donderdag 30 april 2026

Een heerlijk buffet ...

'… de bepalingen van de HEERE zijn waarachtig, met elkaar zijn zij rechtvaardig.
Zij zijn begerenswaardiger dan goud, ja, dan veel zuiver goud, en zoeter dan honing en honingzeem uit de raat.'

HSV

'… de regels van de Ene zijn wáarheid, rechtvaardig alle sámen; begerenswaardiger dan goud, van het edelste een schát! - en zoeter dan honing, dan honingzeem uit de ráat.'
NB

'De voorschriften van de HEER zijn waarachtig, rechtvaardig, geheel en al.
Ze zijn begeerlijker dan goud, dan fijn goud in overvloed, en zoeter dan honing, dan honing vers uit de raat.'

NBV

Psalm 19:10b,11

Gods woord wordt ook wel het ‘voedsel voor de ziel’ genoemd; ons geestelijk voedsel.
Jezus zegt in Mattheüs 4:4: ‘De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.' 
Zoals ons lichaam voedsel nodig heeft om te groeien en te kunnen functioneren, zo heeft ook onze ziel dit nodig om dezelfde redenen. 

De Bijbel spreekt hier ook over en maakt dit duidelijk aan de hand van het voorbeeld van zuigelingen en volwassenen:
1 Korinthe 3:2 – 'Ik (Paulus) heb u met melk gevoed en niet met vast voedsel, want u kon dat nog niet verdragen; …'
1 Petrus 2:2 – ‘En verlang vurig, als pasgeboren kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor mag opgroeien.' 
Hebreeën 5:12-14a - ’Want hoewel u, gelet op de tijd, leraars zou moeten zijn, hebt u weer iemand nodig die u onderwijst in de grondbeginselen van de woorden van God. U bent geworden als mensen die melk nodig hebben en niet vast voedsel. Ieder immers die van melk leeft, is onervaren in het woord van de gerechtigheid, want hij is een kind. Maar voor de volwassenen is er het vaste voedsel, …'Gods woord laat dus heel duidelijk zien dat groei door het woord van God tot je te nemen niet alleen belangrijk is, maar ook noodzakelijk.
Wat zou er van ons worden als we ons hele leven alleen maar aan de fles zouden blijven lurken?

Ik vind het beeld, de vergelijking van pasgeboren kinderen naar volwassenheid heel bijzonder, want het voorbeeld geeft een heel duidelijk beeld van wat er wordt bedoeld, waardoor je je niet bezwaard of schuldig hoef te voelen als je net tot geloof gekomen bent, maar wat je ook aanspoort en terechtwijst als je al langer geloofd.
God laat door deze woorden heen zien, dat Hij ons mensen kent; dat Hij precies weet wat wij nodig hebben en dat Hij weet dat dingen tijd kosten, en Hij geeft ons de ruimte om te groeien.
Hoe bijzonder!
Tegelijkertijd laat Hij ons in Zijn woord echter ook zien dat groei wel noodzakelijk is; iets dat Hij van ons verwacht, zodat we bruikbare instrumenten kunnen worden in Zijn hand.
Duidelijk mag zijn dat dit alleen maar mogelijk is als we de Bijbel aannemen als het door de Heilige Geest geïnspireerde woord van God, tot onderwijs, om te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in rechtvaardigheid. (2 Tim. 3:16)

Toch is de Bijbel voor velen een gesloten boek, weinigzeggend en moeilijke, zware kost.
Beslist niet zoeter dan honing, of kostbaarder als goud, zoals onze tekst voor deze week zegt.
Hoewel er nog zoveel is wat ik niet begrijp, of kan plaatsen, of kan uitleggen, of … vul maar wat in, ik zelfs totaal niet van honing houd, is Gods woord mij heel dierbaar geworden.
Zo dierbaar, dat het voor mij wel is geworden als het heerlijkste wat er is, en kostbaarder dan wat dan ook.

Gods woord is alles wat het zegt dat het is, maar ik heb het pas ontdekt toen ik Zijn woord niet alleen las, maar ook in praktijk ging brengen.
Voor jaren heb ik zitten wachten op het ‘gevoel’ wat ik erbij zou ‘moeten’ hebben/krijgen; ervaringen, bewijs, … maar pas toen ik Zijn woord in praktijk ging brengen (geloven, danken, proclameren, uitstappen), ging ik de waarheid en de rijkdom van ervan ontdekken.
Stap voor stap; van de melk naar het fruithapje, naar het brood, naar de spinazie, naar de stamppotten boerenkool en misschien wel uiteindelijk tot de meest culinaire gerechten.
En dit proces gaat maar door en door en door.
Leren, zien, ontdekken, groeien, handelen, doorgeven, blijven ontvangen van Hem door Zijn Geest, leren, nog meer ontdekken, zien, groeien …

Gods woord is betrouwbaar!
Gods woord is betrouwbaar omdat onze God betrouwbaar is!
Je kun aan op wat Hij zegt! (Psalm 12:7)
Hij liegt niet en verandert niet van gedachten zoals de mens, noch belooft Hij iets en laat het na, of kondigt iets aan en doet het niet! (Num. 23:19)
Ja, soms zit er heel lange tijd tussen een belofte van God en de vervulling ervan, maar God doet altijd wat Hij belooft!

