zaterdag 28 februari 2026

Depressie ... ~ Depressieve Gevoelens ...

'Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.'

HSV

'Mijn ziel, wat drukt je terneer, waarom ben je zo onrustig?
Op God wil ik vertrouwen, eens zal ik hem weer prijzen, hem, mijn behoud, mijn God.'

GNB

Psalm 42:6

De titel voor het stukje voor de komende week is ‘Depressie’.
Ik wil vooraf even de volgende kanttekening hierbij plaatsen.
Zowel de ter inspiratie erbij gegeven tekst als met wat er op het kalendertje staat, betreft dit stukje depressieve gevoelens en niet de echte depressie of aanverwante stoornissen.
Echte depressie is meer dan een dip of je neerslachtig voelen.
Ik denk dat de laatste zin op het kalendertje anders ronduit als schokkend kan worden ervaren en zelfs mensen die echt depressief zijn, ook nog eens een (extra) schuldgevoel bezorgen.
Ik citeer: ‘Vergeet niet dat de nederlaag niet ligt in het worstelen met depressieve gevoelens, maar in het eraan toegeven.’

Met het lezen van deze zin, kon ik bijna de pijn voelen van hen die echt depressief zijn, omdat het voor hen vaak geen kwestie is van dat ze eraan toegeven, maar ze hebben niet meer het vermogen om te vechten.
Echte depressie (depressieve stoornissen) is geen kwestie van toegeven aan depressieve gevoelens.
Hoeveel en hoe zwaar de worstelingen van mensen die lijden aan depressie zijn, kunnen we ons maar nauwelijks voorstellen, tenzij we er zelf doorheen zijn gegaan.
Om dan te spreken over de nederlaag die een feit is als men aan deze gevoelens toegeeft, komt bij mij binnen als enorm pijnlijk en kwetsend, en ik vraag me af hoe dit wel niet moet zijn voor mensen die hieraan lijden.
Misschien was een titel als ‘Depressieve gevoelens’ beter geweest dan alleen het woordje ‘Depressie’.
Toch hoop ik en bid ik, dat zij die depressief zijn en dit lezen een beetje hoop, een beetje moed, een beetje troost, zullen vinden in wat God mij op het hart legt om hierover te schrijven.

In de duistere, donkere wereld van depressie,
waar vaak geen enkel lichtstraaltje binnenkomt.
Waar kleuren langzaam vervagen
en in elkaar overlopen tot één mistige, grauwe nevel
die hoop en moed het zicht ontneemt
en een lege leegte achterlaat;
waarin gevoelens van vreugde
verloren gaan.
Waar zinloosheid de regie overneemt;
het leven doelloos maakt,
en iedere dag tot een strijdtoneel
zelfs tot op leven en dood.
Waar God niet meer kan worden gezien,
noch Zijn liefde, kracht en troost
kan worden gevoeld of ervaren
en waar elke smeekbede
voor niets lijkt te zijn gedaan.

De duistere, donkere wereld van depressie,
waar de ene noodkreet soms volgt op de andere.
Tot zelfs een stem verstomt
en slechts de dood uitkomst lijkt te bieden
aan de hopeloosheid
van het huidige bestaan.

O, God van liefde,
God van licht,
God van kracht,
en God van leven.
God van troost,
God van hoop,
God van bevrijding,
en God van genezing.

Ontferm U!
ontferm U!
Ontferm U!
En wil uitkomst geven!

In Jezus’ Naam.

 – Amen –

Depressieve gevoelens
Houdt moed! zijn de twee eerste woorden waar kalendertje mee begint.
Houdt moed!
Moed houden terwijl je je zo voelt, is niet makkelijk.
Let wel, we hebben het hier ook weer niet over je een dagje down of neerslachtig voelen.
Dat kan soms al verholpen worden door een dagje lekker niets doen, of jezelf lekker verwennen met een goed boek op de bank of een keertje vroeg naar bed.
Naar mijn idee gaat het hier over iets wat er tussenin ligt; tenminste, zo ervaar ik het.

Er zullen ongetwijfeld ook veel gelovige mannen en vrouwen zijn die worstelen, of hebben geworsteld, met depressieve gevoelens, of met depressiviteit.
Ook in de Bijbel komen we ze tegen.
De eerste persoon die in mijn gedachten kwam toen ik las waar het over ging, was Elia, maar ook koning Saul worstelde met dit soort gevoelens, en Job, en David, de man naar Gods hart.
Het woord ‘depressief’ of depressiviteit’ komt zover ik weet niet in de Bijbel voor, maar er zijn wel meerdere plaatsen waar men de gevoelens van depressiviteit in woorden weergeeft.
God gaat dus duidelijk niet aan deze gevoelens voorbij, maar heeft ze opgenomen in Zijn woord.
Er is dus bij Hem duidelijk ook ruimte voor deze gevoelens.
Ook zien we soms de achterliggende oorzaak.
Elia bijvoorbeeld gaf zich over aan depressieve gevoelens toen Izebel hem naar het leven stond.
Hij had nauwelijks een paar geweldige geloofservaringen/bemoedigingen achter de rug, en hij vluchtte weg de woestijn in.
Na een dag lopen ging hij onder een bremstruik zitten en wenste dat hij dood was.
‘Het is nu genoeg, Heer,’ zei hij. Neem mij maar uit het leven weg, ik ben niet beter dan mijn voorouders.’
Toen ging hij onder de bremstruik liggen slapen.
(>> 1 Kon. 17 & 1 Kon. 18

Bij Koning Saul was het een ander verhaal.
Hij had gezondigd tegen God en God Zelf was Degene die hem een boze geest stuurde.
1 Samuël 16:14 – 'Van Saul was de geest van de Heer geweken en een boze geest, door de Heer gestuurd, joeg hem angst aan.'
In 1 Samuël 15 lezen we dat Saul wel erkent dat hij heeft gezondigd, dat hij zich wil neerbuigen voor God, maar nergens lezen we over zijn berouw van zijn zonden.
Hij maakt zich eerder druk om wat zijn manschappen zullen zeggen als Samuël weer zomaar zou vertrekken.

