vrijdag 27 maart 2026

Smachten naar God ... (1)

'Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God.'
HSV

'Zoals een hinde smacht naar stromend water, zo smacht mijn ziel naar u, o God.'
NBV

Psalm 42:2

Schreeuwen van verlangen.
Smachten.
Dorsten naar.
Het zijn allemaal bewoorden die uitdrukking geven aan het intense en vurige verlangen van David naar God.

Verdriet en een wanhopig verlangen springen eruit in deze Psalm en ze raken mij diep, omdat de gevoelens waar David over schrijft me zo bekend zijn.
Ik proef zijn verlangen naar God, naar het gemis van het kunnen zijn in Gods huis, in Zijn aanwezigheid.
Ik voel zijn verdriet en onrust, zijn heimwee.
Ik hoor zijn schreeuw naar God bijna in mijn oren weerklinken en ik word meegetrokken in het kolkende water en voel als het ware met David hoe het water over ons beiden heen slaat.
En al bevind ik mij op dit moment niet in zo’n situatie, ik ken, en herken deze gevoelens maar al te goed.

Misschien vermengt jouw schreeuw zich op dit moment wel met die van David.
En misschien huil je op dit moment wel met hem mee; zijn de tranen die hij huilt, die hem zelfs dag en nacht tot voedsel zijn, ook wel jouw tranen, jouw voedsel.
Misschien word jij ook wel aangevallen op je geloof en ter verantwoording geroepen, of uitgedaagd, net als David.
Misschien denk ook jij wel met heimwee terug aan de tijd dat God zo dichtbij was, dat je Hem kon ervaren, kon voelen, en mis je dit nu zo, dat het verlangen naar Hem bijna ondragelijk is, en je hunkert naar Zijn redding, Zijn verlossing, naar Hem, als een uitgedroogd hert dat smacht naar water.

Soms vinden er dingen in ons leven plaats waar we niets aan kunnen doen, ze gebeuren en kunnen ons in een situatie brengen waar we niet om hebben gevraagd, net als bij David het geval was; we hebben niet altijd alles zelf in de hand.
David was op de vlucht voor Saul en was zo gedwongen om ver weg te leven van Gods tempel.
Hij kon er niets aan doen, zo waren de omstandigheden, en al begreep hij er niets van -hij was immers door God uitgekozen en gezalfd tot de nieuwe koning- hij vertrouwde erop dat God erbij was en Hij het op de één of andere manier zou uitwerken.
Hij kon er niets aan doen dat hij in deze situatie was terecht gekomen, maar hij had wel een keus hoe hij er mee omging, erop reageerde.
En dat is wat mij zo bijzonder treft en wat zo’n enorme les is voor mij, voor ons, de manier waarop David met dit alles omgaat, de keuzes die hij maakt.
Nee, David maakt ook niet altijd de juiste keuzes, hij blijft een mens als wij en gaat soms behoorlijk de mist in, maar in deze Psalm geeft hij ons wel het juiste voorbeeld.
Hij erkent dat deze gevoelens er zijn, ze zijn echt en horen soms bij het leven, en hij spreekt ze uit, maar hij spreekt zichzelf ook toe en maant zichzelf om op God te vertrouwen.
Hij weet dat God van hem houdt en dat houdt hij zichzelf voor.
Hij beseft dat zijn leven in Gods handen is.

‘Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.

Maar de HEERE zal overdag Zijn goedertierenheid gebieden; 's nachts zal Zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God van mijn leven.’
(vers 6/12,9)

David legt zijn hele ziel bloot voor God, hij houdt zijn nood niet voor zichzelf, maar deelt zijn diepste gedachten en gevoelens met Hem, maar hij blijft God ook zijn Rots noemen (vers 10), en spreekt zichzelf toe: Hoop op God, je zult Hem eens weer loven!
Tot twee keer toe houdt hij dit zichzelf voor; tot twee keer toe!
David weet ten diepste dat, hoe hij zich ook voelt, God Dezelfde is en blijft, Degene op wie je kunt bouwen en vertrouwen.
Hij spreekt zichzelf moed in, wijst hij zichzelf erop dat dit tijdelijk is, dat er eens een eind aan komt.
David kiest, te midden van al zijn pijn en verdriet, en de leegte die hij voelt, ervoor zichzelf te wijzen op wie God is.
En soms is jezelf één keer iets voorhouden niet genoeg, moet het vaker om het andere te overstemmen.

Hoe moeilijk onze omstandigheden ook kunnen zijn, laten we toch net als David vasthouden aan wie Hij is, aan Zijn woord dat zegt dat Zijn oog op ons is en dat Hij als een Vader voor ons zorgt.
Blijf zien op wat Hij eerder heeft gedaan, en vertrouw op Hem die Zijn woord en beloften nakomt.
Hij is de Bron van levend water, ga naar Hem toe en put en drink van dit water!
Laat je onrustige ziel tot rust komen bij God; Hij is de Enige die jouw ziel kan verbinden, je nieuwe moed en kracht kan geven.

David zegt in Psalm 63: ‘God, U bent mijn God, U blijf ik zoeken; …’
U blijf ik zoeken!
David gaf niet op, hij blijft God zoeken, keer op keer op keer op …
Laten ook wij niet opgeven als het moeilijk is, als het maar voortduurt, maar laten we net als David God blijven zoeken en op Hem vertrouwen.