Wij mensen zijn (vaak) zo ongeduldig, en kunnen maar slecht wachten; alles moet snel snel.
En als we niet oppassen trekt dit ook door in ons geloofsleven, in onze tijd met God.
We plannen van alles, maar hoeveel tijd plannen we per dag, per week in voor een ontmoeting met God?
Is er wel regelmatig (iedere dag?) een moment tijd die we vrijmaken om Zijn woord te lezen?
Of is het iets dat even snel tussendoor alles door moet?
Hoe kunnen we verwachten iets van Hem te horen als we niet bereid zijn om tijd met Hem door te brengen, stil te worden en naar Hem te luisteren?

Het thema van deze week (Week 48 - 2014) is ‘Een heerlijk buffet’.
O, wat zou ik het graag helemaal hebben uitgeschreven hier in mijn blog, maar helaas, copyright 🙃
De overdenking van de afgelopen week nam mij mee naar het Bijbelrestaurant ‘De honingraat’ en toonde mij het speciale Bijbelmenu; een heerlijk buffet!
Alles wat we in een gewoon restaurant tegen kunnen komen, komt aan bod.
Een klein proeverijtje:
Het vlees: Symboliseert het bestuderen van de wetten, voorschriften en offers in oa. Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Vlees is voedzaam en belangrijk. Soms is het wat taai, moet je er langer op kauwen. Je zult zeker onder de indruk raken en de smaak waarderen.
De groente: De vier evangeliën (Mattheüs, Marcus, Lucas, Johannes) hebben hun eigen kleur, smaak en textuur. Ze vullen elkaar aan en zijn absoluut noodzakelijk in het menu.
En zo gaat het verder met de aardappels, de saus, het dessert – zoet en zuur; het fruit, de koffie, het gebak en de chocolade.
En ben je in een ‘gewoon restaurant’ beperkt in de keuze, in wat je mag nemen en in de hoeveelheid, dit restaurant biedt echt alles en je mag nemen wat je wilt en net zoveel als je wilt, want alles is in overvloed aanwezig.

Mag ik je nog enkele recensies doorgeven over dit restaurant?
* Het is werkelijk een genot om hier te eten; het is zoeter dan honing in je mond, en als je niet van honing houdt, bedenk dan maar iets wat jij het lekkerst vindt, en het is nog veel lekkerder!
* Daar eten is een bron van blijdschap!
* Het eten doet mij jubelen!
* Het eten van deze gerechten verlicht mijn leven!
* Hier hoef je nooit bang te zijn dat het eten niet goed is; nooit mislukt hier iets, of is het te zoet of te zuur, of te bitter of te …; altijd precies goed! Soms wel even wennen, maar uiteindelijk altijd perfect!
* Eén grote vreugde en blijdschap voor je hart om hier te eten!
(Psalm 119:103; Psalm 119:77, 174; Psalm 119:171,172; Psalm 119:105; Num. 23:19; Jeremia 15;16)

Ik hoop dat de gegeven recensies uitnodigend genoeg zullen zijn om hier toch eens te gaan eten, of de tijd ervoor te nemen om ook eens echt goed te proeven wat je eet.
Het kost je misschien wat tijd, maar je zult ontdekken dat je er alleen maar vaker en vaker wilt eten.
En wat let je?

Lieve Vader in de hemel, welk een ‘overheerlijk buffet’ biedt U ons aan.
Ja, sommige gerechten zijn even wennen, en soms moeten we even goed kauwen, maar och, Heer, als we de tijd nemen om regelmatig terug te komen om de gerechten te proeven, welk een genot is het dan niet om in dit ‘restaurant’ te eten.
Geef, Vader, dat we, misschien nieuwsgierig geworden door de recensies, eens in het restaurant, waar U de ‘Chefkok’ bent, komen eten en er ook lang genoeg zullen blijven om wat we eten ook echt te kunnen proeven. 
Geef dat we ook de ‘Gastheer’* de ruimte zullen geven om ons de verschillende gerechten uit te leggen, of om ons bepaalde gerechten te adviseren.
Laat ons daar ook echt voor openstaan en niet eigenwijs alleen maar nemen wat wij willen, of alleen maar lekker vinden.
Laat ons ook dankbaar zijn voor de ‘liefdevolle en zorgzame handen’ die ons het eten aanreiken.
En doe ons daarbij ook beseffen hoe rijk wij eigenlijk zijn dat wij dit restaurant zomaar binnen handbereik hebben; want niet overal, Heer, kunnen mensen dit restaurant zo makkelijk binnengaan en eten.
Vaak beseffen we pas wat we missen als we het niet (meer) hebben; geef dat dit bij ons niet zo zal zijn, maar dat we zullen komen en eten nu het (nog) kan.

In Jezus’ Naam.

– Amen –

Bron van vreugde

O, HEER,
hoe kostbaar zijn mij
Uw woorden!
Ze zijn kostbaarder dan
de gouden ketting om mijn hals
en zoeter dan de fijnste
en heerlijkste chocolade
die ik ooit heb gegeten.

Uw woord is echt en puur,
waar en waarachtig,
en als ik terugkijk in mijn leven,
zie ik hoe U overal was en mij 
nimmer hebt vergeten.

Welk een bron van vreugde
is Uw woord mij geworden.
Welk een vrede mijn deel
als ik U in de stilte ontmoet.

Ik kom tot rust in Uw aanwezigheid,
in het tot mij nemen van Uw woord,
waardoor ik U beter leer kennen
en kan zeggen:
‘Het is goed, wat U ook doet!’


zaterdag 25 april 2026

Een leeg bestaan?
Wend mijn ogen af ...