Ook Job is een man bij wie depressieve gevoelens de overhand kregen.
Maar daar zullen wij denk ik het meeste begrip voor hebben en ons ook het meeste misschien bij voor kunnen stellen als we kijken naar wat hem allemaal is overkomen. (>> Job 1)
In Job 3 lezen we over zijn gevoelens.
Vers 11 – ‘Was ik maar gestorven toen ik ter wereld kwam, was ik maar gestikt bij mijn geboorte.’

Ook koning David had van tijd tot tijd last van depressieve gevoelens.
Soms lag schuldgevoel hieraan ten grondslag. ( >> Psalm 38: 18, 19)
Maar ook mannen als Jeremia en Jona kenden deze gevoelens.
(>> Jeremia 20:14-18; Jona 4:3,8)
Soms was het God Zelf die hen tot de orde riep, hen aanspoorde om niet meer toe te geven aan deze gevoelens, maar om andere stappen te zetten.
Maar God hakte niet met de botte bijl.
Als ik kijk naar Elia, dan stuurt God hem een engel die hem wakker maakte uit zijn slaap en hem aanspoorde om wat te eten en te drinken
Hij had zelfs voor wat eten en drinken gezorgd. (>> 1 Kon. 19:5-9)

Soms, zoals bij Saul, bleef de depressie.
Zijn zonden bleven tussen hem en God instaan, waardoor er geen herstel mogelijk was. (>> 1 Sam. 31)
Job werd in ere hersteld (>> Job 42) en ook David vond steeds opnieuw zijn weg uit deze gevoelens door bij God aan te kloppen en het van Hem te verwachten.
Psalm 30:4,12 – 'Bij het dodenrijk hebt U mij weggehaald; ik was op weg naar het graf, maar U bracht mij weer tot leven.'
'Heer, U hebt mij geholpen; ik treur niet meer, ik kan weer dansen van vreugde; feestkleren heb ik aangetrokken, mijn rouwkleed afgelegd.'

En soms moeten we onszelf aanpakken en tot de orde roepen.
Naar het bovenstaande tekstwoord je ziel als het ware een schop onder zijn/haar achterste geven door te wijzen op wie je je hoop moet stellen.
Jezelf moed inspreken op grond van Gods woord.
‘Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij?’
Wat is er toch met je aan de hand, ziel?
Waarom ben je toch zo onrustig?
‘Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.’
Ziel, vestig je hoop op God; lees Zijn woord en zie hoe Hij te vertrouwen is, hoe Hij voor je zorgt, je opbeurt.
Mijn ziel, vestig je hoop op Hem, dan zul je Hem weer kunnen loven en prijzen, want Hij is Degene die bevrijdt en geneest.

Zolang ik me kan herinneren ben ik wat zwaarmoedig van karakter, al is het hoe meer en dichter ik met Hem leef, mijn hoop op Hem vestig, mijn troost bij Hem zoek, Zijn woord bid en als proclamatie gebruik vele malen minder geworden dan het was.
Een Psalm die ontzettend belangrijk voor mij is geweest (en nog) in dit proces, is Psalm 13.

‘Hoelang nog, HEER, zult U mij vergeten?
Hoelang nog, houdt U Zich voor mij verborgen?
Hoelang nog moet ik naar een uitweg zoeken met de angst in mijn hart, dag in, dag uit?
Hoelang nog zullen mijn vijanden (en voor mij waren dat dan mijn depressieve gevoelens en gedachten) sterker zijn?

HEER, mijn GOD, kijk toch, antwoord mij!
Geef mij weer uitzicht, laat mij niet sterven.
Ik hoor mijn vijanden al roepen: ‘We hebben haar in onze macht!’
Ik hoor ze al juichen bij mijn val.’
(GNB)

Heel lang bleef ik hier, tot aan dit vers (vers 2 t/m 5) steken.
In het begin keek ik soms nog even naar het laatste vers, maar daar kon ik niets mee, want zo voelde ik het immers niet.
Dus kon ik dat ook niet uitspreken, wat zeg ik, ik wilde het vaak op zo’n moment niet eens lezen.
Ik denk dat de ommekeer kwam met het nummer ‘How long, o Lord’ van Brian Doerksen.
O, niet gelijk hoor, maar gaandeweg veranderde er iets.
En als ik nu terugkijk, dan weet ik dat de verandering kwam doordat ik het refrein op den duur toch mee begon te zingen.
Soms terwijl de tranen over mijn wangen stroomden.

Nu houd ik vast aan de woorden van vers 6.
Met vallen en opstaan leer ik om dwars door mijn gevoelens heen te gaan en ze (en andere) als een proclamatie uit te spreken.
Niet omdat ik het altijd zo voel, maar omdat Hij Die erachter zit, te vertrouwen is.
Hij houdt van mij en Hij zorgt voor mij.
Ook al is dat soms anders dan ik het graag zou zien. 