‘De last op je schouders, draag hem over aan de Heer, Hij zal voor je zorgen; wie Hem trouw is, laat Hij niet bezwijken.'
Psalm 55:23

'Wie moe is, beurt Hij op, wie geen kracht heeft maakt Hij sterk.'
Jes. 40:29

'Waad je door het water, Ik sta naast je.
Steek je rivieren over, je wordt niet meegesleurd.
Loop je door vuur, je zult niet verbranden, de vlammen verschroeien je niet.
Want Ik ben de Heer, je God, de heilige van Israël, je bevrijder.'

Jes. 43:2,3a

'Ik droeg je vanaf je prilste bestaan, Ik nam je op de arm vanaf je geboorte.
En Ik blijf je dragen,, tot je oud en grijs bent.
Ik heb het gedaan en blijf het doen: Ik neem je op de schouders, Ik red je.'

Jes. 46:3b,4

'Vertrouw ook op de Heer, steun ook op je God, als je door het duister moet gaan, als er geen lichtstraal tot je doordringt.'
Jes. 50:10

'Wie bescherming zoekt bij de Allerhoogste, in de nabijheid van de Almachtige verblijft, hij kan zeggen: ‘U bent mijn schuilplaats, mijn vesting.
Mijn God, ik vertrouw op U.’

Psalm 91:1,2


     >> Martin Brand - Duizend vragen/U bent mijn schuilplaats, Heer 


Lieve Vader in de hemel, het leven kan soms zo moeilijk zijn en zwaar, zo vol zorgen en noden, zo vol verdriet en pijn, waardoor we meer dan ooit wanhopig verlangen naar U, naar Uw aanwezigheid, naar Uw redding, naar Uw nabijheid.
David omschrijft het als een hert dat schreeuwt om water, en dat Vader, dat is precies wat we dan zo hard nodig hebben, Uw levende water, dat ons verkwikt en nieuwe kracht geeft.
Help ons, Vader, en leer ons waar dat nodig is, om ons hart net als David vrijelijk voor U uit te storten, onze ziel bloot te leggen voor U, erop vertrouwend dat U onze gebeden hoort en ons te hulp zal komen.
Leer ons om net als David ervoor te kiezen om niet alleen te zien op onze omstandigheden en gevoelens, maar om onszelf ook voor te houden dat we op U kunnen vertrouwen, dat U van ons houdt en voor ons zorgt, en dat er weer een tijd zal komen dat we U zullen loven en prijzen vanuit een vreugdevol hart om wat U hebt gedaan.
Leer ons kracht putten uit Uw woord, dat zuiver en betrouwbaar is.
Open onze ogen opdat we zullen zien wie U bent: de Allerhoogste, de Almachtige, de Alpha en de Omega, het Begin en het Einde; Die was, en is, en komen zal.
Dezelfde voor altijd en eeuwig.

- Amen -


Zie op God!

O dorstig hart,
o smachtende ziel,
zie op God,
vestig je hoop
op Hem!

Blijf Hem zoeken,
op Hem vertrouwen,
Hij is je behoud,
op Hem kun je bouwen.

Zie op Zijn wijsheid,
zie op Zijn macht.
Zie Zijn grootheid,
zie Zijn kracht.

Hij zal jou
Zijn liefde geven,
en van Zijn water,
dat je doet leven.

O dorstig hart,
o smachtende ziel,
zie op God,
vertrouw toch
op Hem!

vrijdag 20 maart 2026

Ik denk, dus ...

'Uit de hemel ziet de HEER omlaag en slaat Hij de sterveling gade.
Vanaf Zijn troon houdt Hij het oog  op allen die de aarde bewonen.
Hij die de harten van allen vormt, Hij doorziet al hun daden.'

NBV

'De HEERE schouwt uit de hemel en ziet alle mensenkinderen.
Vanuit Zijn verheven woonplaats aanschouwt Hij alle bewoners van de aarde.
Hij vormt hun aller hart; Hij let op al hun daden.'

HSV

Psalm 33:13-15

Denken en gedachten
Het brein van mannen schijnt te bestaan uit allerlei doosjes, waaronder ook een ‘empty box’, oftewel een lege doos.
Nou, dat lijkt wel te kloppen, want mijn man kan heerlijk genieten van muziek zonder ook maar ergens aan te denken en hij kan ook gewoon stilzitten zonder ook maar ergens aan te hoeven denken.
Deze dingen zijn voor mij totaal onbegrijpelijk.
Misschien zijn er kleine momenten waarin mijn gedachten stilstaan, maar ik ben me er niet van bewust.
Soms verzucht ik weleens tegen mijn man: ‘Ik wilde dat ik eens even mijn gedachten stop kon zetten, even nergens aan hoefde of zou denken.'
Maar helaas, mijn denken lijkt nooit stil te staan.
Vanaf het moment dat ik wakker word tot het moment dat ik in slaap val, altijd lijken mijn gedachten door te gaan.
Op sommige dagen ervaar ik dit als zeer vermoeiend.

Overleggingen van mijn hart
Nu ben ik ook een denker.
Ik neem niet makkelijk zo maar iets (meer) aan.
Als ik, zoals nu, bezig ben met het schrijven van dit stukje, is het niet slechts een opschrijven van mijn gedachten, maar zoek ik verder, denk erover na en dan pas komen mijn gedachten op papier.
Ik zoek de betekenissen van woorden op; de synoniemen, om het beter te kunnen begrijpen, om te zien of ik het wel goed heb.
Ik zoek dingen op Internet op (leve Internet!), sla er boeken op na, andere Bijbelvertalingen.
Ik zoek, ik lees, ik denk; en ik schrijf en ik geniet.
Maar in alles is Psalm 19:15 mijn gebed: ‘Mogen de woorden van mijn mond en de overleggingen van mijn hart, U welgevallig zijn, o Here, mijn rots en mijn verlosser.’
En zo kom ik uit bij waar het afgelopen week om ging.
Ons denken, onze gedachten en wat God, de Bijbel, er over zegt.

