin van de  nieuwe dag?
Een klein citaat van de kalender voor deze keer:
‘We geven Hem onze lege beker en vragen Hem deze met Zichzelf te vullen.’
Wat zou er gebeuren, hoe zullen onze dagen eruit gaan zien als wij iedere morgen voor Zijn troon zouden komen, onze lege beker ophouden en Hem vragen om hem te vullen?
Psalm 90:14 zegt: ‘Verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid, dan zullen wij juichen en verblijd zijn, tijdens al onze dagen.’
De Psalmdichter in Psalm 5 ging aan het begin van de dag naar God toe, legde Hem alles voor en wachtte op antwoord.

Misschien ben je geen ochtendmens, misschien moet je nog regelmatig je bed uit voor ….
Misschien verlang je ernaar, maar weet je in de omstandigheden waarin je zit totaal niet hoe je dat vorm zou moeten geven …
Misschien …
We kunnen van alles invullen waarschijnlijk.
Maar God kent ons hart en onze omstandigheden.
Hij weet of we slechts uitvluchten zoeken of dat het ons verdriet doet dat …
Hij kent ons hart, onze gedachten en al onze verlangens.
Soms lukt het gewoon niet, wat een ander ook anders wil beweren, soms lukt het gewoon niet.
Maar ook dan weet God het en is Hij daar bij.

Voor mijzelf?
Ik ga na de vakantie toch maar weer dat half uurtje eerder op.
En jij?

Lieve Vader in de hemel.
Wat heb ik het gemist om zo bij U te zijn afgelopen jaar.
Wat heb ik het gemist, deze tijd met U.
Wat was het toch vervelend iedere keer gestoord te worden en wat moest ik er voor waken dat het er niet helemaal bij in zou schieten.
De leegte was groter dan ik heb beseft en ik zie er naar uit, Vader, om de dagen, ook na de vakantie, weer zo te beginnen.
Nu slaapt iedereen uit en heb ik deze momenten weer en waarschijnlijk besef ik daardoor ook te meer weer wat ik heb gemist.
Vergeef mij, vader, maar dank U wel dat U zo opnieuw tot mijn hart spreekt.
Ik bid U zo voor hen die ook verlangen naar deze momenten, maar waar het gewoon door omstandigheden of andere factoren, niet lukt.
Heere, U kent hun hart, en ik bid U, dat zij, in het ogenblik dat zij verlangend aan U denken, vervuld zullen worden met de warmte van Uw vuur, met de kracht van Uw Geest en de liefde van Uw nabijheid.
Spreek zo tot hun hart, Vader, in de stilte van dit kleine moment en bemoedig hen zo.

In Jezus’ Naam.

– Amen –
 

In de ochtend U ontmoeten,
samen met U
de nieuwe dag beginnen.
Alles aan U voorleggen,
in vertrouwen,
dat U luistert en hoort.
Uw woorden tot mij nemen;
indrinken,
overdenken en bezinnen.
Mijn lege beker laten vullen,
verwonderend
dat ik U toebehoor.
De nieuwe dag aankunnen,
gesterkt,
tot diep van binnen.

zondag 17 mei 2020

Wanhoop ...

Smaad heeft mijn hart gebroken en ik ben zeer zwak; 
ik heb gewacht op medeleven, maar het is er niet, 
op troosters, maar ik heb ze niet gevonden.
Ja, zij hebben mij gal als mijn voedsel gegeven, 
in mijn dorst hebben zij mij zure wijn laten drinken. 
HSV

Al die spot heeft mij gebroken, ik kan niet meer. 
Ik hoopte op wat medeleven, maar tevergeefs, 
op een woord van troost, maar ik kreeg er geen. 
Ik had honger en zij gaven mij gif, 
ik had dorst en ik kreeg azijn.
GNB

Psalm 69:21,22


Ieder huisje heeft zijn kruisje.
Iedereen kent deze uitdrukking vast wel en ik geloof ook zeker dat dit zo is.
Van de buitenkant kan het lijken alsof een ander geen moeilijkheden heeft of kent, en dat alles voor de wind gaat, maar als we een kijkje van dichtbij zouden kunnen nemen, dan denk ik dat we gigantisch zullen schrikken van wat er soms bij een ander speelt.
Niet iedereen laat het even makkelijk zien als er wat is.
Sommigen zijn meesters in het verbloemen van hun emoties.
Ze zijn vaak heel meelevend naar een ander toe, maar laten niets blijken, of vertellen niets van wat er bij hen zelf speelt of leeft.
Toch heeft ieder mens zijn eigen portie leed te dragen in dit leven.
Niemand van ons komt daaronder uit.
De één misschien wat meer dan de ander, maar toch…
Leed, verdriet, pijn, zorgen en moeiten, door de zondeval is dit onlosmakend verbonden met ons leven. 