‘Op Uw liefde vertrouw ik, HEER.
Ik juich van vreugde, want U brengt redding.
Over U zal ik zingen, want U bent goed voor mij.’
GNB

Soms worstel ik nog met mijn gedachten, waarin het woord ‘huichelaar’ alles op alles zet om mij ervan te weerhouden om toch te danken, te zingen, Zijn woord uit te bidden, te spreken.
Maar door het steeds opnieuw toch te doen, is deze strijd steeds sneller gestreden en komt ook minder vaak terug.
Ik hoop en bid, dat de woorden van Psalm 73:21-28, naast Psalm 13, jouw lijfwoorden mogen zijn of worden.
Want zolang wij onze toevlucht bij Hem zoeken, onze hulp van Hem verwachten, zullen we nooit beschaamd uitkomen.
Bij Hem is vergeving en bevrijding en genezing.

‘Toen ik zo verbitterd was, gekrenkt tot in mijn ziel, was ik een grote dwaas, iemand zonder verstand.
Ik gedroeg mij tegenover U zo redeloos als een dier.
Toch ben ik steeds bij U, want U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan; en dan ontvangt U mij met alle eer.
Wie heb ik in de hemel behalve U?
Behalve U verlang ik ook niets op aarde.
Al zou mijn lichaam bezwijken, al zou mijn hart het opgeven, U bent de rots waarop ik bouw, U bent mijn hele bezit, o GOD, voor altijd.
Wie U verlaat gaat haar/zijn ondergang tegemoet; U vernietigt wie U ontrouw is.
Dicht bij U te zijn, dat is mij het liefst.
Bij U, HEER GOD, zoek ik mijn toevlucht.
Vertellen zal ik alles wat U voor mij deed.’

Lieve Vader in de hemel.
Met het schrijven van de woorden ‘want U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan’ raakt mijn hart tot tranen bewogen.
Deels omdat ik zelf al zo vaak heb mogen zien dat U mijn hand genomen hebt en mij geleid hebt en deels omdat ik een pijn en bewogenheid in mijn hart voel voor allen die worstelen met depressieve gevoelens of depressie.
Dwars door het diepe dal van depressie en depressieve gevoelens heen wilt U bij de hand pakken en leiden en ik bid U, Vader, dat eenieder haar/zijn hand zal blijven uitstrekken, ook als er ogenschijnlijk verder niets lijkt te gebeuren.
Uw woord zegt: ‘U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan’ en Uw woord is Ja en Amen.
Waarheid, waarachtig, betrouwbaar.
Er zal herstel (misschien niet altijd op de manier waarop we verwachten of hopen) komen als we ons vertrouwen op U blijven stellen.
U zult ons dan met eer ontvangen.
Ontferm U, Vader, ontferm U over eenieder, want de strijd kan zo zwaar zijn en zo lang duren.
Ontferm U, Vader, ontferm U.
Wees hun licht in de duisternis, hun hoop in de leegte, hun troost in het dal van tranen en hun houvast op het moment dat de zinloosheid van het leven oprukt.
Ontferm U, Vader, ontferm U!

In Jezus’ Naam bid ik U dit.

- Amen -

Hoelang nog, Here, hoelang nog?
Hoor hoe David de woorden
uitroept naar God.
Het duurt al zo lang;
is God hem vergeten;
houdt God Zich voor hem verborgen?

Hoelang nog, Here, hoelang nog?
Hoor hoe David schreeuwt
om een antwoord van God.
Hoe hij roept om uitzicht
in de donkere uren van zijn leven
naar het ochtendgloren van de morgen.

Hoelang nog, Here, Hoelang nog?

Misschien is het ook wel jouw roep;
hardop, of in de stilte van je hart.
Klinkt jouw stem samen
met die van David
in deze woorden van smart.

Loop dan ook met David mee
tot aan het einde van zijn gebed.
Waarin hij blijft vertrouwen
op de God waarvan hij weet:
Hij is liefde en Hij redt.

Zing met hem
over de goedheid van God.
Want in Zijn hand
ligt ons aller levenslot.





Nawoord:
Er is iets wat mij niet loslaat en dat zijn de woorden: onvergevingsgezindheid en bitterheid.
Beide dingen kunnen mensen ziek maken als ze in ons leven aanwezig blijven, als we eraan vast blijven houden.
Ik wil hier niet verder op in gaan, maar de woorden wil ik wel genoemd hebben, daar ze maar in mijn hoofd blijven rondspoken.
Ik wil slechts alleen nog daarbij aangeven dat beiden zonde en rebellie inhouden.
God zegt dat we moeten vergeven en als we dit weigeren, komen we in opstand tegen Hem, met alle gevolgen van dien.

We leven in een tijd waarin vele mensen, en ook jongeren, worstelen met depressie of depressieve gevoelens.
Het leven is voor hen zwaar en soms zelfs onmogelijk.
Mijn hart gaat zeer naar hen uit en mijn bede is dat God Zich naar hen uitstrekt en Zich over hen ontfermt.
Dat mijn schrijfsel tot een bemoediging mag zijn; een beetje hoop mag brengen, een beetje moed mag geven.

Als je dit leest, neem een moment om voorbede te doen voor een ieder die worstelt met depressie of depressieve gevoelens.
Misschien ken je mensen bij name, breng hen dan voor Gods troon, maar ook als je niemand kent, kun je bidden om Gods ontferming over een ieder van hen.
Ik ben er van overtuigt dat ons gebed levens kan redden.

vrijdag 20 februari 2026

Belijdenis ...