'Wend mijn ogen af, zodat zij niet zien wat nutteloos is; maak mij levend door Uw wegen.'
HSV

'Houd mijn ogen af van wat leeg is, laat mij Uw wegen gaan, en leven.'
NBV

Psalm 119:37

(GNB - zinloze; NBG – ijdele; SV – ijdelheid)

De hele week (Week 40 2014) loop ik al te worstelen met wat ik met dit onderwerp moet.
De overdenking gaat deze week over ongewenste kinderloosheid en als moeder van vier kinderen voel ik mij totaal niet bekwaam om hier ook maar iets over te schrijven, want wat weet ik er immers van af?
Daarnaast had ik moeite met de tekst die de schrijfster van de overdenking erbij gebruikt, daar deze in andere vertalingen niet alleen andere woorden gebruikt, maar ook eigenlijk op heel iets anders doelt.
Echter, aan de andere kant, als je verder en dieper nadenkt over deze tekst en het onderwerp, dan is het ook wel weer het beste gebed dat gebeden kan worden.
Wat het denk ik voor mij gewoon lastig en moeilijk maakt, is simpelweg mijn gevoel van ‘niet het recht hebben’ om hierover te schrijven, omdat ik wel kinderen heb.
Maar, als ik het breder maak, is deze bede van David eigenlijk een voorbeeldgebed voor ons allemaal en daarmee kom ik toch uit bij zoals de tekst in eerste instantie is bedoeld.

‘Wend mijn ogen af van …
Doe mij leven op Uw weg.’

De tekst duidt op de dingen van de wereld, op dingen die ons afhouden, of afbrengen van God, de wereldse dingen dus.
De wereld is vol verleidingen en verlokkingen en onze ogen zien vele dingen, maar wat doen we ermee, hoe gaan we daar mee om?
Geld, macht, status, succes, of materiële dingen zoals een huis, auto, kleding, vakanties …
Wat is er allemaal niet te koop in deze wereld, wat biedt de wereld eigenlijk niet allemaal, ook op TV, of wat via de computer binnenkomt, soms zelfs ongevraagd.

Ik geloof echter ook dat dit geldt voor onze christelijke wereld.
Bepaalde functies, of positie in onze gemeente, aanzien, roem, eer, geld …
Als ik om me heen kijk, dan zie ik dat er ook in onze christelijke wereld heel veel gevaren schuilen waar men in mee getrokken kan worden, en die ons bij God vandaan leiden in plaats van naar Hem toe zoals eigenlijk de bedoeling is.
Hoe mooi mensen het soms ook kunnen brengen, in welk christelijk jasje het soms ook gestoken wordt en met welke Bijbelteksten men het ook tracht te onderbouwen.

‘Wend mijn ogen af van …’

God heeft ons ogen gegeven om te kunnen zien, maar hoe anders had Hij het Zich vast voorgesteld dan het uiteindelijk is geworden.
God gaf ons ogen om Hem te zien, wie Hij is, Zijn heerlijkheid, Zijn grootheid, Zijn majesteit, Zijn kracht, Zijn macht, Zijn liefde; om te zien de wonderen van Zijn hand.
Maar welk een teleurstelling werd het …

Genesis 3:6 - 'En de vrouw zag …'
Wat was die vrucht mooi, wat zag die er lekker uit; vergeten werd al het andere, en wat God had gezegd, was schijnbaar ineens niet meer zo belangrijk.
De vrucht en de woorden lokten meer dan wat God had gezegd, en het zien bracht de zonde in de wereld.

2 Samuël 11:2 - 'Vanaf het dak zag hij (David) …'
Wat was die vrouw mooi!
Hij kon zijn ogen niet van haar afhouden en alles in hem begon te branden van begeerte en hij liet haar bij zich komen en sliep met haar.
Wat deed het ertoe dat zij de vrouw was van een ander, hij had haar gezien en wilde hebben.
Als zij dan nog zwanger van hem wordt, vermoordt hij haar man om er goed uit te komen, en zo leidde de ene zonde tot de volgende.

Zo maar twee voorbeelden van wat er kan gebeuren als onze ogen dingen zien.
En laten we vooral niet denken dat wij beter zijn en dat ons dit niet kan of zal gebeuren!
Als we de woorden van Jezus in onze herinnering brengen, dan denk ik dat we ons er eerder aan schuldig maken dan dat we vaak denken.

‘Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw(man) kijkt om haar te begeren, in zijn(haar) hart al overspel met haar(hem) gepleegd heeft.
Als dan uw rechteroog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt.’ 
Mattheüs 5:28,29 

Jezus spreekt hier over overspel, maar dit woord geldt voor alles wat ons tot zonde verleidt door wat onze ogen zien.
Zegt de wet immers niet:
‘En u zult niet begeren de vrouw van u naaste. U zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste, noch op zijn akker, noch op zijn slaaf, noch op zijn slavin, noch op zijn rund, noch op zijn ezel, noch op iets dat van uw naaste is.’
Deut. 5:21

Jezus woorden zijn eigenlijk nog veel verstrekkender dan deze woorden uit de wet en ze laten ons zien, hoe snel zien tot zonde kan verleiden/brengt.
Nee, ik geloof niet dat we nu maar gelijk allemaal ons rechteroog moeten uitrukken, maar het laat wel zien hoe serieus Jezus is over deze dingen, hoe zwaar het allemaal weegt en hoe belangrijk het is dat we eerlijk zijn naar God, en naar onszelf.