Maar niet elk leed drijft ons tot wanhoop.
Ik durf niet te beweren dat ieder mens het gevoel van wanhoop kent, de één zal eerder tot wanhoop gedreven zijn dan de ander, maar ik denk wel, dat, als we om ons heen kijken en zien/horen wat er allemaal gebeurt en speelt, dat  we ons in ieder geval wel ons kunnen voorstellen dat  mensen tot wanhoop gedreven worden.

Maar misschien weet je zelf wel als geen ander wat wanhoop is.
Ken je het gevoel van geen uitkomst meer zien.
Misschien ben je nu, op dit moment wel wanhopig door alles wat er nu gebeurt in je leven en zie je geen uitkomst meer.
Misschien ben je al langer wanhopig en heeft de wanhoop je in zijn greep genomen en ga je gebukt onder zijn wurgende greep.
Dan wil ik je graag meenemen naar Gods woord en ik bid dat je open zult staan voor de genezing die daar te vinden is.

Wanhoop.
Ja, God laat dingen toe in ons leven die ons tot wanhoop kunnen drijven, die ons wanhopig maken, die ons in zijn wurgende greep neemt.
Ook koning David ontkwam er niet aan.
De twee teksten die ter overdenking zijn gegeven komen uit Psalm 69 en als je die Psalm in zijn geheel leest, dan voel je, dan proef je, de wanhoop van David.
Hij zegt het ook zelf:
 ‘Verlos mij, o God, want het water is tot aan mijn ziel gekomen.' (HSV)
(Een andere vertaling gebruikt de voor ons bekende uitdrukking: ‘Red mij, God, want het water staat mij aan de lippen.’)


Vers 3: ‘Ik ben gezonken in bodemloze modder, waarin men niet kan staan; ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij.’
Welk een wanhoop klinkt niet door in deze woorden.
In de volgende verzen gaat hij verder en stort hij zijn hele hart uit bij God.
Alles wat hij voelt, ervaart, hoe de dingen bij hem binnenkomen, alles legt hij bloot voor God. 
Niets houdt hij achter, ook niet zijn eigen zonden en de dwaasheden die hij heeft begaan.
Hij stort echt zijn hele hart uit bij God.
In de bovenstaande tekst zegt hij ook tegen God, hoe hij op medeleven gewacht heeft en het niet kreeg, eerder het tegenovergestelde.
Wanhoop heeft zich van hem meester gemaakt, maar hij kiest ervoor om er mee naar God toe te gaan.

Wat ons ook tot wanhoop drijft, of het nu de omstandigheden zijn of mensen, de beste weg om er niet in om te komen of te verdrinken, is door ermee naar God toe te gaan.
Dit laat David ons ook duidelijk zien.

Wat ik altijd zo bijzonder vind aan David is dat hij altijd uitkomt bij God de eer geven, Hem te loven en te prijzen, te roemen om wie Hij is.
Vaak is er nog niets aan de situatie veranderd, maar David gelooft met zijn hele hart dat God ingrijpt en hem recht zal doen.’
Hij vertrouwt op Gods barmhartigheid, Zijn liefde, Zijn rechtvaardigheid.
En op basis daarvan, op basis van dit geloof, dit kennen van zijn Heer en God, looft hij Hem, eert hij Hem, dankt hij Hem.
Ook in deze Psalm vinden we dat terug.

Vers 30: ‘Ik echter ben ellendig en lijd pijn; laat Uw heil, o God, mij in een veilige vesting zetten’ en er achteraan in vers 31: ‘Ik zal Gods Naam loven met gezang en Hem met dankzegging groot maken. 
Het zal Hem aangenamer zijn dan een offer.' (vs. 33) 
God hoort de armen, de nooddruftigen (SV), Hij veracht zijn gevangenen niet. (vs.34)
Dit is iets wat je steeds weer tegenkomt bij David.
(En veel woorden van David zijn ook verwijzingen weer naar de Here Jezus, naar Zijn lijden en sterven, naar dat Hij ons in alles gelijk geworden is.)

‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
Ik schreeuw om hulp. maar U bent zo ver weg.
Dag en nacht roep ik, maar U, mijn God antwoordt niet, 
voor mij heeft U geen aandacht.
U bent toch …

… Heer, U hebt mij geantwoord!’
Psalm 22:2,3,22b

'Genees mij, want ik ben volkomen gebroken, 
gebroken ben ik naar lichaam en ziel. 
Hoelang nog, Heer,
hoelang moet ik nog wachten? 
ik ben moe van het vele zuchten,
elke nacht is mijn bed nat van tranen,
mijn kussen doorweekt …

… Want de Heer hoort mij als ik huil,
 de Heer luistert als ik smeek,
de Heer wijst mij niet af.'
Psalm 6: 3b,4,7,9b,10

'Mijn God, luister naar mijn smeken,
verberg U niet voor mij.

Sla acht op mijn woorden,
antwoord mij!
Nergens vind ik meer rust,
het is niet meer te dragen …

… God, de Heer, roep ik te hulp,
Hij biedt uitkomst.
Ik zal niet ophouden te klagen,
ik zal niet ophouden te kreunen,
van de ochtend tot de avond,
de Heer zal naar mij luisteren.'
Psalm 55:2,3,17,18

Zomaar even drie gedeelten uit de Psalmen waarin de wanhoop doorklinkt, maar ook steeds opnieuw het rotsvaste vertrouwen in God.
Wat geweldig dat God deze woorden in de Bijbel heeft opgenomen.
Zo weten we dat niets Hem vreemd is en dat we werkelijk met alles bij Hem mogen komen.
We hoeven niet bang te zijn dat God ons vervelend vind of een stel zeurkousen.
Kijk maar eens naar wat David schrijft: ‘Ik zal niet ophouden met klagen, kreunen …, de Heer zal naar mij luisteren.’

Graag wil ik je bemoedigen met woorden uit de Psalmen.
Gods woord, en vooral de Psalmen, zijn een Bron van Hoop en Bemoediging.
We mogen de woorden van de Psalmisten gebruiken om onze nood, onze wanhoop naar God uit te spreken, maar ook om tegelijkertijd opgebeurd en bemoedigd te worden door het geloof en vertrouwen van de schrijvers.
Zelf heb ik de Psalmen vaak gebruikt in mijn momenten van wanhoop.
Ik heb ze uitgeschreven en hardop voorgelezen, ze uitgesproken om mijn wanhopige ziel tot rust te brengen.
Om de gedachten, die mij anders in de greep van wanhoop zouden houden, op God te richten, op wie Hij is, op Zijn beloften.
Geloof me, er verandert werkelijk iets als we dit gaan doen.
Niemand kan, in de hoop op wat God kan doen,  Zijn woord hardop uitspreken zonder dat er iets gebeurt.
We kunnen het lezen, het overdenken, maar er gebeurt echt pas iets als we er wat mee doen.
Er zit kracht in Zijn woord!

Maar, Heer, U bent voor mij als een schild,
U bent mijn eer, 
om U houd ik het hoofd opgericht.
Wanneer ik de Heer om hulp roep,
antwoord Hij mij vanaf Zijn heilige berg.
Ik ben gaan slapen en ik ben weer ontwaakt;
de Heer heeft mij onder Zijn hoede.

In de morgen al hoort U mij roepen, 
in de morgen al leg ik alles aan U voor 
en wacht op Uw antwoord.
Heer, wie U zijn toegedaan, kunnen op U rekenen;
wie bij U hun toevlucht zoeken,
laat U niet in de steek.

Wie zich door de Heer laten leiden,
zich naar Hem richt:
Mocht hij eens vallen, 
de Heer grijpt hem bij de hand.

God is onze toevlucht,
Hij geeft ons kracht;
in de grootste nood 
heeft Hij ons geholpen.

De Heer zal mij Zijn liefde geven, elke dag,
Zijn lied zal ik horen, elke nacht,
een gebed tot de God
die mij in leven houdt.
Ik zal tegen Hem zeggen:
‘U bent mijn toevlucht.’

De Almachtige Heer is aan onze zijde,
onze burcht is de God van Jakob!