'Zie, U vindt vreugde in waarheid in het binnenste, in het verborgene maakt U mij wijsheid bekend. Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn, was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw.'
HSV

'Maar u verlangt alleen dat ik oprecht ben, tot in het diepst van mijn ziel; vervul mij met uw wijsheid
tot in het diepst van mijn hart.
Besprenkel mij, dan word ik weer rein; was mij, dan word ik witter dan sneeuw.'
GNB

Psalm 51:8,9

Psalm 51 heeft David geschreven nadat de profeet Nathan bij hem geweest was en hem gewezen had op zijn overspel met Bathseba en zijn verantwoordelijkheid voor de dood van Uria, de man van Bathseba.
Het verhaal van David en Bathseba kun je lezen in 2 Samuël 11 en 12 t/m vers 25.

Het berouw van David gaat diep, heel diep.
Ik neem even de woorden vanuit Het Boek:
‘Geef mij genade, o God, hoewel ik dat niet heb verdiend.
Laat toch blijken hoe groot Uw liefde en goedheid is.
Wilt U door Uw vergevende mildheid mijn zonden wegdoen?
Reinig mij toch van deze zonde, die een smet op mij werpt.
Ik weet dat ik heb gezondigd; steeds opnieuw gaan mijn gedachten terug naar deze daad, waarmee ik van Uw pad afweek.
Mijn God, ik heb tegen U gezondigd en Uw gebod overtreden.
Wat U er ook over zegt, het is altijd goed en rechtvaardig.
Uw uitspraken zijn altijd zuiver.
Ik weet dat ik vanaf mijn geboorte al een zondaar ben; toen ik werd verwekt, stond al vast dat ik een zondaar zou zijn.’

Als de profeet Nathan tegen David zegt: ‘Die man bent u’, zoekt David geen uitvluchten, maar antwoordt: ’Ik heb tegen de Heer gezondigd.’
Mijn gedachten gaan automatisch naar het Paradijs, naar Adam en Eva, naar hun reactie, toen God hen confronteerde met hun zonde.
Hoe anders was hun reactie!
Ja, maar de slang …
Ja, maar de vrouw, die U mij gegeven hebt …
Ja maar …
David niet; ‘Ik heb tegen de HEER gezondigd.’
En in deze Psalm 51 komt heel duidelijk naar voren hoe diep zijn zondebesef is, zijn berouw.
Hij maakte het niet kleiner en niet minder erg dan het was, noch zoekt hij uitvluchten of probeert hij de schuld in andermans schoenen te schuiven.
‘Ja, maar die vrouw; die had daar niet moeten gaan baden, mijn dakterras kijkt uit op haar tuin, zij had …’
Nee, zijn zonde staat hem heel duidelijk voor ogen, steeds opnieuw gaan zijn gedachten terug naar wat hij verkeerd heeft gedaan.

Hoe is dat bij ons?
Als ik naar mijzelf kijk, dan betrap ik mijzelf erop, dat ik toch wel de neiging heb om net als Adam en Eva, uitvluchten te zoeken, de schuld richting een ander te schuiven, in plaats van gewoon gelijk eerlijk toe te geven dat ik fout was.
Als ik bijvoorbeeld mijn geduld verlies met mijn dochter, dan weet ik dat het verkeerd is, maar in gedachten heb ik al vele excuses naar God toe over dat het gewoon niet anders kon, want zij …
En zo zijn er nog legio voorbeelden te noemen.
… als die andere autobestuurder mij niet had afgesneden met zijn auto, dan had ik niet zo gescholden.
… als die vrouw zich niet zo sexy had gekleed, dan …
… Ja, maar, ik was zo verdrietig, en hij was zo lief voor mij …
… O, als die ander nu maar niet het bloed onder mijn nagels vandaan had gehaald …
Als …
Ja, maar …

Welk een voorbeeld is David dan hier voor ons.
Ja, hij had gezondigd.
Ja, hij had Gods gebod overtreden; wat zeg ik, meerdere zelfs.
Maar toen hij er mee geconfronteerd werd, boog hij zijn hoofd en erkende zijn schuld, zijn zonde.

En dat is waar het deze keer om gaat: het erkennen en bekennen van onze schuld.
Belijdenis doen van onze zonden, zodat we in vrijheid kunnen (gaan) leven.
En dat geldt voor elke zonde!
Hoe diep we het ook hebben weggestopt, onzichtbaar voor de buitenwereld, maar nog steeds aanwezig in dat geheime hoekje.
Willen we ooit in Vrijheid kunnen leven, zullen we elke zonde moeten belijden.
Elk deel van ons leven, zelfs het kleinst hoekje, dienen we in het licht van Gods woord te houden om te zien of er zonde aanwezig is.
We moeten ons dag in, dag uit bewust zijn, bewuster worden, van het feit dat God vreugde vindt in de waarheid, dat Hij verlangt dat wij oprecht zijn, niet zomaar oprecht, maar oprecht tot in het diepst van onze ziel.
Het diepst van onze ziel, tot in het diepst van ons wezen; geen enkel verborgen plekje, geen enkel verborgen hoekje, geen enkel geheim vakje.

God kent ons, Hij doorgrond ons, Hij weet alles van ons.
Niets is voor Hem verborgen, maar Hij verlangt ernaar dat wij onze zonden belijden, klein en groot.
Hij verlangt ernaar dat wij eerlijk en oprecht zijn, de waarheid spreken.
En Hij verlangt dit niet alleen van ons, maar Hij wil ons ook helpen daarbij.
God wil ons, tot in het diepst van ons hart, bekendmaken welke zonde(n) er nog in ons leven is (zijn).
David verlangt daarnaar, en is zich bewust van deze genade van God.