‘Wend mijn ogen af van …’

We kunnen deze woorden met de Psalmist meebidden, maar we zullen er weinig aan hebben als we de bron van de verleiding(en) niet wegdoen, of maatregelen nemen die ons ertegen beschermen.
We kunnen iedere dag bidden ‘Heer, wend mijn ogen af van …’, maar als ik ’s avonds na een bepaalde tijd achter mijn tv blijf hangen of op bepaalde zenders blijf kijken dan …
Of, als we blijven zien op wat we niet hebben en anderen wel, …
Of als we …, vul voor jezelf maar in.

Toch kunnen de woorden ‘Wend mijn ogen af van …’ ook in het geval van ongewenste kinderloosheid (of andere omstandigheden) misschien een gebed worden.
‘Houdt mijn ogen af van wat leeg is, …’* 
De pijn en het verdriet van bepaalde omstandigheden waarin we verkeren kunnen soms zo diep en intens zijn, dat we zelf niet instaat zijn om dit te veranderen, en dan zijn er deze woorden om te bidden: ‘Wend mijn ogen af van …’
Wilt U het doen, Here, want mij lukt het niet!

Vooral in het geval van ongewenste kinderloosheid, waar je als vrouw jarenlang iedere maand opnieuw wordt geconfronteerd met het verdriet, de pijn, de leegte.
Maar ook later nog met het ouder worden; nooit oma (en opa), alleen, eenzaamheid …?!

De woorden van de andere vertalingen lijken dan in eerste instantie eigenlijk niet te passen: ‘wend mijn ogen af van wat zinloos is, wat nutteloos is, wat ijdelheid is, maar aan de andere kant toch ook weer wel, al klinken deze woorden dan wel heel hard.
Met het blijven kijken naar wat we niet hebben, naar omstandigheden zoals ze zijn, naar die leegte, is zinloos, is nutteloos, is ijdelheid.
Het helpt ons niet verder, eerder de andere kant op.
Het houdt onze blik van God af, in plaats van dat we Hem zien.
Het zorgt er eerder voor dat we ontevreden worden, boos, bitter, depressief.

Nee, ik bedoel nu niet dat je dit gebed maar gelijk moet gaan bidden als je net hebt gehoord dat je geen kinderen kunt krijgen, of dat je een ongeneeslijke ziekte hebt, of dat je je baan verliest, of je huis, of …
We moeten ook de tijd nemen om te rouwen, om het verdriet en de pijn die met deze dingen gepaard gaan een plek te geven en om een nieuwe, andere weg in te kunnen slaan.
Maar het is wel een waarschuwing om niet ergens in te blijven hangen.

‘Doe mij leven op Uw weg.
Laat mij Uw wegen gaan, en leven.’ 

Deze woorden verleggen ons blikveld; onze aandacht wordt verlegd van verleiding, van omstandigheid, naar God.
Het is nog aanwezig, verleidingen zijn er en zullen er ook altijd zijn, net als misschien die leegte, of die ziekte, of …, maar we kiezen ervoor om onze ogen, en ons hart, op Hem te richten.

‘Laat mij Uw wegen gaan’: ik wil geen dingen doen die U pijn en verdriet doen, ik wil niet dat doen wat U zo haat, ik wil U volgen, dienen en eren in alles wat ik doe.
‘Laat mij Uw wegen gaan’: ik wil Uw wil doen, wat U vreugde schenkt, waarmee U tot Uw doel zult komen met mij.
‘Laat mij Uw wegen gaan’: vertel mij maar, Heer, wat U dan voor mij in petto hebt, wat ik dan mag doen, mag betekenen, wat Uw plan is met mijn leven.
‘Laat mij Uw wegen gaan’: ik wil Uw woorden indrinken, ze onderzoeken, overdenken, naleven.
‘Laat mij Uw wegen gaan’: ik wil zien op wie U bent, op wat U doet, op wat Uw wil is en daarnaar, daarvan uit, leven.

**
U bent mijn Herder!
(Psalm 23)
U bent met niemand te vergelijken, noch door iemand te evenaren.
(Jesaja 40:12-31)
U zult het goede werk dat U in mij bent begonnen ook afmaken.
(Filippenzen 1:3-11)
U heeft ons gezegend met talrijke geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten.
(Efeziërs 1:3-14)
U kent mij zoals niemand anders mij kent, en u houdt van mij en zorgt voor mij.
(Psalm 139:1-18)

‘Wend mijn ogen af van …
Doe mij leven op Uw weg.’


Lieve Vader in de hemel, wend mijn ogen af van alles dat U verdriet doet, wat een blokkade vormt tussen U en mij, wat ervoor zorgt, dat U niet tot Uw bestemming kunt komen en doe mij leven op Uw weg.
U bent mijn Herder, mijn God, die door niets en niemand is te evenaren, die mij kent als niemand anders en toch van mij houdt en voor mij zorgt.
Laat mij zien, Vader, waar ik mijn blik afwend van U en richt op dingen die niet goed zijn, die mij van U afhouden en mij ontevreden of jaloers maken.
Die voor onrust en rusteloosheid zorgen, en mij niet doen leven zoals U het wilt.
Lieve Vader, ik bid U in het bijzonder voor hen die gebukt gaan onder hun kinderloosheid, die nog worstelen en in diepe rouw zijn.
Ontferm U, Vader, over hen; help en troost hen, ja, bemoedig hen en doe leven.
Ik bid U voor hen, die in andere nood verkeren en geen uitweg zien, die vastzitten in hun problemen, pijn, verdriet, moeiten of zorgen.
Ontferm U, Vader richt op; help en verlos hen, ja, bevrijdt hen.
Doe ons allen leven, Vader, op Uw weg.