  💭

Hart, gedachten en handelen
Vanuit de Bijbel is het duidelijk, dat hart en gedachten/denken onlosmakend met elkaar verbonden zijn.
Dat betekent dus dan ook, dat gedachten en gevoelens met elkaar verbonden zijn.
Maar ook hetgeen wij doen, komt daar weer uit voort.
Ons denken, voelen en ons handelen is dus onlosmakend met elkaar verbonden.
De kalender waaruit ik dit stukje schrijf, laat dit heel duidelijk zien in het volgende citaat:
‘Let op je gedachten, want je gedachten worden woorden.
Let op je woorden, want je woorden worden daden.
Let op je daden, want je daden worden gewoonten.
Let op je gewoonten, want je gewoonten vormen je karakter.
Let op je karakter, want je karakter bepaalt je bestemming.’

Op Internet vond ik (en ik denk dat dit de oorspronkelijke versie is) deze:
‘Zaai een gedachte en je oogst een daad.
Zaai een daad en je oogst een gewoonte.
Zaai een gewoonte en je oogst een karakter.
Zaai een karakter en je oogst een bestemming.’

(Ralph Waldo Emerson)

Dit doet mij automatisch denken aan de tekst ‘..., want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten' uit Galaten 6:7.
Hoe waar is niet dit woord; hoe waar zijn niet deze woorden!
Welk een ommekeer is er niet in mijn leven gekomen vanaf het moment dat ik naar God ging luisteren in plaats van naar mijn eigen denken, dat ik Zijn woorden boven die van mijzelf ging zetten. (Spreuken 3:5)
Wat overigens nog steeds een leerproces is, want ook de afgelopen dagen gingen mijn gedachten (en gevoelens) soms weer aardig op de loop en moest ik bewust er voor kiezen om ze een halt toe te roepen voordat het kon gaan escaleren.
En dan is één keer kiezen echt niet altijd genoeg, zoals deze week, maar moest ik mezelf meerdere keren tot de orde roepen.
Hoewel het deze keer niet echt om iets heel groots ging, was er toch strijd mee gemoeid en weet ik, als ik het in het licht van het bovenstaande citaat zet, dat het van iets kleins wel uit kan groeien naar iets groots.
Misschien niet zichtbaar voor de buitenwereld maar dan weldegelijk in de onzichtbare wereld, en die is net zo’n realiteit als de zichtbare.

Strijd en wapens
Daar dit alles dan een strijd is in de onzichtbare wereld, zullen er dan ook in deze wereld geen wapens te vinden zijn die dit kunnen bestrijden.
De Bijbel zegt in 2 Korinthe 10:3 – ‘Ook al leven we in de wereld, we strijden niet met de middelen van de wereld. Want de wapens waarmee we strijden, zijn niet van aardse, maar van goddelijke makelij en in staat om bolwerken neer te halen. We schuiven redeneringen terzijde en alles wat hoogmoedig wordt opgeworpen tegen de kennis van God; we nemen elke gedachte gevangen om haar te onderwerpen aan Christus.’

Ons denken is een strijdtoneel.
Soms is het compleet oorlog in mijn gedachten, herken je dat?
Allerlei gedachten bespringen elkaar, volgen elkaar op of duikelen over elkaar heen, en mijn gevoelens worden heen en weer geslingerd als de takken van een boom in een storm.
En het laat me soms dingen zeggen of doen, die ik eigenlijk helemaal niet wil, maar wat dan toch gebeurt door alle wirwar van gedachten en gevoelens.
Soms zou ik wel willen schreeuwen ‘zwijg; laat me met rust’, maar ik weet dat er slechts één ding is dat hier helpt: Gods woord!

‘Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.

Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel.
Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.'
Efeziërs 6:13, 11,12

'Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede.
Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.
En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord, …'

Efeziërs 6:14-17

Hoe duidelijk laat Gods woord ons hier niet zien welk een strijd er zich afspeelt om ons denken, om ons.
Hoe duidelijk laat God hier Zijn liefde zien, hoeveel Hij om ons geeft, dat Hij ons door Zijn woord laat weten hoe wij moet vechten en met welke wapens, en Hij voorziet daar ook in.
Het mag duidelijk zijn welk een rol wijzelf in dit alles spelen.
Hoe ons denken een strijdtoneel is tussen goed en kwaad.
Hoe diep wij betrokken zijn in dit strijdtoneel.
Dat wij verantwoordelijkheden en keuzes hebben, en niet kunnen zeggen: ‘Ik kan/kon er niets aan doen; ik ben nu eenmaal zo.’