Ik moet ook denken aan Psalm 19:13, waar David bidt om vergeving van zijn verborgen zonden.
David is zich ervan bewust dat God alles van hem weet, dus ook iedere zonde die hij heeft begaan.
God kent veel meer kwaad van ons dan wij van onszelf, zegt Matthew Henri.
Wij vergeten, maar God kan pas vergeten als wij onze zonden hebben beleden.
Dan kan Hij vergeven en vergeten.

Als ik eind van de dag in mijn bed stap, weet ik beslist niet meer wat ik die dag allemaal verkeerd heb gedaan, dus bid ik ook met Davids woorden: ‘HEER, vergeef mij ook mijn verborgen zonden.’
Maar ook vraag ik of Hij mij, als er specifieke dingen zijn, die Hij met name genoemd wil hebben, mij bekend maakt, zodat ik ze kan belijden en Hij kan vergeven.
Want ik verlang ernaar om in vrijheid te leven.
Ik verlang naar een leven waar niets tussen mij en God instaat.
Wat zie ik daarom uit naar de dag dat Hij terugkomt!


Wij hebben thuis een CD van Peter Helms, ik weet niet meer precies welke, maar op één van die CD’s is een lied en één regel daaruit blijft al jaar en dag in mijn gedachten.
Niet elke dag, soms zelfs lange tijd niet, maar met het schrijven komt deze regel weer terug: ‘Schrob mijn leven schoon!’
Deze regel heeft zich vastgezet, niet alleen in mijn gedachten, maar ook in mijn hart.
En er zijn soms van die momenten dat ik vanuit het diepst van mijn hart dit bid: ‘schrob mijn leven schoon, HEER, ja, schrob mijn leven schoon!’
Dan lijkt een ‘gewone reiniging' niet voldoende, dan verlang ik naar meer.
Dan verlang ik ernaar om brandschoon te zijn, zodat ik heel dicht in Zijn nabijheid, in Zijn aanwezigheid, kan komen, kan zijn.

David verlangde daar ook naar.
Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn, was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw.
Ontzondig mij, was mij, dan zal ik rein zijn, witter dan sneeuw!

Verlang jij er ook naar om in Vrijheid te leven?
Verlang jij ook naar een leven dicht in Zijn nabijheid?
Verlang jij ook naar een intiemere, vriendschappelijke relatie met God, zoals David?
Belijd Hem dan je zonden, wacht daar niet mee, en keer je af van verkeerde wegen.
Zonde schept altijd verwijdering tussen God en ons.
We kunnen niet in Gods nabijheid komen als er zonde in ons leven is, deze zal als een onoverbrugbare kloof tussen Hem en ons instaan.
Jezus is de brug geworden door te sterven aan het kruis.
Belijdt en ontvang vergeving.
Belijdt en wordt witter dan sneeuw.
Belijdt en wordt vrij!

Ja, lieve Vader, was, schrob mijn leven schoon!
Werp door Uw woord en Geest Uw licht op mijn leven.
Ja, tot in het kleinste hoekje en laat mij zien waar er nog dingen moeten veranderen.
Kom met Uw waarheid in mijn hart.
Open mijn hart voor Uw wijsheid.
Was mij, reinig mij, van alle zonden.
Vergeef mij ook mijn verborgen zonden, opdat er niets tussen U en mij in zal blijven staan.
Leer mij zo te leven in Uw waarheid, dat als ik zondig, Uw Geest mij daar direct bewust van maakt en ik mijn zonden kan belijden.
Kom met Uw Geest van wijsheid tot in het diepst van mijn hart en leer mij, leidt mij.
Laat mijn leven een leven zijn, dat U vreugde geeft.
Leer mij daarom in Uw waarheid te wandelen en maak mij eerlijk en oprecht tot in het diepst van mij ziel.

In Jezus’ Naam.

– Amen –

O Heer, niets is mooier,
niets is beter,
niets is begerenswaardiger,
dan in Vrijheid te leven.

Vrij van elke aanklacht,
van elke schuld,
van elke zonde
ooit door mij bedreven.

Leid mij daarom, Heer,
in Uw waarheid,
leer mij
en geef mij wijsheid van hart.

Doe mij onderkennen
elke zonde,
elke smet,
die deze vrijheid tart.

Ik verlang te belijden, Heer,
alles wat er staat
tussen U en mij.
Vergeef mij; was mij rein!

Het is mijn diepst verlangen,
U te eren, U te dienen,
voor U te leven.
O God, van U alleen wil ik zijn.

Om in vrijheid te kunnen leven, zullen we wel onze zonden moeten belijden.
Heeft God echt toegang tot ieder vertrek van ons leven?
Of is er toch nog ergens een hoekje waar verborgen zonden zijn?
Als het echt ons verlangen is om Hem te dienen en te eren, Hem met ons hele hart te volgen, dan zullen we echt alles open moeten leggen voor Hem, zodat Hij erin kan komen en kan vergeven en vergeten.

vrijdag 13 februari 2026

Kwetsbaar ...

'Waar kan ik Uw Geest ontgaan, waar Uw aangezicht ontvluchten?
Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar; of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar.'

HSV

'Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen, hoe aan uw blikken ontkomen?
Klom ik op naar de hemel – u tref ik daar aan, lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar.'