In Jezus’ Naam.

- Amen - 

Wend mijn ogen af, o Heer,
van alles wat de wereld biedt
en wat mij wegtrekt van U.
Laat mij Uw wegen gaan,
zien op wie U bent,
een leven leven tot eer van U.

Wend mijn ogen af, o Heer,
van mijn omstandigheden als ik
daardoor het zicht op U verlies.
Help mij door Uw Geest,
opdat ik dicht bij U blijf
en ik U niet verlies.


* De gedachtegang van de schrijfster van de overdenking die ik meeneem en op verder ga.

** Deze laatste Bijbelgedeelten zijn afkomstig van de kalender.



donderdag 16 april 2026

Take a break!

'U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen,
U bent met al mijn wegen vertrouwd.'

HSV

'Ga ik op weg of rust ik uit, u merkt het op,
met al mijn wegen bent u vertrouwd.'

NBV

Psalm 139:3


De dagen hebben zich aaneengeregen en werden maanden van druk en intensief bezig zijn.
Sommige dingen liepen door elkaar en worden tegelijk weer overlapt door iets nieuws.
Niet eerder ben ik zo druk geweest (en nog) als afgelopen jaar. (- 2014)
Dat daarin iets moet veranderen was me al duidelijk, maar het duurt soms even voor de juiste keuzes zijn gemaakt en alles is afgerond.
Het thema van deze week komt dan ook op een moment waarop ik een hele grote klus af heb en eigenlijk nog door moet met de voorbereidingen van iets voor het nieuwe seizoen in onze gemeente en ik vraag me nu af of dit thema misschien niet even letterlijk voor mij is bedoeld.
‘Take a break, Rita, neem even gas terug en maak tijd en ruimte om totaal iets anders te doen.’
Het is allemaal wat makkelijker als je op vakantie gaat, dan stopt alles waar je mee bezig bent vanzelf, maar zoals in ons geval, als op vakantie gaan even geen optie is, dan zul je zelf daarin een keuze moeten maken en als er nog het één en ander aan werk ligt, valt het niet mee om dat los te laten.
Toen ik afgelopen week aan de hand van de kalender aan het nadenken was over dit onderwerp en de gegeven Bijbelteksten las, was het nog niet echt een persoonlijk woord voor mij, we gaan immers niet op vakantie. (en daar was het stukje op de kalender wel een beetje op gericht; op vakantie, verandering van omgeving, rust nemen)
Maar nu, misschien wel juist na afgelopen paar weken zo intensief met een project bezig te zijn geweest en het gister afgerond te hebben, komen de woorden ineens anders binnen.
‘Take a break!’
‘Neem een pauze!’

In de Bijbel wordt niet over vakanties gesproken; gelukkig! gaat God nooit met vakantie.
Maar over rusten, over rust zoeken, over uitrusten spreekt de Bijbel wel.
En hoewel dit in principe gaat over het zoeken van onze rust bij God, hoeft het één het ander niet uit te sluiten.

Ik herinner mij nog als de dag van gister mijn allereerste vakantiedag op een Frans strand.
Als gezin waren we nog nooit in het buitenland op vakantie geweest en nu waren we voor het eerst ergens in Frankrijk (vraag me niet waar, want dat weet ik niet meer).
Terwijl de kinders samen met mijn man en onze vrienden zich vermaakten in de zee en op het strand, lag ik op mijn handdoek met gesloten ogen en luisterde naar het geluid van de branding.
Mijn hart liep over van dankbaarheid om de mogelijkheid dat we hier mochten zijn en terwijl ik mij koesterde in de warmte van de zon, nam het geluid van de aan en af rollende golven al mijn vermoeidheid en spanning mee; ik voelde alles gewoon uit mijn lichaam verdwijnen.
Nooit eerder, maar ook nooit weer, heb ik dit zo duidelijk ervaren als op dat moment, op die dag.
Ik kon wel huilen van vreugde en dankbaarheid, zo dichtbij ervoer ik God op dat moment in wat er gebeurde en ik draag deze herinnering als een kostbaar kleinood met mij mee.

‘Nam ik vleugels van de dageraad, woonde ik aan het einde van de zee, ook daar zou Uw hand mij leiden en Uw rechterhand mij vasthouden.’
Psalm 139:9,10

Voor een kort moment mocht ik dicht bij de zee wonen en tegelijk ervaren dat Zijn hand mij ook daar leidt en vasthoudt.
Zo ging mijn vakantie en rust vinden bij God hand in hand.
En eigenlijk besef ik, nu ik mijn gedachten zo terug laat gaan naar onze vakanties vroeger, gold dat eigenlijk wel voor alle vakanties, ook die in ons eigen land, alleen besefte ik dat toen nog niet.

Voor eenieder van ons zullen het zo weer andere dingen zijn die ons dicht bij God brengen en tot rust doen komen.
Mijn man mag bijvoorbeeld heel graag wandelen in het bos of op het Kootwijkerzand en op een stil en rustig plekje (wat wel steeds moeilijker te vinden is) even gaan zitten.
De natuur brengt hem dicht bij God.
In de stilte, met niets anders dan het geluid van de vogels en het geritsel van de bladeren, ervaart hij Gods aanwezigheid en komt hij tot rust.
En in een onverwacht ontmoeting met reeën of wilde zwijnen ziet hij de uitgestrekte hand van God met een bemoediging.
Ik denk dat het al met al dus niet de vraag is hoe onze vakanties en God hand in hand kunnen gaan, maar veel meer welke plaats geven wij God in onze vakanties.
Welke ruimte en hoeveel ruimte krijgt Hij, en hoe creatief zijn we in het ontdekken, het zien van Gods aanwezigheid op de plaatsen waar we komen en in de dingen die we doen.