Waakzaamheid
De Bijbel zegt in Spreuken 4:23 niet voor niets: ‘Bewaak daarom boven alles je eigen hart, want daar ligt de bron van het leven.' 
Wat laat ik toe in mijn hart?
Wat laat ik toe in mijn gedachten?
Spreuken zegt hier dat in ons hart de bron van het leven is.
De Willibrord Vertaling zegt het zo: ‘… daar ontspring de bron van het leven. 
Met andere woorden, in ons hart, in ons denken, daar begint alles.
Alles wat we doen, wie we worden, hoe we worden, waar we gaan of staan, kortom onze gehele handel en wandel komt daaruit voort.
Wat ik lees, wat ik zie, wat ik hoor, brengen allerlei gedachten voort; zo ook mijn keuze over waar ik naar toe ga en wat er op die manier binnenkomt.
En de gedachten die daaruit voortkomen bepalen weer wat we wel of niet doen, of zeggen.
Bewaak je hart boven alles, zegt God, bewaak het, want het bepaalt wie je wordt, wat je doet …

Vernieuwing
'
En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.' 
Romeinen 12:2

'Laat daarom uw vroegere manier van leven varen en leg de oude mens af die, geleid door bedrieglijke verlangens, de ondergang tegemoet gaat.
Vernieuw de geest die uw denken beheerst. 
Doe de nieuwe mens aan die naar het beeld van God geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid.' 

Efeziërs 4:22-24

Er is maar één manier waarop mijn denken vernieuwd kan worden en dat is door Zijn woord te lezen, te overdenken, aan te nemen en toe te passen.
De keuze te maken om tijd apart te zetten voor Hem en Zijn woord.
Hoe anders kan ons denken worden vernieuwd?
Hoe anders zullen we weten wat Hij ons wil zeggen, wil leren?
Hoe zouden we kunnen leren om Zijn woord boven onze gedachten en gevoelens te plaatsen, als we Zijn woord niet eens kennen?
Hoe kunnen we weten wat Hij van ons wil/vraagt als we geen tijd met Hem doorbrengen?
Hoe kunnen we weten wat Hem vreugde schenkt of verdriet doet, als we Zijn hart niet zoeken?

Ik denk, dus …
Dus ik heb het niet altijd bij het goede eind, ook al wandel ik samen met Hem.
De wegen die ik ga, zijn niet altijd Zijn wegen.
Soms sluipen er heel geniepig verkeerde dingen in mijn denken, in mijn handel en wandel en zonder dat ik er erg in te heb, kan ik bij Hem vandaan lopen en mijn eigen wegen gaan.

Ik denk, dus …
Dus ik heb het nodig, om steeds opnieuw naar Hem toe te gaan en te zeggen met David: ‘Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.’  (Ps. 139:23,24)

Ik denk, dus …
‘Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.
En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem, maar alles ligt naakt en ontbloot voor de ogen van Hem aan Wie wij rekenschap hebben af te leggen.'
Hebreeën 4:12,13

Ik denk, dus …
Voor God is niets verborgen.
Vanuit de hemel ziet Hij omlaag en slaat ons allemaal gade.
Vanaf Zijn troon is Zijn oog op eenieder van ons en Hij doorziet al wat we doen.
Hij weet wat erin ons omgaat; Hij kent onze wensen en gedachten. (Psalm 139)
De mens ziet slechts wat de buitenkant laat zien, maar Hij kijkt tot in het diepst van ons hart, en waar onze schat is, daar is ons hart. (1 Sam. 16:7; Matth. 6:21)

Lieve Vader in de hemel, dank U wel dat U een genadig en vergevend God bent, liefdevol en geduldig.
Dank U wel, dat we steeds opnieuw mogen beginnen, iedere dag weer.
Dank U wel, dat U ons wilt leiden op onze wegen; ons de hand toesteekt als we vallen.
Dat U ons niet aan ons lot over laat, ons de rug toekeert als we het voor de zoveelste keer verkeerd doen.
Dank U wel, dat als wij onze zonden belijden, U zo trouw en rechtvaardig bent dat U onze zonden vergeeft en ons rein maakt van alles wat we verkeerd hebben gedaan.
Dank U wel, dat Uw liefde en gunstbewijzen nieuw zijn elke morgen.
Dank U wel, lieve Vader, voor al Uw zegeningen, maar ook voor alle beproevingen.
Dank U wel, dat alles in Uw hand is en U Uw eeuwige plan volvoert.
Dank U wel, voor de plaats die ik daarin mag hebben.
Laat mijn hart zo dicht aan Uw hart zijn; laat mij liefhebben wat U liefhebt en haten wat U haat.
En leer mij leven tot Uw eer.

In Jezus’ Naam.

– Amen –

Beproef en zie
Gebed

Heer, U bent het,
die mijn hart kent
en doorgrondt;
weet heeft
van mijn verlangens
en gedachten,
en Die mijn daden doorziet.

Toets mijn hart, o God,
beproef mijn ziel;
toon mij de wegen
die ik ga
en laat mij zien
of ze U vreugde schenken
of verdriet.

Vernieuw mijn denken,
berg Uw woorden op
in mijn hart;
geef mij inzicht en wijsheid
en leer mij te strijden
met de wapens
die U mij biedt.

In Jezus’ naam.

– Amen –

Mag God ons zegenen met vernieuwing van ons denken.

zaterdag 14 maart 2026

Op weg naar Huis ...

'Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken, mijn ziel weet dat zeer goed.'
Psalm 139:14 

Als ik terugblik naar de week die achter me ligt (Week 4 - 2014) en de Bijbelgedeelten die de kalender geeft op een rijtje zet, dan is het toch Psalm 139 die mijn hart het meest beroerd.
Niet dat de andere Bijbelgedeelten minder mooi of belangrijk zijn, absoluut niet, want allen hebben een plek in onze reis op weg naar huis; ook deze Bijbelgedeelten bevatten een grote schat aan zowel aan bemoediging, als onderwijs voor ons op onze reis.