NBV

Psalm 139:7,8

In het stukje op de kalender van deze week wordt aangegeven, dat, hoewel wij onszelf dikwijls als kwetsbaar en breekbaar beschouwen, in feite alleen onze trots kwetsbaar is.
En dat pas als het omhulsel gebroken is en het hart open en blootligt, we ons bewust zijn van de streling van Gods liefdevolle zorg, maar dat Hij ons tot die tijd wel vasthoudt.
Samen met de bovenstaande verzen mogen we hier over nadenken, of zoals het kalendertje zo mooi zegt: ‘ons door laten inspireren.’

Persoonlijk vraag ik mij af of dit wel zo is, dat in principe alleen onze trots kwetsbaar is.
Ik geloof zeker wel dat onze trots heel kwetsbaar is, maar om nu te zeggen dat alleen onze trots eigenlijk kwetsbaar is …?

Kwetsbaar is broos, breekbaar, gevoelig, weinig beschermd tegen beschadiging, wankel, zwak, teer, licht te raken.
Ik geloof niet, dat dit alleen met trots heeft te maken.
Er kunnen allerlei omstandigheden in ons leven zijn (of zijn geweest) die ons zo hebben geraakt, beschadigd, dat we heel kwetsbaar zijn geworden.
En dat kan voor allerlei verschillende dingen zijn.

Met dit onderwerp gingen mijn gedachten naar een gedicht dat ik heb geschreven bij een schilderij van Caroline van de Vate.
Het schilderij, dat ook ‘Kwetsbaar’ heet, is een schilderij van een klaproos.
Klaprozen zijn heel kwetsbaar; de blaadjes zijn heel fragiel, heel teer en vallen snel uit.
Met het lezen van de naam van het schilderij, kwamen er al snel allerlei gevoelens en gedachten boven en ik voelde mij op een bepaalde manier verbonden met dit schilderij.
Mijn leven was op het moment dat ik de schilderijen van Caroline ontdekte (en haar van daaruit leerde kennen) heel kwetsbaar.
Na jaren van thuis zijn voor twee van mijn kinderen, die door jarenlang pesten depressief waren geworden en het leven niet meer zagen zitten, was mijn wereldje heel erg klein geworden, en van mijn toch al niet zo grote zelfvertrouwen en zelfbeeld was niet veel meer over.
Toen het beter ging met onze kinderen, was ikzelf in een diepe put beland, en de beginverschijnselen van de overgang hielpen me ook niet bijster goed, noch alle beschadigingen van weleer.
Toch heeft God mij (ons) vastgehouden, er doorheen geholpen, maar de eerste stappen om weer terug onder de mensen te komen, weer een eigen leven op te bouwen, waren zwaar en ik was heel kwetsbaar.
Als God dan de schilderijen van Caroline (en haar 😊) op mijn pad brengt, is dat een volgende stap in het proces van heling en genezing.
Een streling van Zijn liefdevolle zorg voor mij.

Kwetsbaar

De duisternis
is van mijn zijde
aan het wijken.
Voorzichtig
stap ik in het licht.
Wankel en onzeker
zijn mijn
eerste stappen,
maar ik loop
in het spoor
van Uw aangezicht.

Angstig
kijk ik soms
om mij heen.
Zoekend naar
een tastbaar houvast.
Maar ik weet,
U bent het
die mij leidt.
En in U
is mijn juk zacht
en licht mijn last.

Nog
is mijn leven
broos en kwetsbaar.
Maar,
ik ga in Uw Licht.
Het omgeeft mij,
toont mij de weg
die ik moet gaan.
Tot ik als bruid
in volle eer en glorie
sta voor Uw aangezicht.

Alleen onze trots in feite kwetsbaar?
Nee, de dingen die in ons leven gebeuren, wat ons is aangedaan, kunnen ons ook heel kwetsbaar maken.
(Mijn gedachten gaan automatisch naar de tekst van het geknakte riet en de walmende vlaspit - Jesaja 42:3)
Maar, één ding is wel zeker, we hoeven daar niet te blijven.
Dat is ook niet wat God zou willen.
Hij verlangt ernaar dat we weer sterk en krachtig worden in Hem, door Hem.
Ja, in Hem en door Hem.
In Hem, omdat daar onze werkelijke identiteit ligt en het zo belangrijk is dat we die weer gaan vinden en aannemen.
Door Hem, omdat we het niet alleen hoeven te doen.

Als ik dan de tekst erbij haal die tot overdenken erbij gegeven is, dan zijn deze woorden in deze context weer een enorme bemoediging.
'Waar kan ik Uw Geest ontgaan, waar Uw aangezicht ontvluchten?
Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar; of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar.'
Geven ze aan de ene kant Gods grootheid weer en zeggen ze wie Hij is, aan de andere kant mogen we er troost in vinden, omdat in welke situatie we ons ook bevinden, hoe diep de put ook is, of hoever weg we ook van Hem zijn afgedwaald, Hij ons ziet, ons in het oog houdt.
Hij houdt ons vast in tijden als wij niet meer weten hoe, of het niet kunnen, omdat alles om ons heen zo moeilijk en donker is.
Het is dan alsof deze woorden zeggen:
‘Hoever je ook weg bent
bij Mijn aangezicht vandaan;
zoekende, dolende,
of in de diepste put,
er is geen enkele weg
waar Ik niet met jou mee
zal gaan.’

Welk een troost, welk een bemoediging, ligt er dan in deze woorden!