1 Korinthiërs 10:31 was ook een tekst die deze week gegeven werd.
‘Of u dus eet of drinkt of iets anders doet, doe alles tot eer van God.’
Bij deze tekst wordt een verwijzing naar Kolossenzen 3:17 gegeven, waar staat: ‘En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem.’ 
Met andere woorden zou je kunnen zeggen: geniet van je vakantie, waar je ook heen gaat, van alles wat je tegenkomt, ziet en/of doet, maar laat het Hem aangenaam zijn en dank Hem voor alles.

Het is natuurlijk wel allemaal een beetje anders als je niet op vakantie kunt.
En dan is het voor mijn man (en voor degenen net als hij) die zelfs gewoon door moet werken nog weer anders.
Misschien komt het dan wel het meeste aan op je rust zoeken bij God.
Ieder mens heeft momenten of tijden van rust nodig in zijn leven, we kunnen niet ongestraft maar doorgaan en doorgaan.
Ons lichaam en onze geest zullen vroeg of laat protesteren en als we dan nog niet luisteren naar de signalen die worden afgegeven, dan zullen grotere en ingrijpender gevolgen niet uitblijven.
We kunnen heel lang doorgaan, vooral als het moet, maar er zijn grenzen.

Ik denk dat we allemaal zo onze eigen favoriete dingen hebben wat we graag doen en waarvan we weten dat het ons ontspanning brengt en rust geeft.
En hoe druk we het ook hebben, hoeveel we ook ‘moeten’ doen, vooral als je geen vakantie kunt houden, het is en blijft, denk ik, heel belangrijk dat je tijd inruimt voor deze dingen.
'Laat je door God naar groene weiden brengen om te rusten aan het water!'
(Psalm 23)

‘En Hij(Jezus) zei tegen hen: Komt u zelf mee naar een eenzame plaats, alleen, en rust wat uit; want er waren er velen die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegenheid om te eten. En zij vertrokken in een schip naar een eenzame plaats, alleen.'
Marcus 6:31

Ach, al aan het begin van de Bijbel vinden we hoe belangrijk God het Zelf vond.
Stelde Hijzelf niet al een moment, een dag, van rust vast?!
‘Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.
En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken.' 
Genesis 2:2,3
God rustte van Zijn werk!
God Zelf! 

Take a break!

Ik geloof dat ik mijn eigen advies maar eens ter harte ga nemen en de komende week niet verder ga met het werk dat eigenlijk nog gedaan moet worden, maar even alles loslaat en alleen dat ga doen wat mij ontspant en waar ik rust in vind, tot eer van Hem en met een dankbaar hart.

Lieve Vader in de hemel, dank U wel, dat U nooit van ons vraagt om door te gaan tot we erbij neervallen, maar dat U een moment, een dag van rust heeft gegeven.
Dank U wel, dat we (als het kan) ook heerlijk op vakantie mogen gaan en ervan mogen genieten.
Geef het besef, Vader, dat het geen recht is, maar een voorrecht; iets om dankbaar voor te zijn.
Ik bid U heel speciaal voor hen die door wat voor omstandigheden dan ook niet op vakantie kunnen en door moeten werken.
Ik bid U, Vader, dat U hen in het bijzonder helpt om toch momenten van ontspanning en rust in te bouwen en deze momenten te zegenen met een extra portie van Uw kracht.
Bescherm een ieder van ons, Heer, waar wij ook gaan of staan en bij wat we ook doen, en breng eenieder veilig thuis op de plaats waar zij worden verwacht.

In Jezus’ Naam.

- Amen -


Vakantie

Voor even neem ik afstand
van alles wat ik doe.
Ik laat alles voor wat het is,
zodat ontspanning en rust
mijn leven binnenkomen.

Voor even creëer ik ruimte
in de hectiek van alle dag.
Ik zet bewust alles even opzij,
zodat ik niet volledig door werk
in bezit word genomen.

Maar wat ik dan ook zal doen,
of waar ik ook heen zal gaan,
U zal ik niet vergeten,
opdat U het zult zijn die mij met
nieuwe kracht zal doorstromen.

Heer, U bent met al mijn wegen vertrouwd;
waar ik ook ga of sta, het is U bekend.
Laat alles wat ik doe, ook dan, zijn tot Uw eer,
en mijn hart dankbaar voor ieder gegeven moment.

zaterdag 4 april 2026

Smachten naar God ... (2)
Ik heb gewoon geen dorst

'Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God.'
HSV

'Zoals een hinde smacht naar stromend water, zo smacht mijn ziel naar u, o God.'
NBV

Psalm 42:2

Heer, ik wil U zoeken iedere dag opnieuw,
opdat mijn hart en ziel zich in U zullen verblijden.
Ik wil U blijven zoeken, ook als het moeilijk is;
laat Uw woord mij toch op al mijn wegen leiden.