Als ik eenmaal achter mijn laptop kruip om vast een begin te maken met schrijven over alles wat ik deze week gelezen had, is het Psalm 139 die mijn hart zo raakt, dat ik deze op een bepaalde manier ‘moest’ uitwerken.
En eigenlijk was voor mijn gevoel daarmee alles gezegd wat er gezegd moest worden; deze keer lag daarin alles besloten wat we nodig hebben om verder te kunnen, verder te gaan en onderweg te leren van alles wat Hij ons aanreikt.
Alsof het een soort basis is, al is het echte/eerste fundament natuurlijk de Here Jezus.

Onze reis naar Huis is niet de makkelijkste reis.
De Here Jezus Zelf zegt het al, dat we het zwaar te verduren zullen krijgen, maar we hoeven deze weg niet alleen te gaan.
En we hoeven deze weg ook niet te gaan in de veronderstelling dat we als persoon niets voorstellen, of dat ons leven van generlei betekenis is.
Of dat God ons niet zou zien, of kunnen vinden, of zelfs maar willen kennen.
Welk een schat aan bemoediging ligt er in Psalm 139 om mee te nemen op onze reis naar Huis.
Loop je met me mee aan de hand van Psalm 139 op deze reis?

We zijn op weg naar Huis
met een God aan onze zij,
Die ons schiep in de moederschoot.
Voor Wie onze beenderen niet verborgen waren
toen wij in het duister groeiden.
Wiens ogen ons vormeloze begin zagen;
onze dagen opschreef
nog voor er ook maar één
was aangebroken.

We zijn op weg naar Huis
met een God aan onze zij,
Die ons door en door kent.
Die vertrouwd is met alles wat we doen;
Die onze gedachten begrijpt,
weet wat we willen zeggen
nog voor we een woord
hebben gesproken.

We zijn op weg naar Huis
met een God aan onze zij,
Die wij niet kunnen ontlopen of ontvluchten,
noch in de hemel, noch in het dodenrijk.
Waar we ook gaan of staan,
waar we ook gaan wonen,
Hij is daar en zal ons leiden;
ja, Zijn hand zal ons vasthouden.
Wij kunnen ons niet voor Hem verbergen,
want de nacht is voor Hem als de dag,
en het duister als het licht.

We zijn op weg naar Huis
met een God aan onze zij,
Wiens gedachten talrijker zijn
dan de korrels zand;
oneindig diep en groot.
We kunnen het alles niet begrijpen,
niet bevatten met ons verstand.
Het is te wonderbaarlijk.

We zijn op weg naar Huis
met een God aan onze zij,
Die ons geheel omgeeft,
van achter tot voor
en Wiens hands op
onze schouder ligt.

Dank U, HEER, onze God,
dat we zo met U aan onze zij
op weg zijn naar Huis.
Wij loven U om het ontzaglijke wonder
van ons bestaan.
Wij loven U om alles wat U hebt gemaakt.
Het is een wonder en wij beseffen dit
tot in het diepst van onze ziel.

Doorgrondt ons, o HEER,
zie tot diep in ons hart,
tot diep in onze gedachten,
of we ons nog op de goed weg bevinden
en leidt ons anders weer terug
op de eeuwige weg naar U.

Naar: Psalm 139 


God heeft ons geschapen; Hij heeft ons dus gewild, eenieder van ons!
Hij was (en is) betrokken bij ons leven vanaf het allereerste begin, nog voor er ook maar iemand weet van had (heeft).
En doordat Hij ons gemaakt heeft, kent Hij ons als geen ander, begrijpt Hij ons als geen ander.
Doordat Hij ons gemaakt heeft, Zijn we zo kostbaar en waardevol voor Hem, dat je er zeker van mag zijn, dat als Hij zegt dat Hij ons omgeeft, voor ons en achter ons is, dat dit ook echt zo is.
Zijn hand ligt op onze schouder terwijl Hij met ons meeloopt op onze reis naar Huis!

We kunnen dit niet begrijpen of bevatten, en dat hoeft ook niet, dat moeten we eigenlijk niet eens proberen.
Gods gedachten zijn talrijker dan de zandkorrels, zegt David in deze Psalm, dus …
Laten we het toch aannemen en Hem loven en prijzen om alles wat Zijn hand heeft geschapen; ja, ook voor ons leven.
Laten we beseffen hoe groot dit wonder is, tot ons door laten dringen, tot in het diepst van onze ziel.

Ons leven is belangrijk, ongeacht wie we zijn, of wat we ook wel of niet kunnen doen.
God heeft aan eenieder van ons gaven en talenten gegeven, en God verlangt ernaar dat we die gebruiken tot Zijn eer en tot opbouw van elkaar.
Het één is niet belangrijker dan het ander, noch meer waard, alles is even belangrijk omdat het elkaar aanvult, helpt, versterkt.
We zijn immers één lichaam!
En denk nu niet alleen in grote dingen, in dingen die zichtbaar zijn voor anderen, maar besef dat zelfs (bijvoorbeeld) het kleinste gebed gebeden in stilte, van ongekende waarde is.
Misschien zelfs wel meer; denk maar eens aan het muntje van de weduwe*.
Het leven van eenieder van ons speelt een belangrijke rol in Gods plan met deze wereld en in deze wetenschap mogen we met Hem aan onze zijde op weg gaan naar Huis.