Lieve Vader in de hemel,
in de eerste plaats wil ik U zo danken voor alles wat U reeds voor mij hebt gedaan.
Danken voor Uw liefde en trouw, die nimmer van mij zijn geweken, ook al zag ik het zelf niet.
Dank U, dat U niet losliet, maar mij vasthield toen ik het niet meer kon of wist.
Dank U, dat U mij zag in elke omstandigheid, dat U met mij mee bent gegaan de gehele weg.
En dank U wel dat U nog steeds met mij meegaat en ook zal blijven gaan.
Ik dank U, dat U bij mij bent in mijn kwetsbaarheid.
Dank U, voor Uw geduld met mij in dit leerproces van groei.
Mijn leven wordt steeds minder broos en kwetsbaar, maar help mij te waken voor de valkuilen en help mij om mijn blik op U gericht te houden.
Zien op wie U bent en op wat U doet; op wie ik ben in U, maken mij minder kwetsbaar, maken mij sterk.
O, ik dank U, voor Uw eindeloze trouw en liefde!
Maar ik bid U voor allen die zich nog aan ‘de andere kant’ bevinden.
Die nog zo zoekende en dolende zijn door alles wat er om hen heen gebeurt, wat er in hun leven gebeurt of gebeurd is.
Wiens leven misschien wel op dit moment niets anders is dan voortslepen van de ene dag naar de andere, van uitzichtloos naar hopeloos.
Vader, ik bid U, speciaal voor hen, dat U weer hoop geeft en uitzicht biedt.
Dat U ze laat weten, dat U er bent, dat U bij hen bent, dat U hen ziet!
Ja, ziet in de diepste of smerigste put!
En dat U hen niet alleen ziet, maar dat U Uw hand ook uitgestoken houdt, net zolang tot dat zij hem zien en zullen pakken.
Open hun ogen daarvoor, Vader, och, open hun ogen, opdat ze Uw reddende hand zullen zien.
Verlos hen, Vader, ontferm U, Vader, en breng herstel en genezing.

In Jezus’ Naam.

- Amen -

Hoever je ook weg bent
bij Mijn aangezicht vandaan;
zoekende, dolende,
of in de diepste put,
er is geen enkele weg
waar Ik niet met jou mee
zal gaan.

Ik ben bij je op elke weg,
ook al zie jij Mij niet.
Ik ben op de hoogste berg,
Ik ben in het diepste dal,
en houd Mijn hand uitgestoken,
net zo lang tot jij
hem ziet.

Hoe kwetsbaar je ook bent,
wees niet bang voor Mij.
Ik zal je met Mijn liefde overladen;
Mijn zorg zal liefdevol en teder zijn.
Zie Mijn uitgestoken hand, grijp vast
en laat Mij jouw wonden genezen
door Mijn liefde te brengen
in alle verdriet en pijn.

maandag 9 februari 2026

In de waarheid wandelen ...

'Beproef mij, HEERE, ja, stel mij op de proef, toets mijn nieren en mijn hart.
Want Uw goedertierenheid houd ik voor ogen, ik wandel in Uw waarheid.'

HSV

'Heer, beproef mij, keur mij, toets mijn diepste roerselen.
Uw liefde houd ik steeds voor ogen; overtuigd van Uw trouw ga ik door het leven.'

GNB

Psalm 26:2,3

In eerste instantie gaan mijn gedachten automatisch naar Psalm 139, daar de woorden van deze twee verzen zo ontzettend veel overeenkomsten tonen met bepaalde verzen uit die Psalm.
Maar de insteek van Psalm 26, is heel anders.
Duidt Psalm 139 meer op Gods alwetendheid, in Psalm 26 onderwerpt David zich aan Gods onderzoek, overtuigt als hij is van zijn oprechte levenswandel.
En met deze laatste woorden komen we ook terecht bij waar het deze keer om gaat, namelijk ‘In Zijn waarheid wandelen’. 

David was ervan overtuigt dat hij in Gods waarheid wandelde.
Hij durft zijn gehele leven open te stellen voor God om hem te onderzoeken of er ook maar iets te vinden is waar het niet goed zou zijn.
In alle oprechtheid spreekt David deze woorden uit, overtuigt als hij is dat zijn levenswijze in overeenstemming is met Gods waarheid.
De Matthew Henry-verklaring* geeft aan, dat David deze Psalm waarschijnlijk schreef toen hij door Saul werd vervolgd, en dat Saul hem als een zeer slecht man voorstelde en hem van vele misdaden beschuldigde.
Van daaruit gaat David naar God toe (vers 1) en vraagt Hem om hem recht te doen, omdat hij gelooft dat hij in oprechtheid leefde, in vol vertrouwen op God.
Het Leven* geeft daar een mooie aanvulling bij, die aansluit bij wat Matthew Henry zegt, maar daarvoor moet ik voor alle duidelijkheid even terug naar vers 1 vanuit Het Boek.

‘Laat het recht over mij zegevieren, HERE, want ik ben onschuldig. Ik vertrouwde op de HERE zonder uit mijn evenwicht te raken.’
Het Leven schrijft als extra informatie bij de verzen 1-3 het volgende: 'Door te zeggen dat hij onschuldig is, beweerde David niet dat hij zonder zonde was, dat kan geen mens zeggen. Maar hij bleef voortdurend met God omgaan, waarbij hij als hij zondigde schoon schip maakte door vergeving te vragen. En hij smeekte God zijn naam te zuiveren van de valse beschuldigingen door zijn vijanden. Ook wij kunnen God vragen ons op de proef te stellen, erop vertrouwend dat Hij onze zonden vergeeft overeenkomstig Zijn genade.'