Met het nadenken over dit thema, werd ik afgelopen week (ik schreef dit bijna 12 jaar geleden voor Quality Time) ook ergens anders bij bepaald.
Enige tijd geleden was ik eens bij mijn moeder en we kwamen zo op het onderwerp drinken.
Ik zat aan een glaasje water en vertelde haar dat ik mijzelf er weer toe had aangezet om netjes minstens 1 liter water per dag te drinken (naast koffie, thee, etc.), want het gebeurde steeds vaker dat ik er ’s avonds achter kwam, dat ik overdag toch weer te weinig gedronken had.
Ik hoor haar op een gegeven moment nog zeggen: ‘Ja, maar ik heb gewoon geen dorst’.
‘Nou,’ zei ik, ‘ik ook niet, maar ik heb weleens ergens gelezen, of gehoord, dat als we dorst krijgen, het eigenlijk te laat is om te beginnen met drinken.’
Drinken moeten we dus eigenlijk doen om te voorkomen dat we dorst krijgen of uitgedroogd raken.

Dorst is een lichamelijke reactie op gebrek aan vocht; het is behoefte hebben aan drinken, maar ook een hevig of sterk verlangen, of hunkering.
De sporters onder ons kennen dit gevoel van (ontzettende) dorst vast wel heel erg goed.
Grote inspanning is één van de oorzaken waardoor wij erge dorst kunnen krijgen.
Bepaalde ziekten veroorzaken ook dorst, maar ook simpelweg te weinig drinken of door te lang wachten met drinken ontstaat dorst.
En dat laatste, vaak voortkomend uit de opmerking zoals van mijn moeder ‘ik heb gewoon geen dorst’, triggerde mij.
Deze woorden ‘ik heb gewoon geen dorst’ brachten mijn gedachten naar Gods woord.

Ik heb gewoon geen dorst …
Ik drink pas als ik dorst heb/krijg …
Zoals het lichaam reageert met dorst omdat het niet genoeg vocht krijgt, reageert onze ziel op een tekort aan geestelijk voedsel.
Als we maar wachten en wachten met het lezen van Gods woord, niet regelmatig Zijn woord tot ons nemen, verdroogt en verdort onze ziel, en ook dat heeft, net als niet genoeg drinken, gevolgen.
We hebben gezien dat dorst verschillende oorzaken kan hebben, en ik bedacht me zo dat dan eigenlijk ook de dorheid en droogte van ziel verschillende oorzaken kan hebben, waaronder dus ook onze ‘ik heb gewoon geen dorst’, oftewel ‘ik heb gewoon geen tijd, geen behoefte, geen zin, geen verlangen om Zijn woord te lezen.

Als we pas gaan drinken omdat we dorst hebben, moeten we eerst het tekort aanvullen voordat we weer enige reserve hebben opgebouwd, en duurt het dus veel langer om weer versterkt en verkwikt verder te kunnen.
En als we niet oppassen, bijvoorbeeld in tijden van een hittegolf, dan drogen we zo uit en ontstaan er allerlei klachten als: je slap voelen, duizeligheid, hoofdpijn, je wordt sloom en suf, misselijk, er volgt controle verlies, vaat- en spierkrampen, ingezonken ogen, stem verlies en uiteindelijk kun je zelfs bewusteloos raken.
Een hele lijst met allerlei klachten en als ik dit alles door ga trekken naar ons geestelijk leven, dan zie je dat daar eigenlijk in grote lijnen hetzelfde gebeurt.

Je niet regelmatig voeden met Gods woord betekent ook dat er een tekort ontstaat.
En wat als er dan mindere tijden aanbreken, er beproevingen of verzoekingen komen, er een woestijnperiode aanbreekt?
Zonder geestelijk voedsel zullen we slap worden, niet goed instaat zijn om aanvallen van ons af te slaan.
We zullen heen en weer geslingerd worden, niet goed weten welke kant we op moeten gaan.
Het kan ons zelfs echte hoofdpijn bezorgen of ons misselijk maken, omdat we niet goed meer weten wat te doen.
We gaan slecht slapen van de vele zorgen, onze ogen krijgen donkere kringen.
Onze stem klinkt steeds zachter en zachter; de kracht en autoriteit in onze stem verdwijnt.
En als we niet oppassen belanden we in een isolement, een verlaten gebied waarin God niet lijkt te zijn en de weg naar Hem terug onvindbaar.

Ik heb gewoon geen dorst.
Het was maar een gewoon zinnetje, een uitleg waarom ze niet meer dronk dan ze deed, maar het kwam terug in mijn gedachten toen ik vorige week aan het nadenken was over het hert dat schreeuwde naar water, over David, die zo wanhopig verlangde naar God, naar Zijn aanwezigheid.
Davids dorst kwam voort uit het opgejaagd worden door Saul; hij werd verdreven naar de woestijn, ver weg van Gods tempel. (1 Sam. 23:14-28)
De reden van zijn dorst had een andere oorzaak, maar de gevolgen waren bijna hetzelfde, alleen met dit verschil, David bleef God zoeken.
In Psalm 63 schrijft hij:
‘God, U bent mijn God, U blijf ik zoeken.
Met lichaam en ziel verlang ik naar U, ik smacht naar U zoals droog en dorstig land naar water.
Daarom ging ik naar Uw tempel, om U te zien, om te zien hoe machtig U bent, hoe grootst.
Uw liefde is meer waard dan het leven, …

Naar U strek ik mijn handen uit, Uw naam zal op mijn lippen zijn.'

Wat hunkerde David naar God.
Wat was hij zich bewust van wie God is.
En wat miste hij het om in Gods aanwezigheid, in de tempel te kunnen komen, om te zien en te horen van Zijn grootheid en Zijn macht.
Hij voelt zich als een hert dat schreeuwt om water, als droog en dorstig land.