Ik zal zingen over Uw kracht,
juichen over Uw liefde, mijn God,
vanaf de vroege morgen.
Want U bent een burcht voor mij,
een toevlucht in nood.
Ik zal zingen voor U,
want U geeft mij kracht.
God, U bent mijn burcht,
de God die van mij houdt.
Ps. 3:4-6; Ps.5:4; Ps. 9:11; Ps. Ps. 37:23,24; Ps. 46:2: Ps. 42;9,10a; Ps. 46:8; Ps. 59:17,18            
 
Bij U, de Allerhoogste, zoek ik mijn bescherming,
in de nabijheid van U, de Almachtige, wil ik verblijven,
want dan kan ik zeggen:
"U, Here bent mijn schuilplaats, 
bij U ben ik veilig en geborgen, 
op U kan ik vertrouwen,"
U, Heere, bedekt mij met Uw vleugels,
onder Uw hoede ben ik veilig.
Uw trouw is als een beschermend schild rondom mij.
Ja, Heere, bij U zoek ik mijn bescherming,
in Uw nabijheid wil ik zijn.
Ps. 91:1,2,4,9


Lieve Vader in de hemel.
Ik wil  U danken, danken voor Uw liefde, voor Uw trouw.
Voor uw goedheid, Uw bewogenheid.
Ik wil u danken dat ik, net als David, het in al mijn moeiten en zorgen, in al mijn wanhoop, tot U mag uitroepen en dat U mij dan hoort en antwoordt.
Als ik uw woord lees, Vader, dan ben ik zo blij en dankbaar om de vele herkenning die ik erin vind.
Daardoor mag ik weten dat niets U vreemd is en niets raar of te min of te onbelangrijk.
Heer, David laat ons zien, en ook de andere Psalmisten, dat we met alles bij U mogen komen en dat U het fijn vindt als we U alles zeggen; U deelgenoot maken van alles wat er in ons leven gebeurt.
U verlangt ernaar dat we U in elk onderdeel van ons leven betrekken.
Onze pijn en verdriet, is Uw pijn en verdriet.
Leer ons, Vader, om zo ook als we wanhopig zijn, U te zoeken en op Uw woord te vertrouwen.
Als de wanhoop in ons leven toeslaat, dan wordt het zo donker in ons leven.
Daarom bid ik U, Vader, dat toch een sprankje van U licht ergens doorheen zal komen, zodat wij niet zullen vergeten om U ook te zoeken in onze diepe wanhoop.
Want U bent het antwoord in elke situatie van ons leven.
Met U kunnen wij alles aan.
Hoe moeilijk alles ook is, zelfs al vallen wij, Uw woord zegt ons dat U er altijd bent en dat U ons weer opricht als wij vallen.
Daarmee, lieve Vader, kan het leven of de dingen van het leven ons soms wanhopig maken, tot wanhoop drijven, maar behoeven wij er niet in te blijven.
U kunt en wilt ons genezen van de pijn en verwoesting van de wanhoop.
Dank U, Vader, voor Uw liefde en Uw trouw.
Ik prijs en eer Uw grote Naam.

- Amen - 

 
Laat Uw licht schijnen, Heer,
in de wanhoop
die het leven mij soms brengt.

Laat Uw licht schijnen,
en dan met mijn wanhoop 
worden vermengd.

Laat Uw licht schijnen, Heer,
zodat de wanhoop oplost
in het schijnsel van Uw licht.

Laat zo Uw licht schijnen,
en in mijn hart
verrijst een lofgedicht.

U, en U alleen, bent waardig,
te ontvangen alle lof en alle eer.
U, en U alleen, bent waardig;
ik prijs en aanbid U, mijn koning en Heer.

dinsdag 5 mei 2020

Volkomen bescherming

U verbergt hen in het verborgene van Uw aangezicht
voor het hoogmoedig gedrag van de man;
U doet hen schuilen in een hut
voor het getwist van tongen.
Psalm 31:21

Soms lijkt het wel alsof de satan ongestoord zijn gang kan gaan; dat er niets of niemand is die hem tegenhoudt, terugroept of hem aan banden legt.
Hij is de overste van deze wereld (Johannes12:31), de god van deze eeuw (2 Korinthe 4:4) en hij gaat rond als een briesende leeuw op zoek naar wie hij kan verslinden (1 Petrus 5:8)
Het is zijn doel om zoveel mogelijk mensen nog te verleiden tot het kwaad en hij vindt het heerlijk om het de mens daarin zo moeilijk mogelijk te maken.
Zijn macht is groot, heel groot, we moeten hem niet onderschatten.
Aan de andere kant moeten we hem echter ook niet overschatten en hem meer macht moeten toekennen dan hij werkelijk heeft.
Satan kan niets meer doen dan dat God hem toestaat om te doen.
Het is dus heel belangrijk dat we onze vijand kennen.

Maar naast het kennen van onze vijand is het nog belangrijker om Hem te kennen die alles in Zijn hand heeft en aan wie alles en iedereen, dus ook de satan, is onderworpen.