Waarom ik dit zo belangrijk vind om hier zo uitvoerig op in te gaan?
Wel, als je de bovenstaande Bijbelteksten zo even leest, dan kan het overkomen alsof David doet alsof hij nooit zondigt.
‘Uw goedertierenheid houd ik voor ogen; in Uw waarheid wandel ik.'
Maar als we alles bij elkaar leggen en het goed bekijken, dan zien we hoe David dit bedoelt en waarom hij ook kan zeggen dat hij Gods liefde voor ogen houdt en in Zijn waarheid wandelt.
David was een man wiens woorden en levenswijze met elkaar in overeenstemming waren, en waar hij zondigde, openstond voor Gods correctie en straf, voor belijden en vergeving ontvangen.

En dan komt het naar ons persoonlijk toe.
‘In de waarheid wandelen.’ 
Wandel ik in de waarheid?
Maar wat is dan de waarheid?

Deuteronomium 32:4 zegt: 'Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is, want al Zijn wegen zijn een en al recht. God is waarheid en geen onrecht; rechtvaardig en waarachtig is Hij.'
God is waarheid, dus om te weten wat Zijn waarheid is, zullen we Hem moeten kennen.
Dan zullen we ontdekken wat Zijn waarheid is en of wij in die waarheid wandelen.

Wandelen in Gods waarheid betekent leven naar Zijn regels, Zijn geboden, naar wat Hij ons zegt in Zijn woord.
Wandelen betekent ook rustig lopen en niet rennen.
Bij wandelen hoort genieten van wat je ziet en hoort, het in je opnemen en bewaren.
Met rennen loop je de kans aan dingen voor bij te gaan omdat je ze niet kunt zien door de snelheid waarmee je loopt.
Wandelen in Gods waarheid, is dan ook rustig onderzoeken, eigen maken, onthouden, bewaren en er vanuit leven.

David leefde dicht bij God.
Hij had God, Zijn goedertierenheid, Zijn liefde, Zijn genade, steeds voor ogen.
Hij wist wat God vreugde schonk en wat Hem verdriet deed.
Hij hield het voor ogen en leefde vanuit dat oogpunt.
Het was vanuit dát oogpunt dat hij wist dat hij oprecht leefde en hij durfde ook zijn hele ziel en zaligheid bloot te leggen voor God om het door Hem te laten onderzoeken, om Hem te laten kijken of hij nog wel wandelde in Gods waarheid.

Geldt dat ook voor ons?
Zijn wij er ook zo van overtuigt dat wij wandelen in Zijn waarheid dat wij ons hart durven bloot te leggen voor God?


Nu gaan mijn gedachten dan toch ook weer terug naar Psalm 139, naar de laatste twee verzen. (23,24)
‘Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten.
Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.’

Gezien de tijd waarin wij leven, is het niet altijd even makkelijk om in Gods waarheid te wandelen.
Als zelfs dominees /voorgangers Gods woord niet meer als 100% waarheid beschouwen, de Here Jezus afschilderen als een goed mens en niet meer als de Zoon van God, om nog maar niet te spreken over Zijn verlossingswerk.
Als er steeds meer compromissen worden gesloten betreffende Zijn woord, dingen onder de noemer ‘God is liefde’ worden weggeveegd uit de Bijbel.
Als de waarheid steeds moeilijker te horen is, en we daarom steeds waakzamer moeten zijn
Hoe belangrijk kan het dan zijn om regelmatig naar Hem toe te gaan en Hem te vragen:
‘HEERE, doorgrond mij en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg. In Jezus’ Naam. - Amen –‘

Lieve Vader in de hemel.
Wat is het soms moeilijk om Uw stem te horen te midden van het kabaal van deze wereld, van deze tijd.
Te midden van alle leugens en bedrog.
Te midden van alle onwaarheden die worden verkondigd, zelfs door mensen die als Uw dienstknechten staan opgesteld.
Ik bid U, Vader, doe ons dicht bij U leven, opdat we Uw waarheid zullen onderkennen, zullen zien, zullen horen, te midden van alle leugens en bedrog.
Help ons om waakzaam te zijn en om ons hart regelmatig open te stellen voor U, zodat U ons hart kunt onderzoeken en beproeven en ons terug kan brengen op de eeuwige weg naar U.
Ik verlang ernaar, Vader, om te leven zoals David en om net als hem te kunnen (blijven) zeggen; beproef mij maar, onderzoek mij maar, maar ik weet dat ik in Uw waarheid wandel.
U houd ik voor ogen, Uw goedertierenheid, Uw liefde, Uw genade, Uw trouw.
En waar ik misstap, Vader, belijd ik U mijn zonden, opdat ik vergeving ontvang en in Uw waarheid kan blijven wandelen.

In Jezus’ Naam bid ik U dit.

– Amen –

Heer, ik kom tot U
en bid U,
onderzoek mijn leven,
mijn gaan en staan,
en laat mij zien
of ik mij nog wel
op de juiste weg bevind.

Heer, ik kom tot U
en bid U,
peil mijn gedachten,
mijn diepste roerselen,
en laat mij zien
of U daar nog wel
vreugde in vindt.

Heer, ik kom tot U
en bid U.
Want in Uw waarheid
wil ik wandelen,
Uw liefde voor ogen houden
op alle wegen die ik ga.
Laat mij zien, o HEERE,
of ik mij nog wel
op de eeuwige weg bevind.


* >> Matthew Henri-Verklaring
* >> Het Leven