Drinken van het Levende Water, ons voeden met Zijn woord, is van levensbelang, net als ons gewone voedsel en drinken.
Het laat ons zien wie God is; het vertelt van Zijn macht, Zijn majesteit en Zijn heerlijkheid.
Het geeft ons Zijn leefregels, Zijn richtlijnen; het toont ons de wegen die God wil dat wij gaan.

Zijn woord is een lamp voor onze voet en een licht op mijn pad.’

Psalm 119:105

Het laat zien wat Hem vreugde schenkt en wat Hem verdriet doet; het vertelt ons wat goed is en niet.
Het onderwijst ons, geeft ons handvatten, is een houvast en leidraad voor elke dag.
Het is vol bemoedigen en vol woorden van troost.
Het maakt ons sterk en krachtig, maakt ons weerbaar.
Het bevat eigenlijk gewoon alles wat we nodig hebben.
God heeft het ons ook gegeven als onderdeel van de wapenrusting.

'…, en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord, …’
Efeze 6:17 

We hebben Gods woord dus ook heel hard nodig om te kunnen strijden en vechten: ‘Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.’
(Efeze 6:12)
De Here Jezus gaf ons het voorbeeld toen Hij door de duivel werd verzocht in de woestijn. (Mattheüs 4:1-11)
En Hebreeën 4:12a zegt over Gods woord: ‘Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, …’

David hield van Gods woord.
Hij had geen Bijbel zoals wij, maar wat hij had, koesterde hij, hield hij dicht aan zijn hart; bewaarde het in zijn hart.
In de manier waarop hij over Gods woord spreekt, ligt zoveel liefde, zoveel hartstocht; laat hij zien hoe kostbaar dit woord is, hoe waardevol, dat het ons eigenlijk zou moeten aansporen om zo met Gods woord bezig te zijn, dat Gods woord net zo voor ons wordt als het voor hem was.

'De wet van de HEERE is volmaakt,
zij bekeert de ziel;
de getuigenis van de HEERE is betrouwbaar,
zij geeft de eenvoudige wijsheid.
De bevelen van de HEERE zijn recht,
zij verblijden het hart;
het gebod van de HEERE is zuiver,
het verlicht de ogen.
De vreze des HEEREN is rein,
zij houdt voor eeuwig stand;
de bepalingen van de HEERE zijn waarachtig,
met elkaar zijn zij rechtvaardig.
Zij zijn begerenswaardiger dan goud,
ja, dan veel zuiver goud;
en zoeter dan honing
en honingzeem uit de raat.' 
Psalm 19:8-11 

'Gods weg is volmaakt,
het woord van de HEERE is gelouterd,
Hij is een schild voor allen die tot Hem de toevlucht nemen.' 

Psalm 18:31

'Ik zoek U met heel mijn hart,
laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
Ik heb Uw belofte in mijn hart opgeborgen,
opdat ik tegen U niet zondig.
Geloofd zij U, HEERE,
leer mij Uw verordeningen.'

'Mijn ziel wordt verteerd van verlangen
naar Uw bepalingen, te allen tijde.' 

Psalm 119:10-12;20

Lieve Vader in de hemel, soms hebben we gewoon ‘geen dorst’ en wachten we met drinken tot dat we dorst krijgen, en ik realiseer mij Vader, dat het dorst krijgen op deze wijze niet echt slim is.
Wat doen we U en onszelf enorm tekort.
Doe ons beseffen, Vader, dat we Uw woord nodig hebben net als ons dagelijkse voedsel.
Ja, we kunnen een bepaalde tijd zonder eten en/of drinken, maar de gevolgen blijven niet uit en kunnen op den duur zelfs dodelijk zijn.
Zo is het ook met Uw woord, Vader, als we dit niet dagelijks tot ons nemen, we niet dagelijks komen eten en drinken bij U.
Maak ons hart hongerig en dorstig naar U; bewerk ons hart door Uw Geest.
Laat er een goede honger en dorst naar U komen in ons hart; U staat immers klaar om ons te verzadigen.
Laat ons hart, onze ziel, zijn als een hert dat schreeuwt naar water, omdat we verlangen naar meer en meer van U; meer en meer van U te leren, meer en meer van U te ontvangen, meer en meer en meer naar U te verlangen.
Laat het 'ik heb gewoon geen dorst’ veranderen in ‘dorst of geen dorst, ik drink, want ik kan niet zonder’. 
Laat ons, laat mij zijn, als dit smachtende, naar water schreeuwende hert …

In Jezus’ Naam.

- Amen -

Uw Woord is …

Heer, Uw woord toont ons wie U bent.
Vertelt ons van Uw grootheid en heerlijkheid.
Laat ons zien, welk een machtig God U bent,
Die dagelijks met en voor ons strijdt.

Uw woord is voedsel voor onze ziel
en wijst ons de weg naar het leven.
Uw woord is echter ook een wapen
door Uzelf aan ons gegeven.

Heer, Uw woord is ook vol troost en bemoediging,
laat ons zien waar wij schuilen mogen.
Laat ons zien hoe vol liefde U bent;
betrokken, ontfermend en bewogen.

Uw woord, Heer, is levend, krachtig en zuiver,
heeft de toets van het leven doorstaan.
Uw woord is rechtvaardig, ja, volmaakt,
het beste richtsnoer voor ons aardse bestaan.