God is de Almachtige. (Genesis 17:1, 35:11a, Jesaja 46:9-10 etc.)
Alles, zowel in de hemel als op de aarde, behoort Hem toe.
Als Beth Moore spreekt over wat voor een geweldige de opluchting het is om te weten dat we nooit hoeven te strijden tegen iets wat buiten Gods jurisdictie valt, dan is dat omdat alles, alles wat in de hemel is en op, onder, boven de aarde, het hele universum, onder Zijn jurisdictie valt, onder Zijn macht, Zijn soevereiniteit, Zijn rechtspraak.
God staat boven alles!
Hij is boven alles verheven!
Alles is aan Hem onderworpen!
Dit betekent ook dat er niets is, geen enkele strijd of gevecht, die Hij niet zou kunnen winnen.
Waar Zijn tegenstanders zich ook bevinden, het maakt niet uit, want alles is van Hem, is Zijn terrein en is daarmee aan Hem onderworpen.

Wat een geweldige opluchting ligt daar inderdaad in voor ons.
Waar we ook doorheen gaan, wat er ook in ons leven gebeurt, welke strijd wij ook hebben te strijden: God staat aan het hoofd en heeft alles in Zijn hand.
Hij strijdt met en voor ons.
Ja, en nog meer, Hij beschermt ons.
Bij Hem mogen we schuilen.
Hij verbergt ons zelfs.
Toen er een opdracht uit gegeven was om Jeremia en Baruch gevangen te nemen, zorgde God ervoor dat ze niet werden ontdekt. (Jeremia 36:26)

Hij verbergt ons in het verborgene van Zijn aangezicht.
Hij doet ons schuilen in een hut …

Wat er ook gaande is in ons leven, hoe bedreigend het ook is, op wat voor manier dan ook, als we naar Hem toegaan zal Hij ons troosten, bemoedigen, kracht geven.
Als we bij Hem schuilen, dan schuilen we bij Degene die over alles heerst, dus ook over de situaties waarin we verkeren, over de dingen die gebeuren.
Als we naar Hem toegaan, zullen we door Hem worden beschermd.

Onze God is de Almachtige, de Schepper van hemel en aarde.
Met Hem aan onze zij, hoeven we nooit bang te zijn, want Hij zorgt voor ons.
Iedere dag opnieuw.
Bij Hem zijn we veilig.


Lieve Vader in de hemel,
vergeef mij dat ik mij soms zo laat verblinden door de omstandigheden of de dingen die gebeuren, dat ik niet goed meer zie hoe U er bij bent en klaarstaat om voor mij te zorgen, te strijden, mij te beschermen, mij te verbergen.
Ik weet het allemaal wel, Heer, dat is misschien nog wel het ergste.
Ik weet dat ik omhoog zou moeten blijven kijken naar U, naar wie U bent, naar wat U doet, naar wat U zegt, naar wat U belooft.
En toch gebeurt het dat ik me te neer laat drukken door alles en vergeet hoe volkomen Uw bescherming is.
Ik kan U alleen maar bidden, Vader, dat U het mij leert door de kracht van Uw Heilige Geest, om te leven vanuit die volkomen bescherming die ik heb bij U.
Wat zal er dan een ruimte komen in mijn denken, in mijn voelen, in mijn handel en in mijn wandel.
Oh ja, Vader, leer mij van daaruit te leven.
Dank U wel, dat ik volkomen beschermd ben door U.
U bent de Allerhoogste!
Geprezen zij Uw grote Naam!

- Amen -


Zijn huis is mijn toevluchtsoord;
in het verborgene van Zijn aangezicht
verbergt Hij mij.
Zijn aanwezigheid
is de beschermende muur
om mij heen.

Bescherming,
volkomen bescherming,
ik vind het nergens anders
dan bij Hem alleen.

Ik kijk om mij heen
en zie hoe ik aan alle kanten
word belaagd.
Scherpe woorden striemen,
moeilijkheden beuken,
als een storm
wordt alles opgejaagd.

Ik kijk om mij heen
en vraag mij af
hoe ik kan blijven staan.
Het is te veel,
ik ben te zwak,
vertwijf’ling slaat toe,
ik kan dit allemaal niet aan.

En terwijl ik om mij heen kijk,
hoor ik een stem,
die zachtjes tot mij spreekt:
‘Kijk omhoog,
vertrouw op Mij;
zie hoe in Mijn licht
alles verbleekt.’

Ik richt mijn blik omhoog,
weg van alle moeiten,
weg van alle zorgen.
Mijn ogen gaan open
en ik besef: Hij is mijn schuilplaats;
bij Hem ben ik veilig
en geborgen.