Lieve Vader in de hemel, dank U wel voor deze bemoediging.
Dank U wel, dat U dit alles hebt mogelijk gemaakt.
Wij hebben het allemaal verprutst, maar door het volbrachte werk aan het kruis van Uw Zoon, onze Here Jezus, is de toegang tot de hemel, tot U, weer vrij; wordt er op dit moment zelfs een plaats voor ons bereid door de Here Jezus.
En we mogen weten, geloven, aannemen: Uzelf gaat met ons mee elke dag van ons leven terwijl we op weg zijn naar Huis.
Uw hand ligt op onze schouder met elke stap die we zetten.
Uw Geest woont in ons.
Uw Liefde is in ons hart uitgestort.

Dank U wel, Vader, dat U mij gemaakt heeft, het is een wonder, ik besef dat tot in het diepst van mijn ziel.
Ik loof U om alles wat Uw hand heeft geschapen.
Ik prijs U om Wie U bent!

En laat mij, Vader, in dit telkens weer zien of ik mij nog wel op de goede weg bevind en leid mij anders terug op de eeuwige weg naar U.
Doorgrond en ken mijn hart, opdat ik zal leven tot Uw eer.

In Jezus’ Naam.

- Amen -

Ik ben op weg naar Huis
met de almachtige God
aan mijn zij.

Ik ben door Hem gewild,
gekend, wonderlijk gemaakt.
Ik ben omgeven door Zijn liefde,
beschermd door Zijn hand.

Hij leidt mij, houdt mij vast, ziet mij,
waar ik ook ben of heen zou gaan.
Hij gaat met mij mee, elke dag,
op weg naar mijn Vaderland

Ik ben op weg naar Huis
met de almachtige God
aan mijn zij.

* >> Luc. 21:1-4

zondag 8 maart 2026

Overwinning ...

'Want ik vertrouw niet op mijn boog, mijn zwaard zal mij niet verlossen.
Maar U verlost ons van onze tegenstanders, U maakt wie ons haten, beschaamd.' 

HSV

'Ik vertrouw niet op mijn boog, mijn zwaard zal mij niet redden.
U bevrijdt ons van onze tegenstanders, u stelt onze vijanden aan de kaak.

GNB

Psalm 44:7,8

De bovenstaande teksten brengen mij in eerste instantie automatisch naar Zacharia 4:6, waar staat:
‘Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de HEERE van de legermachten.’
Ik weet, deze tekst komt nogal eens voorbij in mijn schrijven, maar hij betekent dan ook heel veel voor mij. (lees ons; mijn man en mij)
Het is nog maar amper 3 jaar geleden (ik schreef dit in 2013) dat we dit woord waarheid hebben zien worden in ons leven en dat heeft een onuitwisbare indruk, ik kan misschien ook wel zeggen, afdruk, achtergelaten in ons leven.

Het verhaal betreft één van onze kinderen en is te veel omvattend om in een paar zinnen weer te geven, maar het kwam erop neer, dat wij in een heftige strijd terechtkwamen met één van onze kinderen als doelwit en wij voor de keuze kwamen te staan, met het woord uit Zacharia, om te strijden met menselijke middelen of God voor ons te laten strijden.
Wij kozen voor het laatste, wat betekende dat wij gingen bidden samen met nog een paar mensen uit onze gemeente en uit onszelf geen actie ondernamen in die situatie.
Het is één van de moeilijkste perioden van mijn leven geweest, maar ook één waarin ik het meest heb geleerd.
Want het klinkt misschien heel makkelijk en het is snel neergeschreven, ‘we kozen ervoor om te gaan bidden en God te laten strijden voor ons’, maar het is één van de moeilijkste lessen geweest (tot nu toe) die wij moe(s)ten leren.
In deze periode werd er aan alle kanten aan ons getrokken, zowel door instanties als door mensen dichtbij- en ver afstaand.
Het betekende ‘niet begrepen worden, goedbedoelde op- en aanmerkingen krijgen, ik zou dit, ik zou dat, je moet zus, je moet zo, …’.
Het betekende tegen mijn gevoelens ingaan, omdat Gods woord wat anders zegt dan mijn gevoel.
Het betekende vechten en strijden met God om mijn wil, mijn gedachten, ondergeschikt te maken aan die van Hem.
‘Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede!’
Het betekende …
Nu, achteraf, kan ik zeggen: ‘Ik zou er nooit voor gekozen hebben, maar had het ook niet willen missen, hoe zwaar en moeilijk het ook is geweest en hoeveel pijn en verdriet ik ook heb gehad.’


Loslaten en vertrouwen waren - en zijn - hierin de sleutelwoorden.
Loslaten, zodat God het over kan nemen en Zijn ding kan doen.
Vertrouwen, dat Hij zal doen wat gedaan moet worden en het tot een goed einde zal brengen.
En alles op Zijn tijd en wijze!
Overgave.

Op het kalendertje wordt onderscheidt gemaakt tussen succesvol zijn en zegevieren.
Succesvol zijn staat hier voor het aankunnen van uitdagingen die vrij makkelijk zijn, zowel voor gelovigen als voor ongelovigen en zegevieren voor een overwinnend leven te midden van grote tegenstand.
‘Zegevieren betekent dat we leven als overwinnaars te midden van reusachtige tegenstand.’ *

Leven als overwinnaar.
Als ik iemand uit de Bijbel naar voren zou moeten halen als voorbeeld van iemand die een overwinnend leven leidde, dan is het voor mij Paulus.
Als ik naar zijn leven kijk, naar de omstandigheden waarin hij heeft verkeerd, naar alles wat er is gebeurd en hoe hij daarin reageerde en handelde, dan zie ik dat hij nooit de omstandigheden en de dingen die gebeurden liet heersen over wie hij was in Christus of over de bediening die hij had gekregen.
Als hij (en Barnabas) wordt bespot door eigen mensen, druipt hij niet af, maar zegt onomwonden waar het op staat en gaat verder. (>> Hand. 13:46,47)
Gods woord boven alles.
Hij wordt gestenigd en voor dood de stad uitgesleept, maar hij gaat terug de stad in en vertrekt pas de volgende dag. (>> Hand. 14:19,20)
Over doorzettingsvermogen gesproken!

Als Paulus (als ook Silas) in de gevangenis zit, zijn voeten vast in een blok en een kapotgeslagen rug van de stokslagen, zingt en bidt hij tot eer van God. (>> Hand. 16:25)
Hij doet wat hij zegt: 'Wees altijd blij; bidt zonder ophouden; dank onder alles.'
Gevangenschap en verdrukking vreest hij niet; aan zijn leven hecht hij geen waarde, zolang hij maar de taak kan volbrengen die de Here Jezus hem heeft opgelegd. (>> Hand. 20:22-24)
Hij laat zich niet door mensen weerhouden om te doen wat hij moet doen, hoezeer zij hem ook proberen te overreden. (>> Hand. 21:13,14)

Het leven van Paulus is vanaf het moment dat hij tot geloof komt in de Here Jezus een aaneenschakeling van moeiten, problemen, vervolging, gevangenschap enz.
Een leven gekenmerkt door lijden om de Naam van de Here Jezus. (>> Hand. 9:15,16)
Alles heeft hij gekend en alles kon hij aan doordat hij leefde vanuit de kracht van de Here Jezus. (>> Fil. 4:13)

De kern ligt dus in het weten en leven vanuit wie we zijn in Christus.
Voor de één lijkt dit makkelijker te zijn en te gaan dan voor de ander.
Als ik naar het leven van Paulus kijk, alles zo lees, dan lijkt het alsof het hem allemaal zo makkelijk afgaat.
Alsof de dingen die gebeuren hem niets doen, totaal geen invloed hebben op zijn zelfvertrouwen, zijn gevoelens en zijn taak.
Zijn liefde en toewijding aan Jezus omvat alles.
‘Maar in dit alles –honger, verzadigd zijn, vervolging, spot, steniging, gevangenschap, tekortkomen, overvloed– zijn wij meer dan overwinnaars!’ (Rom. 8:37)
Nergens lees je in het leven van Paulus iets over gevoelens van neerslachtigheid, onzekerheid, twijfel, moedeloosheid, opgeven, of iets dergelijks, en dat terwijl hij toch wel zoveel heeft meegemaakt.

In 1 Thess. 5:12-22 geeft Paulus nog aanwijzingen aan de Thessalonicenzen, en dus ook aan ons.
Het zijn echter allemaal dingen waarbij Paulus niet spreekt over, als je je zo en zo voelt moet je dat doen, nee, hij zegt ons om het gewoon te doen.
Altijd en in alle omstandigheden en ongeacht hoe we ons voelen, en hijzelf was daarin het voorbeeld.

Een overwinnend leven is dus geen leven van gevoel, maar van keuzes maken.
En heel vaak volgt dan het gevoel, niet andersom.
Ik kan me niet voorstellen dat Paulus en Silas zich erg prettig en blij hebben gevoeld met hun voeten in een blok en een kapotte, en dus zeer pijnlijke, rug van de stokslagen.
Het was ook nacht, dus ze zullen ongetwijfeld ook erg moe zijn geweest, maar hoe hadden ze moeten slapen met hun voeten in zo’n blok en zoveel pijn?
Ze hadden zich ook bij elkaar kunnen beklagen; of zich kunnen overgeven aan zelfbeklag, of boos worden op God omdat Hij dit toeliet, terwijl ze toch …
Niets van dit alles doen ze, ze kiezen ervoor om te zingen en te bidden!

Persoonlijk moet ik toegeven dat ik de neiging heb om mij over te geven aan wat ik voel; het is een voortdurende strijd in mijn leven. 
En soms kies ik er zelfs heel bewust voor om mij over te geven aan mijn negatieve gevoelens, aan zelfbeklag, zelfmedelijden, waarom’s, vermoeidheid, opgeven.
Ik weet dat het niet goed is en toch doe ik het soms, alsof ik God een hak wil zetten omdat Hij steeds weer al die moeilijkheden toelaat.
Het enige dat ik ermee bereik is dat ik in een neerwaartse spiraal kom en het nog meer moeite kost om daar weer uit te komen.
Ik weet dit en toch …

Een mens kan soms zo moe zijn van het vechten, het altijd maar weer moeten vechten …
Iedere dag dezelfde moeilijkheden om het hoofd te bieden, iedere dag dezelfde onzekerheden, iedere dag dezelfde strijd, iedere dag …
Soms even rust, en soms volgt het één op het ander.
Toch durf ik ook van mijzelf te zeggen dat ik ook heel erg gegroeid ben in mijn strijden tegen mijn gevoelens, en om juist die dingen te doen waarvan ik weet dat ze goed zijn en me juist sterk en krachtig maken.
Mijn geloof groeit en wordt standvastiger.
De heftige strijd, waar ik het over had in het begin, is daar een voorbeeld van.
Hoewel met vallen en opstaan, leren doe ik en van daaruit komt de groei.
Nee, ik durf van mijzelf niet te zeggen dat mijn leven echt een leven van overwinning is, eerder maar dat ik lerende ben en me uitstrek naar steeds meer overwinning in mijn leven.

Leven vanuit wie ik ben in Christus.
Leven vanuit Zijn kracht; Zijn opstandingskracht.
Leven met mijn blik op Hem gericht in elke omstandigheid.
Leven vanuit dankbaarheid om wat Hij zegt en heeft gedaan.
Leven vanuit de zekerheid dat niets mij van Hem kan scheiden.
Leven vanuit de blijdschap om wie Hij is en voor mij wil zijn.
Leven, ziende en vertrouwende op Hem en niet op mijn eigen kracht en kunnen.

Als ik de zin nog eens na lees ‘Zegevieren betekent dat we leven als overwinnaars te midden van reusachtige tegenstand’, dan moet me nog één ding van het hart; iets over die ‘reusachtige tegenstand’.
Ik geloof namelijk dat reusachtige tegenstand niet alleen die dingen zijn die in het leven van Paulus gebeurden, of zoals bijvoorbeeld vervolging in Irak of Indië.
Reusachtige tegenstand hoeven we geloof ik niet alleen te zien als iets wat in het algemeen door mensen als groot wordt gezien.
Ik geloof dat reusachtige tegenstand niet voor iedereen hetzelfde is.
Wat de één als reusachtig ervaart, kan voor een ander een peulenschil zijn.
Waar de één worstelt en vecht, valt en weer moeite moet doen om op te staan, kan de ander met grote vraagtekens naar kijken.
Zegevieren is Hem prijzen in een lied, te midden van pijn en verdriet.
Zegevieren is danken te midden van onzekerheid.
Zegevieren is liefhebben en vergeven die jou pijn doen of hebben gedaan.
Zegevieren is ’s morgens opstaan, terwijl alles in je zegt: geef maar op.
Reusachtige tegenstand kan voor ons allemaal iets anders zijn.
Laten we ons dus niet verkijken op het leven van een ander en ons minder voelen.
God kent eenieder van ons en Hij weet hoeveel ons soms iets kost.
Het penningske van de weduwe was meer waard dan de grote gift van de rijke, het gebed van de tollenaar had meer waarde dan het gebed van de Farizeeër, de minste is in Gods koninkrijk het meeste.

Wel weet ik dat zegevieren, overwinningen in ons leven, hand in hand gaan met het luisteren naar wat God zegt, met het in praktijk brengen van wat Hij zegt, het proclameren wat Hij zegt.
Zonder Zijn woord, zonder gebed, zonder relatie met Hem, zonder Hem, kunnen we niet zegevieren.
Jezus is de sleutel naar een leven in overwinning, want in Hem, en Hem alleen, zijn wij meer dan overwinnaars.

Lieve Vader in de hemel, ik verlang zo naar een overwinnend leven, naar een leven waarin wat U zegt boven mijn gevoelens en gedachten staat.
Waarin niet mijn omstandigheden regeren en het voor het zeggen hebben, en de gevoelens die daaruit voortkomen, maar wat U zegt, wat U belooft, het vooruitzicht op wat mij wacht.
Eigenlijk, lieve Vader, weet ik het allemaal precies, maar wat is de praktijk moeilijk.
Dank U wel, voor Uw geduld met mij in dat proces van leren leven in de overwinning.
Dank U wel, voor Uw liefde voor mij, Uw onvoorwaardelijke liefde.
Dank U wel, voor Uw genade!
Dank U wel, dat U alles wat er in mijn leven gebeurt, doet medewerken ten goede.
Uit alles wat er gebeurt kunt U iets goeds, iets moois, iets leerzaams, doen voortkomen als wij daar open voor staan, het toelaten.
Dank U wel, voor Uw bemoeienis met mijn leven; dat U mij niet in de steek laat of opgeeft als ik val, en val, en val, en …
Maak mij sterk en krachtig, Vader.
Laat de overwinning van Uw Zoon, onze Here Jezus Christus zichtbaar worden en zijn in mijn leven.

In Jezus’ Naam.

 – Amen –

In Hem ben ik meer dan overwinnaar;
in Zijn kracht kan ik alles aan.
Door Hem is niets onmogelijk;
Hij is mij in alles voorgegaan.

Overwinnend leven is loslaten
zodat Hij het kan overnemen
en doen wat gedaan moet worden.

Overwinnend leven is vertrouwen
dat Hij doet wat gedaan moet worden
en het tot een goed einde zal brengen.

Overwinnend leven is geloven en leven
vanuit het feit dat Zijn woord ‘ja en amen’ is
en onze kracht en sterkte.

Overwinnend leven is keuzes maken
boven ons voelen en denken,
ongeacht wat het ons kost.

Overwinnend leven is niet opgeven,
ook als alles in ons slechts zucht:
laat maar, ik kan niet meer.

Overwinnend leven is de wedloop lopen
om de eindstreep te behalen
en in ontvangst te nemen
de prijs die ons wacht.


'Maar God zij gedankt die ons de overwinning geeft
door onze Heer Jezus Christus!'

1 Korinthe 15:57